Stormvloedkering; Twee kromme stalen muren

Niet Rijkswaterstaat maar een consortium van aannemers heeft de leiding gehad bij de bouw van de Stormvloed- kering Nieuwe Waterweg. Het resultaat: 'een sierlijke hightech-oplossing'.

DE NIEUWE WATERWEG heeft twee deuren gekregen. Koningin Beatrix zal ze aanstaande zaterdag ceremonieel sluiten. De Stormvloedkering Nieuwe Waterweg is klaar. Zuid-Holland is veilig.

Uit de lucht gezien, op een dag zonder wind en wolken, oogt de Stormvloedkering als twee croupier-harken die - als scheppingen van een beeldend kunstenaar - robuust liggen te wezen bij de toegang tot het Rotterdamse haven- en industriegebied. Op de grond biedt de menselijke maat een ander perspectief. Een symmetrisch stelsel van witte stalen buizen verbindt een stalen muur met een betonnen taartpunt.

Omvang en kracht van de Stormvloedkering Nieuwe Waterweg laten zich alleen bevatten wanneer de grote getallen van dit bouwwerk worden omgerekend. Aan de oevers van de Waterweg liggen twee gekantelde Eiffeltorens: iets minder hoog dan de Parijse staalconstructie, maar wel vier keer zo zwaar. De 210 meter lange deuren die bij stormvloed de stuwende zee moeten tegenhouden, kunnen een waterkracht weerstaan van 70.000 ton, wat zich laat herleiden tot 2.500 keer de kracht van de sterkste locomotief van de Nederlandse Spoorwegen.

De kosten van dit project, inclusief de relatief bescheiden Hartelkering bij Spijkenisse en enkele tientallen kilometers dijkversterking: 1,45 miljard gulden, voor welk bedrag nog zes Amsterdamse Arena-stadions zouden kunnen worden gebouwd.

Op de noordoever van de Nieuwe Waterweg liggen twee complexen van bouwketen op enkele honderden meters van elkaar verwijderd. In het ene complex zetelen de medewerkers van Rijkswaterstaat, in het andere die van de aannemerscombinatie Maeslant Kering. Het is tekenend voor de wijze waarop de Stormvloedkering tot stand is gekomen.

In het verleden trad Rijkswaterstaat op als ontwerper, aanbesteder en toezichthouder bij de grote waterwerken. De bouw van de Oosterscheldekering bezorgde de dienst een imagoprobleem, onder meer als gevolg van uit de hand gelopen kosten. Bij het sluitstuk van de Deltawerken in Zuid-Holland kreeg Rijkswaterstaat een nieuwe rol toebedeeld: toezichthouder-op-afstand.

Niet Rijkswaterstaat, maar een consortium van aannemers kreeg in oktober 1989 de opdracht een 'dynamische waterkering' te bouwen in de Nieuwe Waterweg. De aannemerscombinatie sloot met de overheid een design and construct-contract, waarbij zij van A tot Z voor het bouwproject verantwoordelijk werd - van ontwerp tot en met uitvoering, inclusief controle, toezicht en kostenbeheersing.

Het was bepaald 'iets nieuws'. Maar er waren kinderziektes in de eerste jaren van dit Deltawerk, zoals vaker het geval is bij pogingen het primaat van de overheid te vervangen door het primaat van de markt. Toenmalig minister Smit-Kroes (Verkeer en Waterstaat) had de aannemerscombinatie zwaar onder druk gezet om een scherp gecalculeerde waterkering tot ontwikkeling te brengen. Van de aanvankelijk begrote 640 miljoen gulden werd op het laatste moment nog 70 miljoen afgesnoept.

Spoedig daarna bleek, onder meer uit testen in het Waterloopkundig Laboratorium, dat de 'uitgeklede' constructie niet kon voldoen aan de contractueel vastgelegde kwaliteitseisen. Voor de aannemers dreigde een financieel debacle. Maar toezichthouder Rijkswaterstaat hield de poot stijf: aangenomen werk is aangenomen werk. Het gevolg: gespannen verhoudingen, een prestigieus project dat zeer moeizaam van de grond dreigde te komen. 'Stevige gesprekken' en enkele aanpassing in het contract waren nodig om Rijkswaterstaat en de aannemerscombinatie tot constructieve samenwerking te brengen.

In de bouwkeet van de aannemers blikken project-directeur ing. C.J. Vroege (63) en zijn counterpart van Rijkswaterstaat, drs.ir. A.A.J. Rohde (34), terug op de bijna voltooide bouw van de Stormvloedkering. Vroege: “In het begin hield Rijkswaterstaat veel te grote afstand tot het project. Daarmee dreigde tweehonderd jaar expertise in de waterbouw onbenut te blijven.”

Tussen Vroege en Rohde ontspint zich een discussie over de vorm van contracten bij grote projecten in de toekomst. Als voorbeeld hanteren ze de eventuele bouw van een tweede nationale luchthaven in de Noordzee of het Markermeer. Diverse opties passeren de revue, maar uiteindelijk stellen ze vast dat een gezamenlijke rol van aannemers en Rijkswaterstaat de voorkeur geniet.

Rohde over de aannemers: “Er is in de bouwwereld veel creativiteit te vinden. Als deze Stormvloedkering door Rijkswaterstaat was ontworpen, dan zou het vast iets geworden zijn met enorme torens en zware deuren. De sierlijke high tech-oplossing die hier is gerealiseerd, zou niet zo snel tot stand zijn gekomen.”

Vroege over Rijkswaterstaat: “Aannemers zoeken altijd de marges op: hoe lichter, hoe beter, want dat bespaart kosten. Maar in de weg- en waterbouw kan dat een nadeel zijn. Rijkswaterstaat heeft in het verleden bruggen gebouwd die voor die tijd overdreven zwaar leken, maar die wel de onvoorzien spectaculaire groei van het autoverkeer konden opvangen. Waarmee ik wil zeggen: het kan zichzelf dubbel en dwars terugbetalen als je een werk in een wat ruimere jas steekt, of nog een keer extra laat testen en doorrekenen. Aannemers willen dat wel eens over het hoofd zien.”

In de dagen voor de feestelijke ingebruikneming is er bij Vroege en Rohde geen spoor van twijfel of nervositeit te bekennen. Een eerste proefsluiting, enkele weken geleden, waarbij de twee kerende wanden afzonderlijk werden uit- en ingevaren, verliep zonder noemenswaardige problemen en ook het komende weekeinde zullen de beide wanden zich naar verwachting vlekkeloos de Nieuwe Waterweg in laten draaien.

Vroege: “In de afgelopen tien jaar is de kloof tussen theorie en praktijk dankzij nieuwe computertechnieken vele malen kleiner geworden. In berekeningen en controles kunnen we nu een precisie bereiken die je tot voor kort niet voor mogelijk hield. We hebben het hele werk ook driedimensionaal in de computer staan, met uitvoerige testprogramma's. Voor mijn gevoel heb ik die kering al honderden keren dicht en open zien gaan.”

Rohde: “Deze waterkering is ontworpen om de zee tegen te houden bij de meest extreme weersomstandigheden die je je maar kunt voorstellen. Komend weekeinde gaan we een proefritje maken met een Formule 1-wagen die we een rondje van vijf kilometer per uur laten rijden. Het wordt vast een aardig feest, maar echt spannend wordt het pas bij de allereerste stormvloed.”

PROGRAMMA

De Stormvloedkering wordt komende zaterdag, 10 mei, om 16.30 uur geopend door koningin Beatrix. Het heen- en terugvaren van de kerende wanden zal ongeveer twee uur in beslag nemen. Intussen zal er een grote muzikale show worden opgevoerd. De plechtigheid heeft plaats op de noordoever, die niet voor publiek toegankelijk is. Toeschouwers kunnen terecht op de zuidoever, waar op de landtong Rozenburg een feestterrein wordt ingericht. Het feestterrein zal voor auto's moeilijk toegankelijk zijn. Wel is er uitgebreid openbaar vervoer: Bij metrostation Spijkenisse vertrekt een pendelbus naar het feestterrein; Van Rotterdam CS rijden extra treinen naar Maassluis vanwaar een pont naar Rozenburg vaart met aansluiting op de pendelbus; Vanaf Berghaven bij station Hoek van Holland Haven vaart de pont Carolina direct naar de zuidoever. Liefhebbers kunnen ook in Madurodam gaan kijken naar de gelijktijdige ingebruikstelling van een kleine kopie van de Stormvloedkering. De opening van de Stormvloedkering wordt rechtstreeks op televisie uitgezonden. De NOS doet vanaf 15.40 uur verslag op Nederland 2.