Joints en asperges bij bekerhulde

Vijftienduizend supporters van Roda JC huldigden afgelopen nacht op het Plein der Kampioenen in Kerkrade de bekerwinnaar. “Os Roda is det sjunste op dr welt, wat dr herrjott hat jemaat.”

KERKRADE, 9 MEI. Nog nooit heeft Kerkrade zo ver van Rotterdam gelegen als gisteravond. Al om tien uur stonden enkele duizenden Kerkradenaren te wachten op de thuiskomst van hun bekerhelden. Dat waren de tweedeklas-supporters, die hun liefde voor Roda bezongen maar er in tegenstelling tot de twaalfduizend echte Roda-aanhangers geen tocht naar Rotterdam voor over hadden. En dan was er nog de groep derdeklas-fans die rustig de tijd doorbracht in hotel Herpers naast het stadhuis om de bekeroverwinning te vieren met een aspergemenu. Maar toen de wedstrijd was afgelopen, versnelden de serveersters hun pas en de klanten hadden nog niet afgerekend, of hun tafels en stoelen werden naar het schuurtje gebracht.

Nog funf minuute, nog uh kleine funf minuute, bleef de geluidsman buiten wanhopig omroepen, als hij voor de zoveelste keer het krijgsrepertoire van Roda had afgedraaid. Van lieverlee werd eerst burgemeester Wöltgens luide bejubeld, alleen maar omdat hij de trappen naar het bordes van zijn gemeentehuis besteeg. Daarna konden de wachtenden de tijd weer doden met voetbalfilosofie.

“Stel je toch eens voor dat we Babangida, De Kock, Huiberts en Stevens er nog bij hadden gehad”, zegt een oudere Kerkradenaar aan de voet van het mijnwerkersstandbeeld Dr Joep. Hij keek naar een jongere stadgenoot die een zelfgemaakte Europa Cup met heel grote oren de lucht in stak. Dr Joep kreeg onder luid gejuich een geel-zwart hemd van twee haastig aaneengenaaide vlaggen om zijn stoere bovenlijf dedrapeerd. Voor mijmeringen over mijnsluitingen en werkloosheid was even geen tijd: “We are the champions, no time for losers”, klonk het uit de schorre kelen.

Om middernacht, nadat voor de tachtigste keer was gezongen “det sjunste op dr welt, wat dr herrjott hat jemaat, dat is os Roda, wen det joale maat”, leek het te gaan gebeuren. De grote deur van het gemeentehuis ging open en daar verschenen de Roda-bestuurders die met hun donkere limousines de bussen vooruit waren gesneld. Met de sigaar in de ene en de eega in de andere hand namen de plaatselijke notabelen de toejuichingen van de menigte in ontvangst. Beneden op het plein werd de sigarenlucht royaal overtroffen door de dampen van de joints die de jongere aanhang genereus liet rondgaan. Alleen de pils ontbrak omdat een tocht naar een van de tapkranen in de cafés alleen voor de allersterksten was weggelegd en toch vaak eindigde in een teleurstelling, omdat de glasvoorraad binnen de kortste keren was vermalen onder de voeten van de menigte.

Om half een - de Markt was inmiddels omgedoopt tot het Plein der Kampioenen en de teruggekeerde eersteklas supporters hadden de dranghekken stormenderhand geslecht - werd het wachten ten langen leste beloond. Opeens was de hele markt één deinende geel-zwarte massa, toen Ruud Hesp als eerste van de helden op het bordes verscheen met hoog boven zijn hoofd de zilveren KNVB-beker. Eén voor één riep hij de spelers naar voren: Peter van Houdt als populairste vertegenwoordiger van het Belgische koninkrijk, de lange Gerald Sibon die op de rand van het bordes sprong om nog hoger boven zijn omgeving uit te torenen, Eric van de Luer, wiens Maastrichtse tongval even vergeven werd en Gerrie Senden, samen met de ongelukkige René Trost de plaatselijke favoriet. Daarna volgden de trainers: Eddie Achterberg met zijn Twentse accent dat nogal komisch aandoet in de stad met het moeilijkst verstaanbare dialect van Nederland, en Martin Jol, die definitief waardig is bevonden als opvolger van Huub Stevens. Als allerlaatste kwam 'ome' Nol Hendriks, de peetvader van Roda die met zijn kennersoog en zijn goed gevulde portemonnee zoveel talenten naar Kerkrade heeft gehaald. Hij liet zich liever met de spelers dan met de overige bestuursleden bejubelen. “Nollie, Nollie”, scandeerde de geel-zwarte menigte.

Maar heel lang duurde de huldiging van de man bij wie Roda tot aan de verkoop van Babangida, De Kock en Stevens voor tien miljoen in het krijt stond, ook weer niet. Sommigen in het publiek rekenden Hendriks de verkopen zwaar aan: “Hij heeft er zeventien verkocht”, mopperde een oudere supporter tegen zijn buurman. Die herinnerde hem er fijntjes aan dat Roda een paar uur eerder de nationale beker had gewonnen: “Dat is toch werkelich det sjunste op dr welt.”

De twee jongeren die de namaakbeker met de grote oren meezeulden, wisten al wat ze over twee weken gaan doen: “Dan gaan we naar Gelsenkirchen om eens te kijken hoe het voelt als je een Europa Cup wint. Want Schalke is toch ook een beetje Roda en volgend jaar komen die van Schalke bij ons.”

De digitale thermometer op de gevel van het bankfiliaal gaf negen graden aan toen om 1.00 uur de huldiging begon te verlopen. De politie, die geen enkel probleem had met de feestende massa, schatte het aantal aanwezigen op vijftienduizend. “Maar goed dat Heerenveen niet heeft gewonnen”, zegt een voorbijganger: “Heb je dat pleintje gezien waar zij feest hadden moeten vieren? Laat hun maar schaatsen, wij hebben Roda.”