Mogelijk beroep bij Hof; Raad trotseert Jeltsins veto oorlogskunst

MOSKOU, 14 APRIL. De Federatieraad van Rusland heeft opnieuw het wetsvoorstel aangenomen dat bepaalt dat Rusland in de Tweede Wereldoorlog buitgemaakte kunst niet hoeft terug te geven.

De Raad nam het wetsvoorstel voor de tweede keer met meer dan tweederde meerderheid aan. Doordat eerder de Doema, het Russische parlement, het wetsvoorstel al voor de tweede keer met een tweederde meerderheid heeft aangenomen, is het veto dat de Russische president Jeltsin over de wet uitsprak nu ongedaan gemaakt.

Jeltsin moet het wetsvoorstel nu binnen zeven dagen ondertekenen. Maar volgens de Russische onderminister van Cultuur Michail Svidkoj zal Jeltsin bij het Constitutionele Hof in beroep gaan tegen de beslissing van de Federatieraad. Svidkoj zei dat 140 leden van de Federatieraad, ruim meer dan de tweederde meerderheid van 119, schriftelijk hadden gestemd voor het wetsvoorstel dat de oorlogskunst tot Russisch bezit verklaart.

“De afgevaardigden stemmen vaak met hun hart”, zei Svidkoj. “Ik hoop dat ze begrijpen dat het wetsvoorstel niet strookt met de Russische grondwet.”

Duitsland eist al jaren van Moskou de teruggave van onder meer de 200.000 kunstvoorwerpen die het Russische Rode Leger heeft buitgemaakt. Hieronder bevindt zich bijvoorbeeld de 'Schat van Priamos'.

Nederland eist van Rusland de Koenigscollectie terug. Deze collectie tekeningen van oude meesters werd niet lang na het begin van de Duitse bezetting door de toenmalige eigenaar Van Beuningen met winst aan Duitsland verkocht.

Nederland beroept zich op een nog tijdens de oorlog gesloten verdrag tussen de geallieerde mogendheden dat alle kunsttransacties tussen de Duitse bezetter en particulieren en instellingen ongeldig heeft verklaard.

Met Duitsland heeft Rusland in 1990 een vriendschapsverdrag gesloten dat een artikel bevat over de wederzijdse teruggave van oorlogskunst. Besprekingen erover hebben tot nu toe weinig opgeleverd, maar Jeltsin heeft bij buitenlandse bezoeken wel eens gedeelten van kunstverzamelingen teruggegeven, tot ongenoegen van het parlement.

De Duitse regering reageerde terughoudend op de hernieuwde aanname van de wet inzake oorlogskunst door de Federatieraad. “Het gaat om een zeer gevoelige kwestie”, aldus woordvoerder Peter Hausmann. Hausmann bracht in herinnering dat president Jeltsin bij zijn bezoek aan de Duitse bondskanselier Helmut Kohl op 17 april beloofde dat hij tegen het ongedaan maken van zijn veto in beroep zou gaan bij het Constitutionele Hof.