Robson winnaar na zinderende finale

ROTTERDAM, 15 MEI. Op eerbiedige afstand volgde Bobby Robson het feest van zijn spelers op het veld van de Rotterdamse Kuip. Dan weer de handen op zijn rug, dan weer in zijn broekzakken. Als een bewijs van goed gedrag hing de zojuist ontvangen medaille om zijn nek. Hij wist niet goed of hij wel gewenst was.

Met een glimlach op zijn gezicht keek de coach van Barcelona naar de dolle Spaanse supporters op de tribune. Zijn naam werd niet gescandeerd. Hij wist het: de spelers hebben de Europa Cup voor bekerwinnaars gewonnen, niet de trainer. Barcelona had met 1-0 gewonnen, niet Bobby Robson.

Pas toen de Portugees Couto en de Bulgaar Stoitsjkov hem omhelsden en hij van voorzitter Nunez een stevige hand kreeg, meende hij enige betrokkenheid te voelen. Robson zwaaide even zoals alleen Engelsen dat kunnen, stijf en ingetogen. Nee, zou hij later op een persconferentie zeggen, nee, het woord revanche kende hij niet. Er was geen sprake van een revanche op die mensen in Barcelona die hem het afgelopen jaar hadden bekritiseerd. Of zijn positie als trainer door deze overwinning versterkt was? Nou, het helpt, zei hij met een grimas rond zijn lippen.

En zo omzeilde een geplaagde Engelsman lastige vragen over zijn toekomst als trainer bij Barcelona, die in het geding schijnt te zijn omdat de Nederlander Louis van Gaal al wijd en zijd als zijn opvolger is genoemd. Hij had willen praten over de furie van de wedstrijd, over het hoge tempo, over de moordende kracht van Paris Saint-Germain, over de individuele klasse van zijn spelers en ook van die van de Franse ploeg, over de door hem bewonderde Brazilianen Raï en Leonardo, over Guardiola, de uitblinker in zijn elftal, en over Giovanni en Blanc die hij tot zijn grote spijt niet had kunnen opstellen. Robson slikte de woorden in die hij had willen uitspreken en vluchtte naar zijn landgenoten, Engelse journalisten, ergens in een hoekje.

Daar kon Robson zichzelf zijn, ver van de Spaanse journalisten die hij nooit kon vertrouwen, ver van de Nederlandse journalisten die alleen maar vragen over Van Gaal stelden. Hij sprak over het pijnlijke weerzien met Nederland. “Ze doen niks anders hier dan mij vragen over Cruijff en Van Gaal. Nu sta ik hier en heb met de jongens de cup gewonnen. Die jongens hebben fantastisch werk geleverd. Vijf dagen na de zware wedstrijd tegen Real Madrid, staan ze er weer, en weer winnen ze. Ik ben trots op deze jongens en trots op mezelf. Ik ben trots op Blanc, de fijnste voetballer met wie ik ooit heb samengewerkt, dat hij heeft geaccepteerd dat ik hem niet opstelde. En ik voel trots omdat ik weer een prijs heb gewonnen.”

Hij vertelt over de UEFA Cup die hij eens met het provincie-elftal van Ipswich Town veroverde, over de landstitels die hij met PSV en Porto won. Hij was graag in Porto gebleven, maar hij wilde 'on a higher planet' en ging naar Barcelona. En daar wil hij blijven. Want misschien worden ze nog wel kampioen met Barcelona en spelen ze Champions League. “Ik wil zeker blijven, maar de voorzitter beslist wie de trainer zal zijn.”

Robson wees naar Blanc en naar Giovanni die vijftig meter verder door tientallen journalisten werden ondervraagd. En hij wees naar doelman Baïa en naar de kleine De la Peña en begon te glimmen toen hij Guardiola zag lachen. “Die jongen heeft nog nooit zo goed gespeeld als dit jaar. Vanavond was hij fantastisch. Ik heb respect voor Ronaldo, een jongen die onder zware druk staat, niet goed speelt, maar toch een strafschop afdwingt, de strafschop neemt hoewel hij vorige week nog miste en toch scoort. Voor die mensen heb ik respect. Niet voor mensen die achter mijn rug om praten en onderhandelen over mijn positie. Ik ken de voetbalwereld. Recht door zee is niemand, zeker trainers en voorzitters niet.”

Op enige afstand van Robson lachte Popescu van Barcelona tegen zijn medaille en begon de Roemeen te praten over de onverwacht zware tegenstand van de Fransen. De Portugese doelman Baïa sleepte een koffertje op wieltjes achter zich aan en sprak over een gedenkwaardige, maar gemakkelijke avond: ,Ja, een schot tegen de paal. Wat een geluk voor ons.''

Tegen de spelersbussen hingen voetballers die in Nederland minder tot de verbeelding spreken. Doelman Lama van PSG had een modieus petje opgezet en rookte als menig ploeggenoot een sigaretje. “We waren de beste ploeg. Maar Ronaldo liet zich vallen over het been van N'Gotty. Intelligente voetballer die Ronaldo. Die weet hoe je een wedstrijd moet winnen.” De donkere N'Gotty, die vorig jaar nog het beslissende doelpunt in de finale tegen Rapid Wien had gemaakt, sprak met een oogverblindende donkere vrouw. “Het kon een strafschop zijn, maar ook niet. Ik schrok van de kans, sprong en ineens lag Ronaldo op de grond.”

Loko, de Franse spits die tien minuten na de rust op de paal schoot en daardoor de kans op de gelijkmaker miste, lachte met een paar vrienden en liet zich een schouderklopje van voorzitter Denisot welgevallen. “Onze supporters zijn de beste supporters ter wereld. We hadden verloren, maar ze bleven zingen, ze zongen nog harder dan die van Barcelona. Heb je gehoord dat ze na afloop het Franse volkslied zongen? Voor die jongens voetbal ik.”

Die rust en die gelatenheid na zo'n zinderende wedstrijd, was opmerkelijk. In die ambiance, in dat helse hoge tempo, in die zware wedstrijd hadden de spelers alles gegeven. Geen voetballer die technisch tekortkwam, geen voetballer die misstond in de Kuip die al geruime tijd niet meer zo'n hoogstaande wedstrijd beleefde. En daar stonden ze dan, handen in de zak, en keuvelend alsof zojuist een gewone werkdag was afgesloten. Maar dan ineens was daar een kleine man met een zware tas, maar nog snel ter been. Hij lachte en praatte zoals hij voetbalde. Ja, het was Leonardo Nascimento, 27 jaar en Braziliaan.

Leonardo was de mooiste voetballer van het wereldkampioenschap van 1994. Totdat hij met een zware elleboogstoot een vervelende Amerikaan in het gezicht sloeg, werd geschorst en de finale miste. Toen was hij linkerverdediger, nu was hij linkerspits van PSG, of zoiets; zoals hij vroeger altijd had gespeeld. Verrast keek hij op van een felicitatie. Hé, waarom die complimenten? Omdat hij de beste voetballer van het veld was geweest. Omdat hij zo fantastisch kan voetballen. “Ja, ik had moeten scoren. Twee keer, zeker één keer. Dat was echt een felicitatie waard geweest.” Hij lachte en brak haast zijn tong over de Engelse woorden. Ja, natuurlijk wilde de ster van de nacht van Rotterdam een handtekening zetten. In sierlijke halen schreef hij zijn naam op een kaartje: Leonardo. “Mooi?” Ja, zo mooi als zijn bewegingen op het veld.

Het had de avond van Leonardo kunnen worden, het had de avond van de Brazilianen, van Raï, Giovanni en Ronaldo kunnen zijn. Maar het werd vooral de avond van Bobby Robson, een Engelsman in het nauw.

Voor de vierde maal won Barcelona gisteren de Europa Cup voor bekerwinnaars. In de finale tegen Paris Saint-Germain maakte Ronaldo uit een strafschop het enige doelpunt. De Braziliaan werd in de 36ste minuut neergelegd door N'Gotty. PSG was de betere ploeg, maar kreeg geen kansen. Een doelpunt van Couto van Barcelona werd afgekeurd wegens duwen. In de tweede helft van de snelle, sportieve wedstrijd viel PSG aan onder leiding van Leonardo. Na een mooie combinatie raakte Loko van PSG de paal. Figo van Barcelona stiftte de bal op de lat en kort voor het einde liet Leonardo een kansje op de gelijkmaker onbenut.