Verenigde Staten; Scheermesjes en een bruine Barbie

Al negen jaar woont José La Hoz (38) in de Verenigde Staten, maar hij spreekt nauwelijks een woord Engels. Zijn kraampje op de marktplaats in Washington Heights op Manhattan is gevuld met koopwaar. “Ik doe dit nu tweeëneenhalf jaar”, zegt hij, terwijl hij met een hand de luifel boven zijn kraam vasthoudt. Er staat een stevige wind, maar het is warm en de zon schijnt. “Als het mooi weer is, gaan de zaken goed.”

La Hoz komt uit Porto Plata, een redelijk grote stad in de Dominicaanse Republiek. Met zijn vrouw en dochtertje woont hij in de buurt van de markt. Heel Washington Heights, dat onder de oprit naar de George Washington Bridge ligt, is Spaanstalig. Vroeger woonden er veel Cubanen, maar die trekken steeds meer weg. Er blijven vooral Dominicanen over.

Marktkoopman La Hoz kon in 1995 een kleine lening afsluiten met de Washington Heights & Inwood Development Corporation. Eerst kreeg La Hoz een micro-krediet van duizend dollar over zes maanden, daarna nog eens duizend. De rente bedroeg 11,25 procent op jaarbasis. La Hoz heeft er zijn kraam mee opgezet. “Eerst had ik maar een heel klein tafeltje met weinig spullen”, geeft hij aan terwijl hij zijn schouders versmalt. Dan maakt hij een weids gebaar over het speelgoed, de video's, de bruine Barbie, de scheermesjes, tandpasta, nagellak, puzzels en bordspelletjes: “Nu heb ik een veel grotere kraam.”

Het programma waarmee de Development Corporation kleine leningen verstrekt aan buurtbewoners heet The Bo$$, een van de tientallen micro-kredietprojecten die in de VS, vooral in de grote steden, worden uitgevoerd. Soms zijn ze opgezet door de overheid, die enkele jaren geleden zeer actief was in het lanceren van het Grameen-model van Mohammed Yunus.

“We begonnen een paar jaar geleden met in totaal vierduizend dollar, maar we kregen al snel meer”, zegt executive director Dennis Reeder in het kleine kantoor van de Development Corporation op Wadsworth Avenue. “Onze gemiddelde lening is 3.500 dollar, maar het bedrag gaat langzaam omhoog. De laagste lening die we hebben gedaan was 200 dollar voor de duur van een maand.”

De meeste leningen hebben een looptijd van een jaar, behalve bij een lening van meer dan tienduizend dollar. De meeste leningen hebben de vorm van een 'ballonlening', waarbij eerst alleen rente wordt betaald en daarna de aflossing volgt. De cliënten betalen 11,25 procent rente, de winst investeert de Washington Heights Corporation, een non-profitorganisatie, opnieuw in de arme wijk.

Voor hij zijn 'grotere kraam' opzette was La Hoz zes maanden straatventer zonder vergunning. Met de lening van de Development Corporation kon hij legaal en met een behoorlijke basis op de markt gaan staan. Een folder leidde hem naar hun kantoor, vlak in de buurt. Hoe wist hij dat hij dat kantoor kon vertrouwen? La Hoz begint te lachen. “Zij vertrouwden míj! Ik kreeg twee keer duizend dollar!”

Over het algemeen zijn grote banken niet geïnteresseerd in kleine leningen. Het kost te veel, leningen van een paar duizend dollar; met precies hetzelfde werk kunnen banken tien keer meer verdienen. Persoonlijke leningen willen ze wel geven maar dan zijn er ook strenge eisen, waarvoor immigranten die net zijn gearriveerd doorgaans niet in aanmerking komen.

De banken die wel meewerken aan kredietprogramma's voor armen doen dat doorgaans in het kader van de Amerikaanse Community Reinvestment Act (CRA) uit 1977. Die wet verplicht hen te investeren in de buurt waar ze actief zijn. Er liggen geen percentages of bedragen vast maar vier federale, toezichthoudende instanties controleren elk jaar of banken aan hun plicht voldoen. De verklaring van de bank moet plattegronden bevatten van de locaties waar leningen zijn verstrekt en een lijst van wat is geleend aan wie. Een project als The Bo$$ helpt dus niet alleen de kleine man, maar ook de grote banken die aan hun CRA-verplichtingen moeten voldoen.

Volgens Dennis Reeder zijn er veel overheidsprogramma's met het doel kleine bedrijfjes te helpen, maar stikken de meeste in hun eigen bureaucratie. Hij kent een instantie die drie miljoen dollar tot z'n beschikking heeft, maar slechts 100.000 dollar heeft uitstaan.

Vooraf hield Reeder rekening met een wanbetalingsratio van 5 procent, in de praktijk blijkt minder dan een half procent zijn verplichtingen niet na te komen. José la Hoz had geen enkele moeite om eerst de rente en daarna de hoofdsom in zijn geheel terug te betalen. Hij verdient nu gemiddeld tienduizend dollar per jaar. Nog steeds niet voldoende om van te leven, maar zijn vrouw werkt ook.