Feest van lastenverlichting van korte duur

Het huidige kabinet kan aan het eind van zijn regeerperiode waarschijnlijk 11 miljard gulden aan lastenverlichting claimen. Maar: hoe lang kan het uitdelen van extraatjes doorgaan?

DEN HAAG, 12 MEI. Is bij het aantreden van het volgende kabinet het feest van de economische groei afgelopen? En komt er dan ook een eind aan het uitdelen van extraatjes? Als het economische scenario voor de volgende kabinetsperiode van het Centraal Planbureau (CPB) bewaarheid wordt, luidt het antwoord op beide vragen 'ja'. Want dan heeft het volgende kabinet de helft minder ruimte voor lastenverlichting dan het huidige kabinet-Kok.

Wanneer de economie de komende vier jaar met gemiddeld twee procent groeit, zo heeft het CPB becijferd, kan het volgende kabinet in vier jaar tijd de lasten met 5,5 miljard gulden verlichten. Het kabinet-Kok kan, wanneer het in mei volgend jaar afzwaait, zeggen dat het in de hele kabinetsperiode de lasten met 11 miljard gulden heeft weten te reduceren. Twee miljard meer dan het in 1994 nog dacht bijeen te sprokkelen.

Waar is dat geld naar toegegaan? Vier miljard van de elf naar de bedrijven. Het gaat daarbij om lagere belastingen, maar ook om subsidies die werkgevers krijgen als ze personeel op of vlak boven het minimumloon aannemen.

Het zijn vooral de gezinnen die van het gunstige tij hebben geprofiteerd. In totaal is een bedrag van 6,5 miljard gulden in de huishoudportemonnees terecht gekomen: lagere belastingen, maar ook verhogingen van bijvoorbeeld de huursubsidie om mensen met een gering inkomen enigszins mee te laten delen in de economische groei.

Het gunstige beeld van minder belasting en meer extraatjes wordt echter anders als rekening wordt gehouden met de problemen die het kabinet heeft met de fondsen waaruit de uitkeringen worden betaald. Die kampen met tekorten van enige miljarden - een erfenis waar het volgende kabinet een oplossing voor zal moeten zoeken.

De tekorten zijn volgens de fondsbeheerders ontstaan, omdat de verzekeringspremies van met name de AOW en de WW jarenlang te laag zijn vastgesteld. Volgens de beheerder van het AOW-fonds, oud-minister van Sociale Zaken B. de Vries, betekent dit dat iedereen zijn portie lastenverlichting al in zijn zak heeft gestoken. Het feest van de lastenverlichting was wat hem betreft al afgelopen, voordat het begon.

De Vries en zijn twee collega-fondsbeheerders Flip Buurmeijer (WW-fondsen) en Lou de Graaf (Ziekenfondsraad) menen dat de premies zo snel mogelijk, liefst volgend jaar als het volgende kabinet aantreedt, omhoog moeten: 'Nu leven we immers nog in de vette jaren'. “Als het in deze jaren van economische voorspoed niet lukt om het fondsentekort weg te werken, zou ik werkelijk niet weten wanneer het wel zal moeten”, meent De Vries.

Hetzelfde argument wordt gebruikt door de critici van al te uitbundige lastenverlichting zoals de president van De Nederlandsche Bank, Wim Duisenberg. Waar De Vries zijn 'dit is het moment'-pleidooi hanteert om fondstekorten weg te werken, gebruikt Duisenberg het echter om de noodzakelijke reductie van het financieringstekort te bepleiten. Volgens hem is het een intussen wijd verbreid misverstand dat dit tekort niet boven de drie procent zou mogen komen. De afspraak rond de toetreding tot de Economische en Monetaire Unie (EMU) is juist dat het financieringstekort nul moet zijn, en beter nog is een klein financieringsoverschot. Duisenberg meent dat het huidige kabinet teveel naar lastenverlichting heeft gekeken en veel te weinig naar de EMU-afspraken.

Gezien de beperkte ruimte die het CPB schetst, zal het voor een volgend kabinet nog moeilijker worden om tussen lastenverlichting en EMU-tekort een balans te vinden. Het Planbureau gaat er bij zijn behoedzame berekeningen bovendien van uit dat het financieringstekort 1,75 procent zal bedragen. Nog ruim boven de gedroomde nul.

Volgens het Tweede-Kamerlid Hans Hoogervorst (VVD) noopt de geringe “budgettaire ruimte” tot bescheiden verkiezingsprogramma's in de aanloop naar mei 1998. Alle partijen hebben zich al gebonden aan de EMU-afspraak om het financieringstekort terug te dringen. Maar tegelijkertijd zullen voorstellen in de programma's staan om het belastingsysteem ingrijpend te veranderen. Hiervoor zijn evenzeer vele miljarden nodig. Het belastingplan waar het huidige kabinet aan werkt en waarvan staatssecretaris Vermeend (Financiën) deze maand een voorzet presenteerde, kost zo'n tien miljard gulden aan ruimte voor lastenverlichting.

Ondanks het noodzakelijke verder terugdringen van het financieringstekort en de miljardenverslindende herzieningen van het belastingstelsel van de 21ste eeuw, zullen alle politieke partijen ook hun achterban enige extraatjes in het vooruitzicht willen stellen. Wanneer de drie wegen tegelijkertijd worden bewandeld moet een volgend kabinet aanzienlijk meer overhouden dan de 5,5 miljard die het CPB nu voorspelt bij een gemiddelde groei van twee procent per jaar. “Die 5,5 miljard is een leuk begin, maar niet meer dan dat”, meent Hoogervorst. Het volgend kabinet staat dan ook maar één ding te doen als de voorspelling van het CPB uitkomt: bezuinigen.