Het volk is heel goed in staat om zelf zijn burgemeester te kiezen

De ophef rond burgemeestersbenoemingen zal blijven bestaan, zolang de huidige procedure niet wordt gewijzigd. Herman Wigbold vindt dat de burgemeester moet worden gekozen of door de Kroon benoemd. Het geldende systeem met vertrouwenscommissies is vragen om moeilijkheden.

Wanneer komt een einde aan die eindeloze strubbelingen over burgemeestersbenoemingen? De laatste keer deden ze zich voor in Tilburg maar nieuwe moeilijkheden over Delft en Hilversum kondigen zich al aan. Er kan geen burgemeester, zelfs in een middelgrote gemeente, worden benoemd of er ontstaan problemen. Er zijn twee methoden om die te voorkomen: óf het volk kiest de burgemeester, óf het benoemingsrecht blijft volledig liggen bij de Kroon - in feite de minister en bij belangrijke benoemingen het kabinet - maar dan zonder de poespas van vertrouwenscommissies (die bijna altijd namen lekken) en 'profielen' (die bijna altijd hetzelfde luiden) en die beide op het uiteindelijke resultaat geen invloed hebben omdat Den Haag toch zijn eigen gang gaat.

De eerste oplossing verdient natuurlijk de voorkeur. Er is geen enkele zinnige reden te bedenken waarom de kiezers de keuze van een burgemeester wordt onthouden. De eerste zogenaamde reden is dat een benoemde burgemeester onafhankelijker staat tegenover gemeenteraad en bevolking. Een raar argument. Praktisch alle burgemeesters in Nederland worden gekozen op grond van hun partijlidmaatschap. Hoe onafhankelijk zij zich ook willen gedragen, zij zullen altijd en onvermijdelijk worden beïnvloed door de politieke opvattingen van hun partij. In de praktijk worden ze daarop ook beoordeeld. Zijn (of haar) stem wordt als zodanig geïnterpreteerd: 'Hij is een van ons', of juist niet. Een gekozen burgemeester die ook moet samenwerken met wethouders van diverse politieke pluimage en met een pluriform samengestelde raad, zal eerder zijn onafhankelijkheid kunnen bewaren dan een benoemde burgemeester.

De tweede reden is dat een gekozen burgemeester in sterke mate rekening zal moeten houden met de opvattingen van degenen die hem hebben gekozen. Dat is juist maar hij verschilt in dit opzicht niet van een parlementslid. Van beiden mag worden verwacht dat ze het algemeen belang laten prevaleren. Bij zijn bezoek aan New York constateerde burgemeester Patijn met enig misprijzen dat burgemeester Guiliani een derde van zijn tijd besteedt om voeling te houden met zijn kiezers. Dat lijkt me een zeer juiste besteding van zijn tijd. Het is namelijk de essentie van een democratie.

De derde - soms uitgesproken maar meestal onuitgesproken - reden is dat de deur dan wordt opengezet voor allerlei Hadjememaars. Met dezelfde reden zou men ook af kunnen zien van de verkiezing van het parlement. Waarom zouden bij burgemeestersverkiezingen wel en bij parlementsverkiezingen geen Hadjememaars kunnen optreden? De ervaring leert dat we dit oordeel best aan de kiezers kunnen overlaten. Koekoek kreeg op het hoogtepunt van zijn macht niet meer dan vijf procent van de stemmen en extreem-rechts blijft daar ondanks bezwaren van velen tegen het minderhedenbeleid nog ruimschoots onder. Eenzelfde lot zal een caféhouder treffen die zich alleen maar kandidaat stelt om de café's langer open te laten zijn.

Natuurlijk zal hier en daar wel eens iemand worden gekozen die de vereiste bekwaamheden mist (is dat bij parlementsleden en ministers anders?). Maar zijn alle benoemde burgemeesters dan zo 'uiterst bekwaam' om met Wim Kan te spreken? Tijdens de watersnoodramp in 1953 en zelfs bij de pseudo-ramp in 1995 bleek dat een aantal burgemeesters niet tegen zijn taak was opgewassen. Er zijn burgemeesters ontslagen of niet herbenoemd omdat ze niet geschikt waren en er zijn burgemeesters herbenoemd - nee ik noem geen namen - van wie ieder zich kan afvragen of ze dat wel waren. Trouwens, men hoefde maar naar de uitzendingen van het tv-programma 'Crisis' te kijken om te constateren dat enkele hooggeplaatsten geen benul hadden van crisis-management. Kiezers zullen mislukkingen sneller corrigeren dan Den Haag.

Een gekozen burgemeester heeft bovendien enkele voordelen. Het zal de kiezers prikkelen hun stem uit te brengen en dus de belangstelling voor de politiek verhogen. lk durf te wedden dat het opkomstcijfer groter zal zijn dan bij de gemeenteraadsverkiezingen. Bovendien doorbreekt het kiezen van de burgemeester de wurggreep waarin de politieke nomenklatoera het vervullen van openbare functies houdt. Zelfs de benoemingen voor de Raad van State of van onafhankelijke leden van de Sociaal Economische Raad geschiedt volledig langs partijlijnen. Verkiezing van de burgemeester opent de mogelijkheid dat naast partijkandidaten ook onafhankelijke kandidaten naar voren komen.

Als men ondanks de voordelen rechtstreekse verkiezing blijft afwijzen - met de merkwaardige omstandigheid dat de liberalen zich onder de tegenstanders scharen - dan is het beter het benoemingsrecht volledig te handhaven zonder de pseudo-inspraak. Het slechtst denkbare voorstel was dat van de commissie-Van Thijn die de burgemeester wilde laten kiezen door de gemeenteraad. Dan schuift men een nieuwe nomenklatoera, namelijk de raad, tussen de kiezer en de burgemeester. Het zal er bovendien toe leiden dat de grootste partij de burgemeester aanwijst. Het is nog niet voorgekomen dat de PvdA als zij de grootste is, zich voor een CDA-er uitsprak of het CDA voor een liberaal. En als de partijen ongeveer even sterk zijn, leidt dit onvermijdelijk tot de bekende achterkamertjespolitiek. Het benoemingsrecht door de Kroon verschaft in ieder geval de mogelijkheid - althans in theorie - een burgemeester van een andere politieke kleur te benoemen. En waarom zou in Rotterdam niet een CDA-man of in Ermelo een PvdA-vrouw kunnen worden benoemd als hij of zij de vereiste bekwaamheden heeft (en tact en inzicht in plaatselijke verhoudingen, maar die zijn onderdeel van bekwaamheid). Bovendien heeft het benoemingsrecht nog de mogelijkheid burgemeestersposten zo eerlijk mogelijk te verdelen, zij het alleen over de bestaande politieke partijen.

Dezelfde moeilijkheden als met burgemeestersbenoemingen doen zich voor bij de benoeming van commissarissen van de koningin. Maar provincies zijn behalve misschien Friesland en Limburg theoretische bestuurlijke eenheden en een commissaris van de koningin staat op grond daarvan zo ver van de kiezers af dat het geen zin heeft verkiezingen te houden. Het benoemingsrecht dient daarvoor bij de Kroon te blijven maar ook dan zonder vertrouwenscommissies. Een gesprek met enkele fractieleiders over hun wensen is voldoende. De benoemingen in Groningen, Drenthe en Gelderland onder het paarse kabinet hebben aangetoond dat vertrouwenscommissies toch geen zin hebben. Den Haag beslist wat de vertrouwenscommissies ook mogen vinden.