Wat doe je met 15 miljard op de bank?

AMSTERDAM, 13 MEI. Voedings- en schoonmaakgigant Unilever doet zijn chemiedivisie de deur uit en krijgt automatisch een nieuwe kernactiviteit terug: thuisbankieren. Wat te doen, met zoveel poen?

Wellicht al volgende maand krijgt de financiële afdeling van Unilever een bedrag van meer dan vijftien miljard gulden op een van zijn bankrekeningen bijgeschreven. Het is de opbrengst van het afstoten van de chemiedivisie, de grootste verkoop van bezittingen ooit door een Nederlands bedrijf.

Financiële analisten, beleggers en bankiers loopt het water al bij voorbaat door de mond. Ligt een superovername (het Nederlands record, van 5,9 miljard gulden, staat op naam van Aegon) in het verschiet, plus dito provisies voor de bankiers? Of een eenmalig superdividend (ook gunstig voor de Nederlandse fiscus)? Of wellicht inkoop van eigen aandelen, ook al is dat in Nederland fiscaal onvoordelig? De beurskoers van Unilever liep vorige week al op het goede nieuws vooruit, net als overigens de beurskoers van de koper van de Unilever-dochters, de Britse chemiegigant ICI. De Unilever-aandelen pakten, rekening houdend met het uitgekeerde dividend, bijna een tientje koerswinst en stegen naar 387,30 gulden.

Unilever kan met de opbrengst van de chemiedivisie al zijn leningen en bankschulden (10 miljard gulden) aflossen en dan nog houdt het concern geld in kas. Dat alle schulden zo maar kunnen worden terugbetaald, is overigens een fictie: net als bij woninghypotheken zitten in deze leningen (de helft bestaat uit obligaties) boeteclausules voor vervroegde aflossingen. Een waarheid als een koe is dat de opbrengst wel zo snel mogelijk moet worden geïnvesteerd, want geld bij de bank levert op dit moment nauwelijks rente op. Zulke grote verkopen als Unilever nu heeft ondernomen zijn paradoxale beslissingen. Concerns verkopen op zich winstgevende activiteiten om met het geld nog profijtelijker bedrijven te kopen, of nieuwe investeringen te doen in bestaande dochterbedrijven die een hoger rendement opleveren. Unilever is niet de enige onderneming die als kernbedrijf (tijdelijk) moet thuisbankieren. “Het Nederlandse bedrijfsleven in zijn algemeenheid is natuurlijk al een paar jaar redelijk liquide”, zegt een grote professionele belegger. Cijfers van de Nederlandsche Bank wijzen eveneens in die richting. Eind 1996 hadden bedrijven tijdelijke tegoeden bij de Nederlandse banken voor een bedrag van ruim 137 miljard gulden, dat was 10,5 miljard gulden meer dan op dezelfde peildatum in 1995.

Er zijn twee soorten bedrijven die van het geld bulken: ondernemingen die zoveel geld verdienen dat er niet tegenop te investeren lijkt, zoals de Koninklijke/Shell. De energiegigant heeft meer dan 20 miljard gulden in kas en in de vorm van effecten met een korte looptijd. Dan zijn er bedrijfstakken als de bouw, constructie- en installatiebedrijven (IHC) en de uitgevers waar het gebruikelijk is dat klanten vooraf aanbetalingen doen of soms zelfs alles betalen (abonnementen). De tweede categorie zijn de ondernemingen die activiteiten verkocht hebben en in het geld zwemmen. Sinds Elsevier bijna twee jaar geleden voor bijna 900 miljoen gulden zijn krantenbedrijf Dagbladunie (uitgever van onder meer NRC Handelsblad) verkocht, zoekt het concern nieuwe winstgevende bestedingen. De 'mega deals' liggen niet voor het oprapen, terwijl de bedragen op de prijskaartjes van overnamekandidaten steeds weer worden opgeschroefd met de oplopende beurskoersen en de wetenschap in het achterhoofd van de verkopers dat het geld de kopers in de zak moet branden. De ware 'overname artiesten' in het bedrijfsleven weten zo min mogelijk tijd te laten vallen tussen een grote overname en een grote verkoop. Vendex verkocht zijn pakket van 36 procent van de aandelen van concurrent KBB september vorig jaar in de aanloop naar de overname in december van de Franse uitzendketen BIS. ABN Amro kon de opbrengst van 2,5 miljard gulden van de verkoop van zakenbank MeesPierson direct gebruiken voor de overname van de spaarbank Standard Federal (prijskaartje: 3,1 miljard gulden).

Anderen maken van de nood een deugd. In 1989 verkocht de toenmalige Holland Amerika Lijn zijn cruise-activiteiten en ging met de opbrengst verder als investeringsmaatschappij. Het vermogen dat geïnvesteerd is in vastgoed en in participaties in bedrijven groeit weliswaar gestaag (628 miljoen dollar eind 1996) maar het meeste geld (880 miljoen dollar) is nog steeds belegd in deposito's bij banken en in effecten op de financiële markten. Het curieuze is dat de ondernemingen die door aan- en verkopen van activiteiten hun profiel willen bijstellen over het algemeen ook bedrijven zijn die de belangen van de aandeelhouders voorop stellen. Op korte termijn lijdt de belegger echter onder zulke verschuivingen.

“Je geeft 7 à 8 procent rendement weg als bedrijf, terwijl je er maar 3 procent op een deposito bij de bank voor terug krijgt”, klaagt een vermogensbeheerder. De beurskoers van de aandelen Elsevier heeft naar zijn indruk zeker geleden onder het ruime bezit van overtollige liquiditeiten. “Unilever weet dat dit eraan zat te komen, dus je mag aannemen dat zij hun eigen plannen wel klaar hebben liggen”, speculeert een beleggingsanalist. “Maar als het een jaar of twee duurt zonder grote overname gaat het geld kosten.”