Minister pakt PTT Telecom hard aan

De Tweede Kamer debatteert volgende week over het toezicht op de markt voor vaste telefonie, waar PTT Telecom vanaf 1 juli zijn monopolie verliest. Volgens minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) zal het nog wel even duren voordat van een echt vrije markt sprake is.

DEN HAAG, 10 MEI.De consument zal voor zijn telefoongesprekken in theorie vanaf 1 juli een concurrent van PTT Telecom kunnen kiezen, liefst tegen een lager tarief. In de praktijk zal daarvan nog geen sprake zijn. De komende jaren zal de bulk van de telefoongesprekken waarschijnlijk nog eindigen of beginnen bij eén van de ruim acht miljoen abonnees van PTT Telecom, zo erkennen ook nieuwkomers Telfort en Enertel.

De voormalige monopolist moet zijn concurrenten toegang bieden tot zijn netwerk, maar zet de hakken in het zand. PTT Telecom is niet van plan de concurrentie zonder slag of stoot binnen te laten wandelen. Zo is het voorlopig niet mogelijk dat consumenten die straks kiezen voor een andere maatschappij hun eigen nummer behouden. Ook woedt tussen PTT Telecom en Telfort, een alliantie tussen de Nederlandse Spoorwegen en British Telecom, een conflict over de tarieven die Telfort moet betalen voor gebruik van het PTT-netwerk. Verder wil PTT Telecom de concurrentie de pas afsnijden door zijn abonnees gratis een antwoordapparaat (voice mail) en e-mail (na zes maanden vijf gulden per maand) aan te bieden.

Nu nog bepaalt minister Jorritsma zelf of het hier gaat om 'oneerlijke concurrentie'; vanaf 1 juli zal een onafhankelijke toezichthouder dat doen. Volgende week spreekt de Tweede Kamer zich uit over de taken en bevoegdheden van die Onafhankelijke Post en Telecom Autoriteit (OPTA).

Jorritsma meent dat het voor de nieuwkomers niet gemakkelijk zal zijn marktaandeel te veroveren, bijvoorbeeld op basis van lagere tarieven. “PTT Telecom is best een efficiënt bedrijf”, zegt zij. Andere nieuwe aanbieders, Enertel bijvoorbeeld waarin kabel- en energiebedrijven zijn verenigd, stuiten op technische problemen. “Met name telefonie via de kabel blijkt niet zo eenvoudig als was voorzien”, zegt Jorritsma. “Daar komt nog bij dat er enorme investeringen van deze bedrijven gevraagd worden. Daarover signaleer ik nu enige aarzeling.”

De nieuwe aanbieders zullen volgens de minister pas werkelijk geld gaan verdienen met het aanbieden van Internet en multimedia-toepassingen, zoals telefonisch winkelen of beeldtelefoon. “Het zal voor de nieuwe aanbieders niet eenvoudig worden, maar ze hadden toch geen belangstelling getoond als ze dachten dat er op deze markt niets te halen viel.”

Voorlopig zullen de binnenkomers een steun in de rug nodig hebben om het tegen de dominante marktpartij op te nemen. In het Verenigd Koninkrijk is gebleken dat een sterke onafhankelijke toezichthouder daarbij onmisbaar is. Jorritsma wijst er op dat met de introductie van de onafhankelijke toezichthouder OPTA de greep van de politiek op de telecommarkt verder verzwakt. “Kabinet en parlement mogen zich er dan niet meer mee bemoeien. Dat zal voor sommige politici heel lastig zijn. Tot nu toe konden ze mij altijd ter verantwoording roepen, dat kan dan niet meer.”

In een eerder stadium hebben Kamerleden kritiek geuit op haar wetsvoorstel. Bezwaar van de fractiespecialisten was onder meer dat spelers op de snelgroeiende telecommarkt niet alleen met OPTA (namens Verkeer en Waterstaat), maar met nog twee andere toezichthouders te maken zullen krijgen. Het Commissariaat voor de Media (namens Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) en de Nederlandse Kartel Autoriteit (namens het ministerie van Economische Zaken) hebben daarin elk een eigen rol. Zo zullen kabelbedrijven die zich op telefonie storten met alle drie de toezichthouders te maken krijgen.

“Er zijn grijze vlakken”, erkent Jorritsma. De Nederlandse Kartel Autoriteit komt in de ogen van de minister als eerste in aanmerking om 'gewone' conflicten op te lossen op de telecommarkt. “Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van misbruik van macht”, zegt zij. Meer gespecialiseerde conflicten, onenigheid over tarieven voor gebruik van elkaars netwerken bijvoorbeeld, zullen wel worden voorgelegd aan de OPTA. Daarmee is de taakverdeling volgens de minister “redelijk duidelijk”.

Een gespecialiseerde toezichthouder voor de telecommmunicatiemarkt zal bovendien niet tot in lengte van dagen blijven bestaan. OPTA is volgens de minister onmisbaar om nieuwe spelers een kans te geven zolang PTT Telecom dominant is. Als de nieuwe spelers een voet tussen de deur hebben gekregen zal de onafhankelijke toezichthouder zich langzaam kunnen terugtrekken.

Tot die tijd zal PTT Telecom hard worden aangepakt, erkent Jorritsma. De afgelopen maanden maakte de minister al duidelijk niet terug te schrikken voor een harde aanpak van het voormalige staatsbedrijf. Zo dwong Jorritsma KPN zijn belang in zijn kabeldochter terug te dringen tot 20 procent en moest KPN zijn plan voor gratis voice mail opschorten. PTT Telecom klaagde op zijn beurt over oneerlijke behandeling door de minister. “Als je altijd in een beschermde markt hebt geopereerd is het logisch dat je piept”, zegt Jorritsma. “Aan de andere kant kan PTT Telecom nu in het buitenland expanderen. Bovendien is de groei van de Nederlandse markt nog zodanig dat iedereen de kans heeft om te groeien, ook al is het dan niet in marktaandeel.” Nu de liberalisering van de telefonie bijna is afgesloten wil Jorritsma voort met het dossier 'marktwerking'. Nog voor het einde van deze kabinetsperiode wil ze knopen doorhakken over het volgende grote onderwerp waar marktwerking aan de orde is: het bus- en treinvervoer. “We moeten de ov-bedrijven prikkelen om efficiënter te opereren”, zegt de minister “net als we bij PTT Telecom hebben gedaan.”. Maar Jorritsma heeft de Tweede Kamer tot nu toe nog niet kunnen overtuigen dat marktwerking voor bus of trein net zo goed kan werken als voor de telefoon.