The Rake's Progress: het toneel brengt opera

Woensdag gaat in de Rotterdamse Schouwburg Stravinsky's The Rake's Progress in première, geregisseerd door Gerrit Timmers en Mirjam Koen van het Onafhankelijk Toneel. Een opera over de duivelse verleidingen van het grote leven.

The Rake's Progress door Onafhankelijk Toneel en Nederlands Balletorkest. Dirigent: Lucas Vis. 12 t/m 24/5 Rotterdamse Schouwburg; première 14/5. Res.: 010-4118110.

ROTTERDAM, 12 MEI. Voor de derde keer brengt theatergezelschap het Onafhankelijk Toneel een opera op het podium: Stravinsky's The Rake's Progress. Een echte opera, dus met een dirigent, orkest en geschoolde zangers. In 1990 bracht het regisseursduo Gerrit Timmers en Mirjam Koen Così fan tutte van Mozart, drie jaar later gevolgd door een van de opmerkelijkste operaprodukties van dat seizoen, Monteverdi's L'Incoronazione di Poppea. Decorontwerper Gerrit Timmers verwierf met zijn decor - een uitvoerige, zelfgemaakte maquette van het oude Rome - de Emmy van Leersum Prijs voor vormgeving van het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Veel toneelgezelschappen hebben de laatste twintig jaar hun liefde voor de muziek geuit in 'muziektheater', waarin toneelacteurs zongen, zo goed en zo kwaad als dat ging. Het acteren was hoofdzaak. Het Onafhankelijk Toneel kiest welbewust voor geoefende operazangers, met wie zij vervolgens aan de opera zijn theatrale dimensie geven.

Wat Timmers en Koen fascineert, is de spanning tussen de vrijheid die een acteur bezit en de gebondenheid van de operazanger aan de technische eisen van de partituur. “Wanneer wij met de zangers repeteren, lijkt het of de muziek op de achtergrond is gedrongen. Dan is alle concentratie gericht op het spel, de mise-en-scène, op het dramatische verloop van de handeling. Maar is er weer een repetitie met dirigent en orkest, dan eist die de aandacht op. Uiteindelijk vinden deze twee elementen, de opera en het toneel, elkaar. Muziek geeft aan de zangers het drama in de noten; theater geeft aan de zangers het drama in de handeling. Wij maken geen muziektheater, maar opera. En die keuze is wel zo mooi.”

Hoewel de sprong naar de twintigste-eeuwse opera The Rake's Progress na Monteverdi en Mozart groot lijkt, is dat slechts schijn. Igor Stravinsky citeert in The Rake, gecomponeerd in zijn neo-klassieke periode, naar hartelust uit bestaande opera's. Hij wilde een achttiende-eeuwse 'nummer-opera' schrijven, waarin de dramatische ontwikkeling afhangt van opeenvolgende, afzonderlijke delen zoals recitatieven, duetten, aria's. Veel verwijst naar bestaande opera's, het meest naar die van Mozart en zijn librettist Da Ponte.

The Rake's Progress ging in 1951 in La Fenice in Venetië in première, met Elisabeth Schwarzkopf in de rol van de verliefde jonge vrouw Anne Trulove. Haar liefde geldt Tom Rakewell - de titelheld. Hoewel hij voorbestemd is voor een suffig plattelandskantoorbaantje, laat hij zich door Nick Shadow verleiden de grote stad met haar fatale verleidingen te bezoeken. Tom wil de wereld in, en de mefistofelische Nick helpt hem daarbij een handje. Tot hij in het gekkenhuis zijn laatste toevlucht moet vinden.

Het libretto werd geschreven door de Engelse dichter W.H. Auden. Stravinsky kwam op het idee van de opera na het zien van een aantal moralistische schilderijen van de William Hogarth uit 1732-'33. Deze verbeelden het leven, de plotse rijkdom en de ondergang van de losbol Tom Rakewell. Het decor voor The Rake's Progress wordt vaak door beeldende kunstenaars ontworpen. David Hockney maakte voor het Festival van Glyndebourne een 'getekend' decor, de 'wilde' schilder Jörg Immendorf deed dat voor de Salzburger Festspiele.

Ontwerper Gerrit Timmers heeft deze voorstellingen gezien maar laat er zich niet door intimideren: “Wat je van eerdere ensceneringen vooral leert, is wat je niet moet doen. Het grootste gevaar van The Rake schuilt erin dat de figuren zoals Tom en het meisje Anne, maar ook Nick als de verleider en Mother Goose als de bordeelhoudster, karikaturen worden. Voor ons gaat het om Toms zoektocht naar inzicht en geluk, al zal hij tot slot geestelijk instorten. Het nieuwe voor ons is dat wij voor de eerste keer een voorstelling maken waarin het kwaad niet ìn de mens schuilt, maar buiten hem, gesymboliseerd door Nick Shadow, de duivel.

“Als houvast voor de enscenering hebben wij een verhaal bedacht, waarin de duivel naar God gaat om hem verantwoording voor de schepping van de mens te laten afleggen. Wat is dat nu, een onvolkomen wezen als de mens scheppen? Bovendien gaat hij dood; hij is ongelukkig, weet nauwelijks hoe te leven, richt almaar schade aan. Laat de zondvloed maar weer eens over de aarde gaan, suggereert de duivel. Maar dan zonder de Ark van Noach. De duivel ervaart de imperfectie van de mens als een wraak van God - misschien op hemzelf. Hij is jaloers. Daarom besluit hij zijn gelijk te bewijzen en toont met Tom Rakewell als inzet dat het niets gedaan is met dat sterfelijke wezen. In Tom laat hij de zelfdestructieve krachten van de mens aan bod komen, met alle gevolgen van dien.

Timmers en Koen: “De ergste vijand van de mens, zijn meest tragische gevoel, is dat van leegte, van een besef van innerlijke onvervuldheid dat tot rusteloosheid leidt. Tom is daarvan het voorbeeld. Hij laat Anne Trulove in de steek; dat is voor haar heel erg, want zij behoort nog de jeugd toe en de jeugd kan niet begrijpen dat je in de liefde teleurgesteld kunt raken. Bij de vrouw met de baard meent Rakewell uiteindelijk geluk te vinden, maar veel meer dan een kermisattractie is ze niet en bovendien is hun huwelijk een schertsvertoning, een 'celebrity-marriage' die slechts voor vermaak zorgt.”

Evenals voor L'Incoronazione di Poppea maakte Gerrit Timmers voor The Rake huizen, bouwsels en interieurs die eerder schetsen in hout zijn, maquettes dus, dan een echte weergave van de werkelijkheid. Omdat Anne en Tom jonggeliefden zijn, en Anne in haar meisjeskamer op zolder woont, speelt een groot deel van de handeling zich af op het dak van haar ouderlijk huis. Immers, onder de beschutting van de schuine balken, ontdekken zij de eerste liefde.

Later in de opera, in het bordeel van Mother Goose, zal die prille liefde geperverteerd worden en moet Tom op pijnlijke wijze ondergaan dat liefde en seks niets met elkaar te maken hebben. Het idee om een deel van de opera zich op het dak te laten afspelen, is een van die mooie, liefdevolle vondsten van Timmers en Koen die, ogenschijnlijk vanzelfsprekend, toch heel inventief zijn.

“Eigenlijk heb je aan aanduidingen genoeg,” zeggen Timmers en Koen. “Altijd bestaat er het gevaar te nadrukkelijk te zijn. En deze opera is een niet mis te verstane moraliteit over hoe vervulling in het leven te vinden en waartoe dat gezoek kan leiden. Het einde is open. Vergeeft Anne aan Tom zijn losbandigheid, zal hij in haar armen de getemde libertijn worden? De opera geeft er geen antwoord op. Een gekkenhuis als einde is wrang genoeg. Nick Shadow heeft God wel het ultieme bewijs geleverd dat de mens een armzalig schepsel is, ondanks alle streven naar geluk.”