De tijdkloon; Bericht uit het proefstation voor menselijke klonen

De Wereld Gezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties heeft deze week het klonen van mensen ontraden. Te laat. H.J.A. Hofland bericht over de geheime experimenten met menselijke klonen, die niet alleen worden gebruikt voor orgaantransplantaties en bloedtransfusies, maar ook voor transfusies van tijd uit de menselijke hersenen. “De eerste tijdlating (zoals men in het laboratorium zei) heeft onbeschrijfelijk veel vernuft en volharding gekost, maar tenslotte is het doel bereikt.”

Voor Rudy Kousbroek

Eindelijk was het gelukt! De geleerden waren erin geslaagd, een gezond mens te klonen, en dat twintig jaar onder de beste omstandigheden van het laboratorium te laten opgroeien. En wat misschien een nog groter wonder was: dit kleine clubje wetenschappers had het experiment geheim weten te houden. Zo leefde nu in het centrum van het proefstation, in een kamer met de zuiverste lucht, onder de zuiverste omstandigheden een volwassen wezen dat eruit zag als een mens, at, sliep, zich bewoog als een mens, maar geen taal had geleerd, geen denken machtig was, en uitsluitend handelde door de impulsen die een dier tot actie brengen.

Twintig jaar geleden was dit clubje gedeeltelijk uit menslievende overwegingen, gedeeltelijk uit winstbejag aan het experiment begonnen. Zo'n kerngezonde kloon zonder menselijke identiteit zou om te beginnen een levende reservetank voor de zuiverste bloedtransfusies kunnen zijn, en dan, op den duur, een éénmalige bank voor orgaantransplantaties. Als alle organen waren verkocht en vervangen door kunsthart, kunstnier enzovoort, zou de bank zonder identiteit geruisloos worden opgeheven.

Toen brak het onvermijdelijk ogenblik aan waarop een lid van het geheime team zich afvroeg of het mogelijk zou zijn, deze kloon ook voor tijdtransfusies te gebruiken. Natuurlijk! Dat ze daar niet eerder aan hadden gedacht! Het onuitvoerbare is niets anders dan hetgeen nog niet is uitgevoerd, zeiden de wetenschappers wat nerveus lachend tegen elkaar.

Men ging aan de slag. Het voert te ver om hier al het werk tot in de details te beschrijven, de hoop, de verkeerde wegen die men insloeg, de mislukkingen, de ontgoochelingen, de telkens weerkerende roep om het bijltje er maar bij neer te gooien. Het is, achteraf bezien, aan een toen vijftigjarige bioloog te danken dat deze ontdekkingsreis naar het einde van het bestaan met de landing aan gene zijde is bekroond. Verdacht van revolutionaire neigingen en met zijn reputatie van onberekenbaarheid, werd hij ongeschikt bevonden om de leiding op zich te nemen. Maar het staat wel vast dat het zonder zijn tergend onversaagde aanwezigheid nooit zover zou zijn gekomen.

De tijd van de mens is gelocaliseerd in de moeilijkst bereikbare plaats van de hersenen, op de kop af 2,0727 centimeter van het ruggemerg en 8,1264 centimeter van het voorhoofdsbeen. Het heeft al een paar jaar gekost om deze coördinaten zo nauwkeurig te bepalen. Nadat men eenmaal had vastgesteld waar de tijd van de mens zit ging het erom, te ontdekken wat de tijd van de mens is. Immers: als een ruimte gevuld kan zijn met tijd, zal de aard van de substantie (of wat het dan ook mocht zijn) het toestaan, dat deze naar een andere ruimte wordt 'overgeheveld'.

De spanning in het laboratorium groeide op dit traject van de ontdekkingsreis tot het tastbare. Dit op zichzelf bevestigde de wetenschappers dat ze op het goede spoor waren. Bij toerbeurt bleven een paar geleerden in het gebouw naast hun apparatuur slapen.

Intussen werd, nadat de coördinaten waren vastgesteld, in de loop van dat jaar nog een merkwaardige ontdekking gedaan. Eerst wantrouwde men de meetwerktuigen, vervolgens de eigen waarnemingen. Ten slotte kon er niet meer worden getwijfeld. Naarmate de objectieve tijd van de toen 19-jarige kloon verstreek, werd het volume van haar tijdruimte groter! Niemand kon dit verschijnsel verklaren, maar wel was het iedereen duidelijk dat het gunstige perspectieven bood. Deze kloon, veronderstelde men, zou weleens een tijd-genererende kloon kunnen zijn. Het komt meer voor dat wetenschappers, strevend naar een bepaald resultaat, een heel ander resultaat bereiken dat uiteindelijk nog veel belangrijker zal blijken te zijn.

De volumevergroting hield dus een tweeledige belofte in: het moest mogelijk zijn, tijd uit het reservoir binnen de schedel af te tappen om in een extern vat op te slaan; maar daarmee zou dit inwendig vat zijn functie niet hebben verloren. Integendeel: zoals de mens na een bloedtransfusie weer bloed 'aanmaakt', zo zou dit tijdvat in de hersenen ook nieuwe tijd doen groeien. Het team stond voor een raadsel maar besefte dat dit weleens een zeer bruikbaar raadsel zou kunnen zijn.

De eerste tijdlating (zoals men in het laboratorium zei) heeft onbeschrijfelijk veel vernuft en volharding gekost, maar tenslotte is het doel bereikt. Na de geslaagde schedeltrepanatie, het inbrengen van twee haarbuisjes, het starten van het pompje, enzovoorts, enzovoorts, was het zover. Buiten de kloon bevond zich in een kristalhelder minuscuul buisje het eerste volume aan tijd zoals dat uit de mens was afgetapt, een doorschijnend iets waarvan de aggregaatstoestand niet kon worden vastgesteld; ongeveer twintig procent van de bij de kloon intern aanwezige tijd. Intuïtief, en ook naar analogie van de bloedtransfusie, had het team beseft dat een totale leging het werk van twintig jaar teniet zou kunnen doen.

Nadat de eerste uitzinnige vreugde over het slagen van de tijdlating was geluwd, zagen de leden van het team dat zich een nieuw vraagstuk had aangediend. Wat moest er met de gewonnen tijd gebeuren? Opslaan? Hoe? Op lichaamstemperatuur? Zou deze kostbaarste tijd uit de geschiedenis en ter wereld daardoor niet bederven, verdampen, voor hun ogen wegrotten? Dat risico wilden de wetenschappers niet nemen. Maar wat dan? Invriezen? Was dat überhaupt mogelijk? Door al die twijfel kwam men snel tot de onontkoombare slotsom: een onmiddellijke transfusie was het enige. Maar op wie? Niemand wilde zich eraan wagen. Iedereen schrok terug voor het denkbeeld, vreemde tijd in zijn hersens te hebben. (Er waren geen vrouwen in dit team).

Zoals hij dat wel eerder had gedaan, maakte de revolutionair, inmiddels 70, een eind aan het dilemma. Hij stelde zich beschikbaar. Hij werd onder narcose gebracht. De schedel getrepaneerd, haarbuisjes naar binnen, pompje erop, aan het kristalvat verbonden. De transfusie verliep vlekkeloos. Na een paar uur ontwaakte de moedige proefpersoon met nieuwe tijd in zijn hersenen.

De eerste dagen na de operatie werd niets bijzonders genoteerd. Hij herstelde snel, maar niet zo snel dat het uitzonderlijk mocht heten. Er waren geen afstotingsverschijnselen. Hij voelde zich goed, hoewel niet wezenlijk anders dan voor de ingreep. Ook grondige introspectie bracht geen verandering aan het licht.

Na een paar weken werd dat anders, zo geleidelijk dat het aanvankelijk niemand opviel. De 70-jarige begon een overmaat aan zelfbevestigend gedrag te vertonen, ging harder in zijn auto rijden, beweerde dat hij de sterkste van het team was, wilde worstelen en waarschijnlijk 'om zich bewijzen', gooide bij een wandeling op de binnenplaats van het laboratorium plotseling met een steen die op het pad lag, de ruit van een bijgebouw in. Een paar maanden later vertelde hij dat hij zijn bankrekening had leeggemaakt omdat hij het plan had, zich het een en ander aan te schaffen dat, om redenen van privacy, hier niet kan worden vermeld.

Een van de teamleden kwam op het idee, hem een logboek van zijn stemmingen te laten bijhouden, waarin hij op een schaal van 1 tot 10 moest noteren, in welke mate hij zich vrolijk, boos, somber, verdrietig, enz. voelde. Behalve deze subcategorieën was er de overkoepelende die zijn 'kwaliteit-van-zijn' aangaf. Op grondslag van deze gegevens werden grafische voorstellingen gemaakt. Door de ups en downs waren het stuk voor stuk stijgende lijnen. Nadat er een jaar voorbij was gegaan, leek het ogenblik gekomen om een voorlopige conclusie te trekken. De transplantatie had zijn besef van tijd en de daarmee verbonden intensiteit der ervaringen ongeveer een halve eeuw jonger gemaakt. Fysiek jonger was hij er niet op geworden, althans daarvoor waren geen bewijzen, maar zijn gevoel van algemeen lichamelijk welzijn was er zeker niet op achteruit gegaan, terwijl hij - dit verdient de aandacht - met zijn jongere geest hoger eisen aan zijn even oud gebleven lichaam stelde. Relatief, zou men kunnen zeggen, was hij er dus ook lichamelijk op vooruit gegaan. Dit alles volgens de conclusies op grond van één jaar ervaring.

Misschien zal men zich afvragen, hoe het in die periode de kloon is vergaan. Zoals men had verwacht: ze maakte zelf weer tijd aan, en binnen een half jaar had ze weer vrijwel dezelfde hoeveelheid als voor de transfusie. Dat kon inmiddels vrij nauwkeurig worden gemeten.

Een experiment met dergelijke gunstige resultaten kan natuurlijk niet geheim blijven. Eerst kwamen er geruchten. De wetenschap zou erin zijn geslaagd, een mens onsterfelijk te maken; eindelijk zou de fontein van de jeugd zijn ontdekt; men had het levenselixer gebrouwen. Dergelijke onzin. Deze fase van sensatie is achter de rug. We schrijven 2040. De transplantaties hebben intussen een hoge graad van vervolmaking bereikt. Op enkele plaatsen in de rijke wereld bevinden zich zwaarbewaakte kloonstations waar mensen worden gekloond die uitsluitend dienen om tijd te leveren. De ervaring heeft intussen geleerd dat de klonen tussen de 15 en 17 jaar de beste tijd hebben, dat wil zeggen de substantie die na transfusies het duurzaamst is gebleken, bij de recipiënt het langst werkzaam is. Daarna neemt de kracht af, en na het 22ste bestaansjaar zijn de meeste klonen op dit gebied niet veel meer waard. Ze zijn nog nuttig voor het leveren van bloed en organen, tot ongeveer hun 25ste. Daarna is de kloon leeg en wordt geruimd.

Ook al doordat de vraag naar tijd het aanbod verre overtreft, zijn ontegenzeggelijk misstanden gegroeid. Zo zijn er illegale bedrijven ontstaan waar steeds jongere klonen voor transfusie dienen. Ook is er een markt waarop arme mensen en avonturiers hun tijd voor transfusie beschikbaar stellen. Tegen vermogens kopen gefortuneerden zwarte tijd van degenen die met het op deze manier verworven kapitaal de hun resterende tijd beter denken te kunnen gebruiken. En wat bedenkelijker zou zijn: ook schijnt al voor te komen dat ouders de tijd van hun kinderen verhandelen.

Vorig jaar is gebleken dat lang niet alle op de zwarte markt aangeboden tijd volstrekt zuiver is. De oorzaken daarvan worden nog bestudeerd; het is te vroeg voor conclusies. Een van de hypothesen luidt dat de donorkloon weliswaar ouder wordt, maar geen verleden in menselijke zin heeft, waardoor zij of hij op transfusierijpe leeftijd de tijd in de puurste vorm beschikbaar heeft. Degenen die een deel van hun tijd zwart verkopen, hebben daartoe in het volle besef van de gevolgen het besluit genomen. Dit impliceert dat ze zich bewust zijn van hun verleden en toekomst. Op een wijze die de wetenschap overigens nog een raadsel is, zouden er dan vervuilende bestanddelen zijn ontstaan. Een transfusie met vervuilde tijd kan ernstige gevolgen hebben: aanvallen van razernij, achtervolgingsverschijnselen en misschien nog andere, tot de dood toe.

Erger nog: in staatskloonstations zelf heersen misstanden. Een paar maanden geleden is een leidinggevende geleerde, Dr.X, door een bewaker op heterdaad betrapt, in het holst van de nacht, terwijl hij met een vrijwel volwassen vrouwelijke kloon op de grond van laboratorium bezig was aan de geslachtsdaad. De bewaker heeft deze geleerde, Dr.X, gechanteerd door laatstgenoemde voor te stellen, 'deze kloon voor onszelf te houden'. In plaats van onmiddellijk schoon schip te maken, is Dr.X op het voorstel ingegaan. Toen de bewaker weer dagdienst ging doen heeft hij een collega in vertrouwen genomen. Het heeft daarna niet lang geduurd voor het woord 'nachtdienst' onder de bewakers een bijzondere betekenis had gekregen. Een oudere bewaker die op het punt stond met pensioen te gaan, heeft 'het geheim van de nachtdienst' verraden. Dr.X is door de ereraad voor het leven van verdere experimenten uitgesloten; de bewakers zijn tot een afschrikwekkende gevangenisstraf veroordeeld. Tot overmaat van ramp bleek dat de kloon in kwestie, met haar sterk gecontamineerde tijd, voor transfusies geen waarde meer had. Nadat al haar organen waren getransplanteerd is ze voortijdig geruimd.

Er ligt nu een wetsontwerp. Wordt dit aangenomen dan zal misbruik van klonen in de staatskloonstations worden bestraft met een gevangenisstraf, gelijk aan twee maal het aantal jaren dat de kloon als donor van zuivere tijd had kunnen dienen. Overigens is het onwaarschijnlijk dat het al vlug zover zal komen, omdat diepgaand verschil van mening heerst over de interpretatie van 'misbruik'. Liberaal denkende critici hebben een 'misbruikladder' opgesteld, beginnend met 'totaal misbruik' en eindigend in een verscheidenheid van 'gedoogde handelingen'.

Meer overeenstemming heerst over de 'zwarte tijd'. Degene die zwarte tijd koopt, de vrijwillige donor en eventueel de leverancier, de dealer, stellen zich aan de strengste straffen bloot. Alleen de door de overheid gecontroleerde tijd die op bonafide staatskloonstations is gewonnen (en waarop hoge belastingen worden geheven), is onder de nu heersende, door deskundigen opgestelde regels van ethiek en wet aanvaarbaar. Al het andere blijft voor een meerderheid van de bevolking door en door verwerpelijk, zoals uit de enquetes blijkt.

Intussen heerst onrust op het platteland. Er zijn drie bewegingen ontstaan, het godsdienstige Alle Mensen Enen Nooddruft (AMEN); het politieke Gelijke Uren Gelijke Anam (GUGA); en het radicale Klonen Bevrijdings Front (K.B.F.). Het AMEN verzet zich tegen iedere menselijke ingreep in de natuur, is dus ook tegen inentingen, enz. Het GUGA beroept zich op de wezenlijke gelijkheid van alle menselijke wezens, geestelijk en materieel. Het keert terug tot de Franse Revolutie en het Marxisme, en is dus theoretisch gesproken nog niet helemaal met zichzelf in het reine maar verdedigt simpelweg het recht op volledig bewustzijn voor allen. Het K.B.F. is een afsplitsing van de vegetarische beweging, het Anti Bont Comité, het Mensen Voor Varkens en dergelijke verenigingen.

Hoewel dus sterk verschillend in uitgangspunt hebben ze een Direkte Actie Centrale gesticht. Dit DAC organiseert de jaarlijks mars op de staatskloonstations. Met Pasen formeren zich lange optochten van in zwarte pij geklede betogers die achter trommelslagers naar de stations oprukken. Daar wordt harde actie gevoerd, zodat de ME soms rake klappen moet uitdelen.

Amsterdam, 27 april - 10 mei 1997