De helden en schurken van het oude Joegoslavië

Warren Zimmermann: Origins of a Catastrophe. Times Books, 269 blz. ƒ 56,25

Drie jaar lang, van 1989 tot 1992, is Warren Zimmermann Amerikaans ambassadeur in Belgrado geweest. Drie jaar lang heeft hij van dichtbij het oude Joegoslavië zien desintegreren: in 1989 ontdekte Slobodan Miloševic het Servische nationalisme als instrument, als wapen zelfs, in zijn streven de oude Joegoslavische federatie te domineren en gebruikte hij dat wapen met succes tegen de Albanezen van Kosovo, die hun autonomie kwijtraakten, en tegen de deelrepublikeinse regimes van Montenegro en Vojvodina. Een jaar later kwamen in de geschrokken republieken Slovenië en Kroatië nationalisten aan de macht en pleegde de federale communistische partij zelfmoord. Nog een jaar later viel Joegoslavië uiteen en kwam het tot een korte oorlog in Slovenië en een lange en bloedige in Kroatië. In Zimmermanns laatste jaar in Belgrado was hij van dichtbij getuige van het begin van het bloedbad in Bosnië.

Zimmermanns boek over zijn ervaringen in Belgrado, Origins of a Catastrophe, is minder een systematische analyse dan een uitgewerkt en aan elkaar geschreven dagboek van zijn tijd als ambassadeur. Het is chronologisch van opzet, het begint bij het begin van Zimmermanns ambtsperiode in de Joegoslavische hoofdstad en het houdt op bij zijn vertrek: wat daarvoor of daarna gebeurde wordt in vogelvlucht behandeld. In maart 1995 schreef Zimmermann in Foreign Affairs een groot en opzienbarend artikel over zijn ervaringen. Origins of a Catastrophe is voor alles een uitwerking van dat artikel.

Zimmermann is een zeer deskundige waarnemer, die al in een vroeg stadium beseft waar de crisis over gaat en hoe die dreigt af te lopen. Hij is bovendien een begaafde en lucide schrijver, die helder en puntig formuleert. Lezers die de op een drievoudige oorlog uitgelopen Joegoslavische crisis vanaf het begin hebben gevolgd, zullen in dit werk misschien weinig nieuws tegenkomen: het bevat geen nieuwe invalshoeken en geen saillante onthullingen. Maar het boek is waardevol door Zimmermanns beschrijving van de hoofdrolspelers in het conflict, die hij goed en van nabij kent. Even boeiend zijn de bijzonderheden over de schermutselingen achter de schermen van de internationale diplomatie.

The Origins of a Catastrophe zit vol helden en schurken. Zimmermanns belangrijkste held is de laatste federale premier van Joegoslavië, Ante Markovic. Dat is de man die met een recept van vergaande economische hervormingen en democratisering met de moed der wanhoop heeft getracht de ondergang van het oude Joegoslavië te voorkomen. Hij liep stuk op de sabotage van enerzijds de Serviërs onder Slobodan Miloševic en anderzijds de Slovenen. De eersten wilden noch democratie, noch hervormingen - ze wilden de federatie domineren, niets meer en niets minder; de laatsten wilden wel hervormingen, maar niet als ze uit Belgrado kwamen en al helemaal niet als ze voorzagen in een vergroting van de bevoegdheden van het in Belgrado gevestigde centrale gezag. Zij saboteerden Markovic' allengs wanhopiger pogingen slimmer, maar verder even genadeloos als de Serviërs dat deden.

HeiligeEen andere held voor Zimmermann was de leider van de Albanezen in Kosovo, Ibrahim Rugova, de vroegere strijdmakker en latere criticus van Tito Milovan Djilas. Zimmermann vereert hem bijna als een heilige: 'Ik had de indruk dat de gevangenis het effect van een catharsis op hem had gehad en hem had getransformeerd van een heethoofdige en genadeloze revolutionair tot iemand met sommige van de kwaliteiten van een heilige'. Ook de Macedonische leiders Gligorov en Tupurkovski en de Sloveense leider Janez Drnovšek behoren tot Zimmermanns helden. Deze laatste was (en is trouwens nog) een introverte, verlegen, ogenschijnlijk ook saaie, broodmagere jongeman met een dun snorretje, die zich echter tijdens de crisis ontpopte als een van de weinige hoofdrolspelers die zowel wijsheid en moed aan de dag legden. In feite - al meldt Zimmermann dat niet - is het aan Drnovšek te danken dat het bloedvergieten in Slovenië tot een minimum beperkt bleef en dat het Joegoslavische Volksleger zich uit de republiek terugtrok.

De schurken zijn voor alles Slobodan Miloševic en Franjo Tudjman, door Zimmermann bestempeld als the Tweedledum and Tweedledee of destructive nationalism. Twee aartsontkenners, twee aartsleugenaars, twee autoritaire leiders die enerzijds elkaars aartsvijanden waren maar anderzijds in innige samenwerking, hand in hand, het oude Joegoslavië naar de ondergang hebben geleid. Slobodan Miloševic, de ergste van de twee, en de man met de grootste verantwoordelijkheid voor de bloedbaden van Vukovar in 1992 tot Srebrenica in 1995, wordt - schrijft Zimmermann - 'vrijwel geheel gedomineerd door zijn donkere zijde'. Hij omschrijft de Servische leider als een rasmanipulator, een 'ambitieuze, meedogenloze opportunist, gedreven door machtshonger' en 'een man van uitzonderlijke kilte'. 'Ik heb nooit gezien dat hij ontroerd raakte door een individueel geval van menselijk lijden; voor hem zijn mensen simpelweg abstracties. Deze beklemmende karaktertrek maakte het Miloševic mogelijk de onuitsprekelijke wreedheden door Serviërs in de oorlog toe te staan, aan te moedigen en zelfs te organiseren.' Een Teflon dictator, omringd door dwergen. Zimmermann beschrijft hoe een van zijn eigen diplomaten Miloševic eens na een toespraak benaderde om hem erop te wijzen dat zijn analyse verkeerd was. 'Miloševic schrok terug alsof hij fysiek was geslagen, met een blik van afschuw op zijn gezicht. Hij moest worden weggeleid door een van zijn assistenten. Dit is geen man die kritiek verdraagt of verwelkomt, te oordelen naar de mensen die hem omringen is zeker dat hij die niet vaak te horen krijgt.'

Zimmermann is af en toe wat al te uitbundig over de mensen die hij beschrijft. Hij is vol lof over Danica Draškovic, de vrouw van Vuk Draškovic, een van de leiders van de Servische oppositie, die zelfs binnen die oppositie algemeen wordt gezien als veel te radicaal. Zo zei ze tijdens het marathon-protest tegen Miloševic eind vorig jaar eens: 'We hebben handgranaten nodig, en wapens. Wat ons ontbreekt is een nieuwe Apis.' Ze doelde daarmee op Dragutin Dimitrijevic Apis die betrokken was bij de wrede moord op koning Aleksander Obrenovic en zijn vrouw Draga in 1903. Hij plande ook de moord op Franz Ferdinand in 1914 in Sarajevo.

The Origins of a Catastrophe is een boeiend boek van een insider die in zijn kritiek niemand spaart, noch de Joegoslavische hoofdrolspelers, noch vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap die tevergeefs poogden de crisis te bezweren. De Europeanen krijgen hier en daar een forse veeg uit de pan. In 1989 zond Zimmermann het ene alarmerende telegram na het andere naar Washington en trachtte via Washington de Europeanen in beweging te krijgen. 'De Amerikaanse boodschap werd in Europa met een geeuw begroet. De Europeanen konden simpelweg niet geloven dat Joegoslavië zich in serieuze moeilijkheden bevond. (-) Vooral de Franse en Britse regering wuifden de Amerikaanse bezorgdheid weg.'

Amerikaans beleid

Ook het Amerikaanse beleid wordt kritisch bekeken, hoewel minder dat van de leiders onder wie Zimmermann zelf fungeerde - president Bush, minister Baker en onderminister (later minister) Eagleburger - dan dat van Bush' opvolger Clinton, minister Christopher en vooral het Amerikaanse Congres. Zimmermann verwijt de regering-Bush niet al in een vroeg stadium - 1992 - geweld te hebben gebruikt tegen de Serviërs die Sarajevo belegerden. Dat was, schrijft hij, 'onze grootste fout in de hele Joegoslavische crisis', een fout die hij ook zichzelf aanrekent. Clinton verwijt hij zich te lang na zijn aantreden afzijdig te hebben gehouden en pas initiatieven te hebben ontplooid toen duidelijk was dat de Europeanen niets bereikten.

Van de spelers op het internationale toneel krijgt het Congres echter de zwaarste kritiek - meer nog dan Europa: het Congres, schrijft Zimmermann, produceerde voortdurend contraproductieve resoluties die voorbij gingen aan wat er in ex-Joegoslavië speelde. Het had alleen aandacht voor feiten en gebeurtenissen en stond te weinig stil bij processen en ontwikkelingen. 'Democratische verkiezingen waren goed; of zij democratisch gedrag produceerden was veel minder een zorg. Joegoslavië was te gecompliceerd voor de korte aandachtsperiode van drukbezette politici. Ze behandelden Joegoslavië zoals ze Polen, Tsjechoslowakije of Hongarije behandelden: het verdiende hun steun als het communisme maar zou worden weggevaagd en de democratie zou worden geïnstalleerd.' Het Congres, aldus Zimmermann, 'zag niet in dat Joegoslavië niet bij deze stereotypen paste, dat nationalisme - en niet communisme - het probleem vormde en dat de eerste democratische verkiezingen, die nationalisten aan de macht brachten, het probleem verergerden. Ook besefte het Congres niet dat Joegoslavië, anders dan de andere communistische landen van Oost-Europa, geen dictatuur van het centrum was, maar dat het centrum juist te zwak was voor serieuze hervormingen.'