Duitse twijfels

DE KANS DAT Europa na het tijdperk van de onbelemmerde aanbodeconomie een ruk naar links gaat maken, is langzamerhand reëel. De overwinning van de socialist Blair in het Verenigd Koninkrijk zou een vervolg kunnen krijgen in Frankrijk (binnenkort) en Duitsland (volgend jaar).

Wat dat in de praktijk zou betekenen, is een andere kwestie. Een regering-Jospin zou een herleving van de cohabitation betekenen, een meer of minder moeizaam samenwerken tussen een rechtse president en een links kabinet. In Duitsland lijkt het nogal een verschil te maken wie uit de SPD-top eventueel de zege op kanselier Kohl zou binnenhalen. De ogenschijnlijke ruk naar links zou in werkelijkheid wel eens kunnen uitmonden in een ruk naar rechts van Europa's socialisten.

Dat suggereert tenminste voor Duitsland het vraaggesprek met Gerhard Schröder, premier van de deelstaat Nedersaksen, afgelopen vrijdag in deze krant. Het is lang niet zeker dat de SPD deze relatieve nieuwlichter als haar kanselierskandidaat zal opstellen, maar als de keuze op Schröder valt zou hij, volgens de peilingen nu, tegen Kohl de beste kansen maken. Een kanselier Schröder zal afstand nemen van 'leuke dingen voor linkse mensen' zoals een ingesnoerde werkweek en een ongebreidelde sociale zekerheid. Zijn prioriteit is, zegt hij, het terugdringen van de massale en chronische werkloosheid die de zelfverzekerdheid van de Duitse burger aantast. Zelfs de euro zou, tijdelijk, moeten worden geofferd als terugdringing van de werkloosheid dat noodzakelijk maakt.

HET 'DUITSLAND EERST' zal gevestigde bondsrepublikeinse politici niet gemakkelijk over de lippen komen. Maar in Schröders benadering van Duitslands problemen klinkt dat motto wel door. De inspanningen die de Duitsers in het verleden hebben geleverd om van het Verenigd Europa een succes te maken, dreigen nu te worden overschaduwd door binnenlandse tegenslagen. Naarmate de bondsrepublikein zich grotere welstand aanmat, werd vaker de klacht gehoord dat hij met zijn identiteit geen raad wist. Anders dan historisch gewortelde naties als de Franse en de Britse waren de Duitsers tientallen jaren lang politiek en geografisch verdeeld en voelden zij zich belast met een verschrikkelijk verleden. De hereniging scheen soelaas te bieden, maar inmiddels blijkt de emotionele scheidslijn tussen Ossies en Wessies het voormalige IJzeren Gordijn als obstakel voor echte eenheid nog te overtreffen. De Duitse identiteit of de afwezigheid daarvan staat opnieuw hoog op de agenda van algemeen-maatschappelijke aandachtspunten.

De dilemma's waarvoor Duitsland staat, maken zich breed in allerlei politieke kwesties. Of het nu gaat om de externe en interne veiligheid, de verhouding tot de buren of de Duitse plaats in een groter verband dan de Europese, Duitse onzekerheid valt niet te verbloemen. De Europese koers die kanselier Kohl onverdroten aanhoudt, krijgt meer en meer het karakter van een façade die op het punt staat te verschrompelen.

ALLEEN AL de keuze die moet worden gemaakt tussen de Russische Federatie en Duitslands Middeneuropese buren gaat Bonns krachten te boven. Het tempo dat de regering-Clinton, overigens na langdurig aarzelen, heeft ontwikkeld bij het uitbreiden van de NAVO kan de Duitse regering nauwelijks bijhouden. Natuurlijk wil zij landen als Polen en Tsjechië integreren in de Europese en de Atlantische wereld, maar nergens is het ongemak over de Russische reacties zo groot als in Bonn. Aan hun oostgrens willen de Duitsers graag het Westen terug zien, maar de prijs van een vervreemd Rusland dreigt toch te hoog te worden.

Niet alleen het traditionele bondgenootschap met de Verenigde Staten staat onder de druk van veranderde en veranderende nationale belangen, hetzelfde geldt voor de oude vriendschap met Frankrijk. Hoezeer de Amerikaanse en Franse Europa-politiek in het verleden ook door duurzame rivaliteit werd gekenmerkt, de Duitsers konden net zo min buiten de een als buiten de ander - en Fransen en Amerikanen respecteerden dat. Nu hebben beide mogendheden de Duitsers nog weinig te bieden bij de oplossing van hun specifieke problemen en dilemma's. De gemakkelijke Amerikaanse oproep aan de Bondsrepubliek, na de Wende voor het eerst door president Bush gedaan, om in Europa de leiderstrui over te nemen mag de Duitse trots bevredigen, maar maakt Duitslands positie en rol ten opzichte van andere ambitieuze Europeanen er niet simpeler op.

GERHARD SCHRÖDER durft intussen de dingen bij hun naam te noemen. De Europese integratie wenst hij niet op het spel te zetten, maar de eenwording zal zich, als hij het voor het zeggen krijgt, meer dan in het verleden op Duitse voorwaarden dienen te voltrekken. In een land dat onder twijfels gebukt gaat, straalt deze zichzelf modern noemende sociaal-democraat grote zelfverzekerdheid uit. Dat is voor een politicus die het hoogste ambt in zijn land ambieert misschien een beslissende eigenschap. En voor zijn eventuele tegenspelers alvast iets om rekening mee te houden.