Uiteenlopende dodencijfers in Iran

QAEN/ TEHERAN, 13 MEI. Het officiële dodencijfer van de aardbeving van zaterdag in het noordoosten van Iran is door de autoriteiten van 2.400 tot ruim 1.500 teruggebracht. In het dorp Qaen, middenin het rampgebied, leverde onderminister van Binnenlandse Zaken Rassoul Zargar tegenover het officiële persbureau IRNA tegelijk kritiek op “tegenstrijdige” cijfers en “onwerkelijke gegevens” die de Iraanse pers over de aardbeving publiceert.

Volgens de Iraanse staatstelevisie zijn er bij de aardbeving 4.000 doden en gewonden gevallen, terwijl de krant Resselaat van 4.000 doden sprak. Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft 2.000 doden en 5.000 gewonden gemeld.

De Iraanse president, Hashemi Rafsanjani, heeft gisteren tijdens een bezoek aan het rampgebied beloofd dat binnen een maand een begin zal worden gemaakt met de wederopbouw. Als gevolg van de aardbeving, die een kracht had van 7.1 op de schaal van Richter en is gevolgd door meer dan 200 naschokken, zijn naar schatting 150.000 tot 200.000 mensen dakloos geworden.

Iran heeft een Frans aanbod van de hand gewezen om een reddingsploeg naar het rampgebied te sturen, maar materiële hulp verwelkomd. Eerder had Teheran een dergelijk Zwitsers aanbod verworpen.

De Iraanse Rode Halve Maan had binnen enkele uren na de ramp meer dan 4.000 reddingswerkers aan het werk, aldus het Internationale Rode Kruis in Genève. Het Rode Kruis toonde zich vanochtend tevreden over de tot dusverre binnengekomen hulpaanbiedingen: in totaal 7 miljoen Zwitserse franc van de gevraagde 12 miljoen is vanuit de wereld toegezegd. (Reuter, AP, AFP)