Uitspraak tribunaal in Den Haag: Tadic schuldig aan moorden in Bosnië

DEN HAAG, 7 MEI. De Bosnische Serviër Duško Tadic is door het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië schuldig bevonden aan twee moorden, mishandeling en vervolging van de moslim-bevolking in Noordoost-Bosnië, een misdaad tegen de menselijkheid. De straf wordt op 1 juli bepaald.

Tadic werd wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken van elf andere moorden die hem ten laste waren gelegd. Opmerkelijk is dat bij de elf misdaden die Tadic zou hebben begaan de Conventie van Genève niet van toepassing is verklaard. Twee van de drie rechters zijn van mening dat het conflict in Noordoost-Bosnië na 19 mei 1992 door de terugtrekking van de JNA, het federale Joegoslavische leger, uit Bosnië niet langer internationaal van aard was. Deze uitspraak kan grote gevolgen hebben voor andere rechtszaken bij het VN-tribunaal voor voormalig Joegoslavië en voor toekomstige rechtspraak over oorlogsmisdaden.

Tadic hoorde vanmorgen de uitspraak emotieloos aan. De rechters hebben hun oordeel vastgelegd in een document van zeker 300 pagina's, waaruit vanmorgen slechts het oordeel over de misdaden die in de aanklacht zijn genoemd werd voorgelezen. De verdediger van Tadic, de Servische advocaat Milan Vujin, zal tegen het vonnis beroep aantekenen. “Dit is een politiek gemotiveerd vonnis”, aldus Vujin. Ook de openbare aanklager overweegt in beroep te gaan.

De rechters zeggen ervan overtuigd te zijn dat Tadic deelnam aan de aanval van de Bosnische Serviërs op zijn geboortedorp Kozarac in 1992. Uit de kolonne bewoners die na de val van het dorp afgevoerd werden naar gevangenkampen in de buurt, selecteerde Tadic de Bosnische moslims. Hij nam die dagen deel aan mishandelingen van moslims en vermoordde twee politieagenten bij de kerk. De rechters constateren dat “de verschrikkelijke behandeling die de moslim-bevolking ten deel viel op grond van geloof en politiek” een misdaad tegen de menselijkheid betekent. Deze uitspraak houdt een duidelijke veroordeling in van de politiek van 'etnische zuivering' van de Bosnische Serviërs.

Tadic werd op 13 februari 1994 in Duitsland gearresteerd en twee maanden later uitgeleverd aan het tribunaal. Een jaar na zijn arrestatie werd hij aangeklaagd voor oorlogsmisdaden in de gevangenkampen in Noordoost-Bosnië. Bij zijn voorgeleiding verklaarde Tadic zich onschuldig aan de misdaden die hem ten laste waren gelegd. Zijn proces begon op 7 mei 1996 en duurde in totaal 78 dagen, verdeeld over ruim 6 maanden. De aanklager presenteerde 74 getuigen à charge, de verdediging kwam met veertig getuigen, van wie negen via een videoverbinding met de Bosnische stad Banja Luka getuigden. Deze getuigen hadden van de Bosnische autoriteiten geen toestemming gekregen het land te verlaten of waren bevreesd door het tribunaal in hechtenis te worden genomen.