Computerwereld geschokt; Patentenstrijd Digital en Intel over chips

NEW YORK, 14 MEI. Het Amerikaanse computerbedrijf Digital Equipment Corporation (DEC) beschuldigt chips-fabrikant Intel van schending van zijn patenten. Het bedrijf heeft een aanklacht ingediend bij de rechtbank in Worcester, Massachusetts.

Volgens DEC heeft Intel in zijn Pentium-halfgeleiders technologie van DEC gebruikt. De beschuldiging kwam gisteren van topman Robert Palmer van DEC. Hij zei met zoveel woorden dat DEC steeds meer zekerheid kreeg toen Intel zeer snel met een verbeterde Pentiumchip uitkwam, de Pentium Pro, en vorige week met de Pentium II. Intel, de grootste halfgeleidersproducent ter wereld, zou de technologie van DEC's Alpha-halfgeleider hebben overgenomen. Daar liggen patenten aan ten grondslag uit de periode 1986 tot 1996.

De computerwereld was geschokt en verrast door de beschuldigingen, die ook voor Intel zonder aankondiging kwamen. “Wij zijn nogal verbaasd”, aldus een woordvoerder. “Vooral ook omdat DEC een klant van ons is.”

DEC eist een ongespecificeerd bedrag aan schadevergoeding. Het bedrag is “immens”, zei Palmer. Volgens Palmer maakt de Pentium tweederde van Intels jaaromzet uit en die bedroeg in 1996 ongeveer 21 miljard dollar. De winst van Intel was meer dan 5 miljard dollar. Waarschijnlijk komt DEC's eis in de buurt van de 15 miljard.

De chips van Intel, de 'hersenen' van een computer, zitten in ongeveer tachtig procent van alle personal computers die er wereldwijd zijn verkocht. Het bedrijf heeft samen met Microsoft, dat besturingssoftware ontwikkelt, een ijzeren greep op de markt voor pc's. Intel levert de chips, Microsoft levert Windows. Er wordt wel gesproken van de Wintel-hegemonie. DEC koos eind jaren tachtig, net als IBM, voor een eigen processor-technologie en verloor terrein. Ondanks talloze bezuinigingen en ontslagrondes is het bedrijf nog steeds niet hersteld. Analisten beschouwen Palmers beschuldigingen voor een deel als een wanhoopsdaad. DEC is in Amerikaanse ogen een verliezer en probeert nu de schuld af te schuiven op machten en krachten buiten het eigen bedrijf.

Voor Palmer schijnt een belangrijk argument te zijn geweest dat Intel-topman Andy Grove vorig jaar in de Wall Street Journal verklaarde: “Wij zijn nu een grote jongen. Wij kunnen erop vertrouwen dat anderen fundamenteel onderzoek in halfgeleiders doen.” Volgens Palmer deden Grove en een andere topman toen uitspraken die erop wezen dat Intel zelf weinig fundamenteel onderzoek doet. Intel en DEC hebben in 1991 nog gesproken over samenwerking maar die gesprekken hebben tot niets concreets geleid. Twee jaar later had Intel de Pentiumchip. Volgens Palmer was dat verdacht snel.

Intel heeft publicitair nooit veel geluk gehad met de Pentium. Hoewel het bedrijf een enorme groei kent en elke jaar recordwinsten maakt, is er met de Pentium voortdurend iets aan de hand. Eind 1994 kwam naar buiten dat de Pentiumchip rekenfouten maakte. Zo zou de gekwadrateerde wortel van een getal niet weer datzelfde getal opleveren.

Het bedrijf ontkende dat toen en kwam voor grote pr-problemen te staan. Consumenten eisten hun geld terug en IBM ging er zelfs toe over om geen pc's met Pentiums meer te verkopen.

Eerder dit jaar ontstond er een rel toen Intel druk uitoefende op twee Duitse vaktijdschriften naar aanleiding van negatieve artikelen in die bladen over de Pentium II. Intel waarschuwde de bladen dat publicatie van een artikel consequenties kon hebben voor advertenties in de tijdschriften. Vorige week is ontdekt dat er in de Pentuim II minieme fouten zitten die met afzonderlijke software moeten worden gerepareerd.