Akkoord

DE RUSSISCHE REGERING is van het ene op het andere moment veranderd van een scherpe criticus van de NAVO-uitbreiding in Midden-Europa in een gedreven verdediger van het NAVO-Ruslandakkoord dat die uitbreiding zal begeleiden. President Jeltsin vergeleek de betekenis van het gisteren bereikte akkoord met de Slotakte van Helsinki die destijds de grondslag vormde voor de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

Zijn toponderhandelaar minister Primakov: “Het is een grote overwinning voor het gezonde mensenverstand, een grote overwinning voor de wereldgemeenschap en een grote overwinning voor Rusland en voor alle regeringen in de wereld die in vrede en samenwerking zijn geïnteresseerd.”

Amerika's president Clinton klonk wat bezadigder. Hij ziet de overeenkomst als een bron van samenwerking tussen de NAVO en Rusland, naar het voorbeeld van de samenwerking in Bosnië. Rusland krijgt een stem in de NAVO maar geen vetorecht, voegde Clinton er voor alle duidelijkheid aan toe. De inhoud van de overeenkomst zal volgens plan pas worden bekendgemaakt na de ondertekening door Jeltsin en Clinton op 27 mei in Parijs. Maar aangenomen mag worden dat er voor die tijd wel het een en ander zal uitlekken. Beide partijen hebben er belang bij de eigen achterban duidelijk te maken dat er geen uitverkoop heeft plaatsgehad van nationale belangen.

De grootste moeite zal het Russische staatshoofd daarmee hebben. Niet ontkend kan worden dat Moskous invloedssfeer in Oost- en Midden-Europa danig is aangetast. Natuurlijk is de NAVO-uitbreiding daarvan eerder een gevolg dan een oorzaak, maar zij pepert het de Russische openbare mening wel degelijk in. Vandaar dat het Kremlin er alle belang bij heeft het volk ervan te overtuigen dat alles is gedaan wat mogelijk was. Daarbij kunnen de Russische leiders er niet om heen van de werkelije toestand uit te gaan, al was het maar om hun beperkte mogelijkheden tot beïnvloeding in het licht te plaatsen. Dat op zichzelf heeft opvoedkundige waarde, maar of het voldoende zal zijn om de critici in eigen huis de mond te snoeren is hoogst onwaarschijnlijk. Het trauma veroorzaakt door de ineenstorting van de Sovjet-Unie is nog niet overwonnen.

TOCH KAN HET Kremlin zich erop laten voorstaan het nodige te hebben binnengehaald: geen NAVO-kernwapens in de nieuwe uitbreiding, geen substantiële en permanente troepenstationeringen van de NAVO daar en de bereidheid van het Westen het verdrag over troepenreducties in Europa aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Voor de NAVO waren deze toezeggingen overigens nauwelijks concessies. Niemand in de Atlantische verdragsorganisatie was iets anders van plan - voornamelijk op grond van budgettaire overwegingen. Het Westen heeft het NAVO-Ruslandakkoord inderdaad op een koopje gekregen.

De vraag is of het akkoord zal functioneren zoals de opstellers ervan verwachten. Dat zal vooral afhangen van de ontwikkelingen in de Russische federatie. Weet het bewind daar zich te stabiliseren en de hervormingspolitiek gaande te houden dan zal de armslag van Russische leiders voor samenwerking met de NAVO navenant toenemen. Van belang zal ook zijn of de Amerikaanse belangstelling voor Europa min of meer constant zal blijven en ten slotte is van beslissende betekenis of Europa zelf in staat zal zijn zich zodanig te reorganiseren dat het als een partner met gezag een aandeel kan hebben in zijn eigen toekomst. Veel onzekerheden, maar geen onmogelijkheden.