Eenheidsmunt zorgt voor tweespalt; Nederlander claimt recht op merknaam euro

Nederland mag meedoen met de euro, zo werd deze week in Brussel besloten. EU-voorzitter Nederland moet nog één smetje wegwerken: een Nederlander claimt het alleenrecht op de naam euro.

ETTEN-LEUR, 14 MEI. Trots laat hij het bewijs zien van het Benelux-Merkenbureau. Het staat er zwart op wit: Robertus F.M. Apon is sinds 4 oktober 1995 11.55 uur de rechtmatige eigenaar van de naam euro 'voor waardepapieren, bankbiljetten muntstukken en speelgoedgeld'. Kosten: 325 gulden. “Speelgoedgeld - daar was ik zelf nooit opgekomen. Suggestie van het merkenbureau”, vertelt Apon.

In maart 1995 kwam de naam euro voor de nieuwe Europese eenheidsmunt in hem op. In oktober legde hij die gedachte vast in een depot en begin juni 1996 was de ingenieur uit Etten-Leur een paar dagen wereldberoemd, nadat het persbureau Reuters in reactie op een publicatie in deze krant dienst vondst verder bekendmaakte. Apon, product-manager in de metaalsector, leek een collectief 'dat ìk daar niet op ben gekomen'-gevoel te hebben losgemaakt. Iedereen vroeg zich bovendien af hoe het mogelijk was dat zelfs de monetaire autoriteiten de naam euro niet hadden vastgelegd.

“Toen ik die naam deponeerde, was ik me er niet van bewust dat ik iets bijzonders in handen had”, vertelt Apon in zorgvuldige bewoordingen als naar zijn beweegredenen wordt gevraagd. “Later ben ik gaan beseffen dat hij veel waard zou kunnen worden.”

Amerikaanse, Britse en Japanse kranten stonden op de stoep of hingen aan de telefoon. “Ik kon naar Nova, en naar de BBC in Londen”, herinnert Apon zich de dagen na 5 juni. “De vliegtickets lagen al klaar”, vult zijn advocaat A. Ilcken aan. Apon kwam in februari vorig jaar terecht bij de merkenrechtdeskundige van Houben Advocaten uit Breda. Uitbundige publiciteit paste niet in de strategie die de twee hadden uitgestippeld.

De kern van hun strategie is in gesprek te raken met de monetaire autoriteiten van Nederland èn van België, want Apons depot heeft alleen rechtsgeldigheid binnen de grenzen van de Benelux. Apon had de naam euro in geen enkel ander land kunnen deponeren. Alleen het Benelux-Merkenbureau toetste tot 1 januari 1996 vooraf niet of de ingediende naam onderscheidend genoeg is. Hoewel het begrip euro weinig onderscheidend lijkt, heeft Apon volgens de jurist van het merkenbureau, R.J. Koops, wel degelijk een kans: “Net zo goed als een rechter goed kan keuren dat de naam 'gulden' aan tafels wordt verbonden, kan hij redeneren dat de naam 'euro' een onderscheidende merknaam is voor geld.”

Apons advocaat Ilcken schreef brieven naar De Munt, De Nederlandsche Bank en de ministeries van Financiën, Economische Zaken en Algemene Zaken. “Geen dreigementen, geen eisen. We wilden er alleen op wijzen dat we via de media hadden begrepen dat de Nederlandse Staat voornemens was de naam euro te gebruiken en dat mijn cliënt de enige rechthebbende van die naam is.”

Een maand later, eind mei vorig jaar, volgde de reactie: Financiën had de landsadvocaat ingeschakeld. Of Apon aanspraak kon maken op de naam euro moest niet in onderling overleg, maar voor de rechter worden uitgevochten. Sindsdien hebben Apon en Ilcken nauwelijks iets van Financiën of wie ook vernomen. Het kwam nog wel tot een gesprek met een delegatie van alle betrokken partijen. Maar volgens Ilcken hadden zijn zeven gesprekspartners zo weinig kennis van zaken dat hij het gesprek afbrak. “Daarop volgde de radiostilte die tot heden voortduurt”, zegt Ilcken.

Voor de advocaat en zijn cliënt is het er inmiddels op gaan lijken dat de Staat der Nederlanden Apon wil uitroken. De ingenieur moet binnen drie jaar nadat hij het depot heeft neergelegd, dus uiterlijk 4 oktober 1998, de naam euro gebruiken in de categoriën waardepapieren, munten en/of speelgoedgeld.

De door Financiën ingeschakelde landsadvocaat, de industrieel en intellectueel-eigendomspecialist D. den Hertog van het Haagse advocatenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, zegt op zijn beurt weer te wachten op de eerste stap van Apon en zijn raadsman. Wat Den Hertog betreft is die eerste stap een voorstel om “het dispuut of de naam euro beschermenswaardig is tijdig en ordelijk op te lossen”.

De manier waarop Den Hertog de bal terugkaatst werkt bij Apon als een rode lap op een stier. “Ik heb recht op die naam, het is mijn geesteskind”, zegt hij. “Recht zal geschieden. En als dat betekent dat ik speelgoedgeld of bankbiljetten moet drukken of munten moet slaan, dan doe ik dat.” Apon is met de voorbereidingen van het laatste al begonnen. Althans, dat wilde hij, maar De Nederlandse Munt weigert offerte uit te brengen voor het slaan van 20.000 'Apon-euro's'. Strijdig met de belangen van de grootste aandeelhouder van De Nederlandse Munt NV, luidt de motivatie. “Verbazingwekkend”, meent Ilcken, “als Financiën de claim van Apon als onzinnig, onbeduidend en kansloos betitelt, hoeft niemand zich toch zorgen te maken als hij euro's op de markt wil brengen?”

Niet alleen de instanties die het meeste last van Apon kunnen krijgen betitelen zijn claim als kansloos, ook merkdeskundige Bas Kist schat de kansen van “het Euromannetje” op nihil. Voor allen is de zaak heel simpel: Apon is te kwader trouw. Ten eerste omdat hij nimmer de intentie zal hebben om munten te slaan of bankbiljeten te drukken. Ten tweede omdat de Duitse minister van Financiën Waigel, twee dagen voor Apons depot, 2 oktober, aankondigde dat de nieuwe Europese eenheidsmunt vrijwel zeker 'euro' zal gaan heten.

Apon en vooral Ilcken schudden bij het horen van dergelijke “uitingen van volstrekte ondeskundigheid” vermoeid het hoofd. Alsof hij het voor de duizendste keer uitlegt, beklemtoont Ilcken het verschil tussen het opperen van de naam euro, zoals Waigel deed en ook al in 1970 gebeurde in een enquête van de Financial Times, en het gebruik van de naam euro. Niet het noemen van de naam is juridisch maatgevend, maar het gebruik ervan. “Kijk, wanneer u nu de naam 'gulden' voor munten en waardepapieren vastlegt, bent u natuurlijk wel te kwader trouw”, legt Ilcken uit. “Maar in oktober 1995 wàs er nog helemaal geen eenheidsmunt, de invoering stond niet vast en er was nog geen naam gekozen. Dus jurididisch gezien kan geen sprake zijn van kwade trouw.”

Sinds de naam euro Apon toebehoort, valt het de ingenieur moeilijk er niet dagelijks aan te denken. Maar op de vraag wàt hij dan precies denkt volgt een minutenlange stilte. “Het zou mijn leven op zijn kop kunnen zetten”, zegt Apon uiteindelijk. “Bijvoorbeeld omdat het op een hele prettige schikking uitdraait.”

Daarmee geeft Apon te kennen dat het toch vooral de waarde van het depot is die hem bezighoudt. “Vergeet niet dat het een overdraagbaar eigendomsrecht is”, verduidelijkt Ilcken. Vooropgesteld dat de rechter Apon aanwijst als rechtmatig eigenaar van de naam euro, dan kan hij deze verkopen aan de hoogste bieder. En dan gaat het om astronomische bedragen, menen Apon en Ilcken. “We nemen aan dat de overheid zich dat goed realiseert.” Een andere mogelijkheid is dat Apon de monetaire autoriteiten van Nederland en België het gebruik van de naam euro in licentie geeft. Denkbaar is dat Apon dan een percentage van de euro-omzet krijgt of jaarlijks een vast bedrag. “Of symbolisch één cent per Benelux-inwoner: 254.000 gulden per jaar”, zegt Ilcken.

Of Apon nu goud of blik in handen heeft, de onduidelijkheid rond de houdbaarheid van zijn claim lijkt een smetje te werpen op het Nederlandse EU-voorzitterschap. De Europese collega's van minister Zalm (Financiën) vragen of hij al tot een schikking is gekomen. Hun wetgeving rond het deponeren van merken sluit vrijwel uit dat iemand als Apon ook in het buitenland opstaat. Dat Nederland en België misschien wel de meest laagdrempelige merkenwetgeving ter wereld hebben had Zalm, wat zijn collega's betreft, toch moeten weten. “Als het ministerie van Financiën onmiddellijk de merknaam had gedeponeerd, was er vermoedelijk niets aan de hand geweest”, legt Koops van het merkenbureau uit.

“De staat schuift het probleem voor zich uit”, meent Apon. “Ze zien de ernst van de zaak niet in; dat depot van mij is een hobbeltje, dat wél genomen moet worden.”

Mocht het tot een acceptabele oplossing komen, dan heeft Apon zijn volgende depot al klaar: “Ik heb er namelijk nog eentje”, zegt hij. “Eurobank.”