'Draagmoeder zijn is geen beroep'

Om in contact te komen met een draagmoeder wendde een Nederlands kinderloos echtpaar zich tot een Brits bemiddelingsbureau. In Nederland is de wet hybride. Draagmoeder zijn mag, maar bemiddelen tussen een kinderloos stel en een 'huur een baarmoeder-moeder' niet.

ROTTERDAM, 15 MEI. Op moederdag 1988 opende Kim Cotton in Londen de deuren van het eerste Britse bemiddelingsbureau voor draagmoeders en kinderloze stellen: Childlessness Overcome Through Surrogacy (COTS). Cotton had toen al een grote nationale bekendheid verworven. Ze was in Groot-Brittanië de eerste draagmoeder, dat wil zeggen de eerste, wat de Britten noemen, 'huur een baarmoeder-moeder' die de publiciteit zocht.

Nog datzelfde jaar bracht Cotton een bezoek aan Amsterdam. Wellicht dat ze haar activiteiten ook naar het vaste land kon uitbreiden. Maar geschrokken van het strenge juridische klimaat in Nederland keerde ze onverrichterzake weer terug. Inmiddels heeft COTS in Groot-Brittanië zo'n 200 kinderloze paren aan een baby geholpen. “We hebben zelfs baby's in Italië, Frankrijk, Australië en Duitsland”, zegt Cotton.

En bijna één in Nederland. Maar na de moddersmijterij in de Britse pers van een Nederlands kinderloos echtpaar en een Britse draagmoeder is COTS nu gestopt met het bemiddelen voor buitenlandse echtparen. Aanvankelijk beweerde de draagmoeder in de Britse pers dat ze abortus had laten plegen, omdat ze bij nader inzien de wensouders ongeschikt achtte. Vandaag werd bekend dat ze het kind toch niet heeft laten weghalen. Ze is veertien weken zwanger van een jongen en wil het kind zelf houden.

“Toch begrijp ik het niet”, zegt Cotton, “in Nederland is abortus en euthanasie toegestaan, maar het helpen van kinderloze stellen die vurig naar een kind verlangen is verboden. Dat is toch ongelofelijk?”

Na de affaire met het Nederlandse echtpaar heeft de British Medical Assocation (BMA), de gezaghebbende nationale organisatie van artsen, aangedrongen op een wettelijke regeling van het draagmoederschap. Volgens woordvoerder Bill O' Neil moet er toezicht komen op de afspraken die paren en draagmoeders maken. Beide partijen dienen medisch, juridisch en psychologisch te worden ondersteund.

Tot een wettelijke regeling zal het in Nederland wel nooit komen. Volgens letter en geest van de wet is draagmoederschap een dermate “ongewenst verschijnsel” dat het “verwerven van ouderschap langs deze weg moet worden ontmoedigd”, aldus de memorie van toelichtig op de Wet commercieel draagmoederschap uit 1993. De juridische en psychologische gevolgen kunnen zo eindeloos ingewikkeld zijn - Wat als de draagmoeder het kind uiteindelijk niet wil afstaan? Of wat als blijkt dat het kind zwaar gehandicapt is? - dat te allen tijde voorkomen moet worden dat draagmoederschap “zich ontwikkelt tot een maatschappelijk verschijnsel”.

Maar de Nederlandse wet is hybride. Draagmoeder zijn - of dat nu commercieel is of niet - mag wel. Maar bemiddelen tussen een kinderloos echtpaar en een draagmoeder mag niet. Dat betekent ook dat bijvoorbeeld een oproep in een dagblad voor een draagmoeder strafbaar is.

Wel is sinds kort toegestaan dat bij een draagmoeder eicel en zaadcel van de wensouders worden ingeplant. Voorheen mocht een draagmoeder alleen zwanger worden met het zaad van de wensvader en haar eigen eicel. Maar ook al wordt draagmoederschap als een ongewenst verschijnsel gezien, een algemeen verbod is volgens de wetgever niet haalbaar. Volgens een woordvoerder van Justitie is het “moeilijk te bewijzen” en een opsporingsonderzoek zou “te diep ingrijpen in de privacy van de draagmoeder”.

Onlangs is in Nederland de eerste commerciële draagmoeder veroordeeld. Ze kreeg twee maanden voorwaardelijk gevangenisstraf. Dus niet omdat ze tegen een vergoeding van 25.000 gulden een kind van een ander droeg (ƒ 3,80 per draaguur volgens haar advocaat Pellinkhof), maar omdat ze een advertentie had geplaatst in het feministisch maandblad Opzij. Haar advocaat gaat nu in hoger beroep.

De vrouw, een alleenstaande moeder van drie kinderen, heeft nooit geweten dat ze iets strafbaars deed, zegt hij. Acht jaar geleden was ze al een keer eerder draagmoeder geweest. Alleen had ze dat kind uiteindelijk zelf gehouden, omdat ze vermoedde dat de wensouders volgens haar waren betrokken bij babyhandel. Twee jaar daarna was ze weer draagmoeder, maar kreeg ze een miskraam. De advertentie in Opzij heeft niet tot een overeenkomst geleid.

“Er is geen wet die stellen met een hevige kinderwens tegenhoudt”, zegt advocaat H. Bos-Hagens die gespecialiseerd is in draagmoederschap. En anders gaan ze gewoon naar het buitenland. Dat veel zich aan de controle van de overheid onttrekt, betekent volgens haar nog niet dat de overheid niet het een en ander wettelijk zou kunnen regelen. “Je moet regelen wat je kunt regelen. Draagmoederschap via eiceldonatie gebeurt altijd in een kliniek voor in vitro fertilisatie. Dan moet je als overheid zorgen dat je daar voorwaarden aan stelt.”

Op “de markt van vraag een aanbod van het draagmoederschap” is volgens Bos van alles mogelijk. “Wanhopige mensen zijn tot alles in staat.” Dat vrouwen zich laten betalen voor het dragen van een kind voor een ander, vindt ze niet vreemd. “Je bent wel mooi negen maanden onder de pannen. Je loopt medische risico's, je hebt er het ongemak van, je kleding moet aangepast worden. Daar mag best een vergoeding tegenover staan.” Maar de overheid zou moeten voorkomen dat draagmoeders er hun beroep van maken. “Dus moet je zorgen dat de ivf-centra een databank aanleggen van draagmoeders. Ook kun je daar leeftijdseisen stellen aan zowel draagmoeders als wensouders. Waarom zou je als overheid die verantwoordelijkheid niet nemen?”

Er is te weinig geregeld om het draagmoederschap goed uit te werken, zegt prof.dr. E.R. te Velde, gynaecoloog en hoofd van de vruchtbaarheidsafdeling van het Academisch Ziekenhuis Utrecht. In zijn ziekenhuis heeft hij te maken met een aantal gevallen waarbij hij het verantwoord acht om de draagmoeder zwanger te maken met eicel en zaadcel van de wensouders. “Ik kan hen alleen niet goed voorlichten over álle consequenties. Er zou een duidelijk protocol moeten zijn over de afspraken die wensouders en draagmoeder onderling moeten maken.” Maar Te Velde is zich ervan bewust dat de juridische waarde van zo'n protocol nihil is “als puntje bij paaltje komt en de draagmoeder weigert het kind af te staan”. Volgens de wet is de draagmoeder altijd de officiële moeder van het kind. Ook als het genetisch materiaal volledig afkomstig is van de wensouders.