Een pompeblêd als voetbalhart

Friesland lijdt aan bekerkoorts. De provincie is in de ban van de finale Heerenveen-Roda JC, morgenavond in Rotterdam. Complete dorpen willen deelnemen aan de exodus naar Rotterdam, maar helaas: De Kuip kan geen 100.000 Friezen herbergen.

HEERENVEEN, 7 MEI. Als De Kuip kolkt en Heerenveen en Roda JC om de KNVB-beker strijden, viert de voorzitter van de supportersvereniging van Heerenveen op Terschelling vakantie. Douwe Velstra, herenkapper te Grouw, vertoeft overzee op wat de mooiste dag in de geschiedenis van SC Heerenveen kan worden en dus ook de mooiste dag in zijn leven. “Ik heb er behoorlijk de pest in.” Hij probeert zichzelf te troosten: “Ach, op televisie kun je het ook goed zien.”

Op het Waddeneiland betaalt Velstra de prijs van een relatie. Uitgerekend deze week komt clubliefde op de tweede plaats. “Als je in januari vakantie boekt, ga je er uiteraard niet van uit dat Heerenveen in de bekerfinale staat”, zei hij vrijdagavond, toen hij zijn koffers pakte om de volgende ochtend per boot de oversteek te maken. Sinds Heerenveen in de halve finale Helmond Sport uitschakelde, draaide Velstra mee in het circus dat de Friese voorbereiding op de finale wekenlang is geweest. “En nu het uur U is gekomen, zit Douwe op Terschelling.”

Tjalling van den Bosch gaat wel naar Rotterdam. Vanochtend om elf uur vertrok de 'sterkste man van Nederland' vanaf het Abe Lenstra Stadion met drie vrienden richting Rotterdam, per bakfiets. Vier jaar geleden was dat plan al geboren, na de bekerfinale die Heerenveen toen in De Kuip tegen Ajax speelde en met 6-2 verloor. In een feestelijke optocht trokken 23.000 Friezen destijds naar Rotterdam. “Toen gingen we om reclame te maken voor Heerenveen en voor het voetbal, nu gaan we voor de overwinning”, schetst trainer Foppe de Haan het verschil tussen de finale toen en nu.

“Ieder van ons fietst steeds een half uur en heeft anderhalf uur rust”, zegt Van den Bosch, die is uitgedost als de Friese volksheld Grote Pier. “We moeten tien tot vijftien kilometer per uur kunnen rijden en dan doen we er vandaag tien tot twaalf uur over om Haastrecht (bij Gouda) te bereiken. Daar overnachten we in een kroeg.” Morgen willen de fietsers enkele uren voor de aftrap (18.00 uur) hun vehikel bij de Kuip parkeren.

Jan Brinksma uit Heerenveen reist comfortabel naar Rotterdam, in een van de ongeveer 260 bussen, net als de meesten van de 28.000 Heerenveen-supporters die in het gelukkige bezit zijn van een kaartje. De 45-jarige Fries geeft les aan groep 6 op een christelijke basisschool in Heerenveen. Onlangs maakte de klas op Internet haar liefde voor de voetbalclub wereldkundig en in het bijzonder die voor de Deen Jon Dahl Tomasson, “want die woont bij onze school in de buurt”. Brinksma: “Regelmatig gaan de kinderen bij hem langs. Hij doet de deur open, maakt een praatje en geeft handtekeningen. Een heel gewone jongen in een rijtjeshuis.”

Brinksma, geboren in het nabije Langweer, is al dertig jaar aanhanger van Heerenveen. Drie decennia geleden stond hij als inwoner van Sneek op een kruispunt in zijn leven als supporter. “Cambuur en Heerenveen waren toen de enige Friese clubs in het betaalde voetbal. Allebei even sterk, maar ik heb voor Heerenveen gekozen. Cambuur is een stadsploeg, Heerenveen is gemoedelijker. Mijn kinderen komen wel eens bij Cambuur en daar valt hen op dat er alleen al wat taalgebruik betreft een duidelijk verschil is. Bij Cambuur hoor je 'rot op' en andere laag-bij-de-grondse opmerkingen. Bij Heerenveen is het gewoon gezellig. De mentaliteit is anders. Je ziet hier ook veel meer jeugd dan bij andere clubs. Het is één grote familie.”

“We hebben hier een buurtleague”, zegt Brinksma om het familiegevoel te onderstrepen. Heerenveen-doelman Hans Vonk woont in diezelfde buurt. Dus hangt er bij elke wedstrijd het spandoek 'De buurtleague groet Hans Vonk'. In twee bussen reizen zijn straatgenoten met honderd man naar De Kuip, net als in 1993. “Een hoogtijdag in je leven”, getuigt Brinksma.

Heerenveen trainde gisterochtend in najaarsweer, op het veld van Langezwaag, een paar kilometer ten noorden van Heerenveen. Bewust had de ploeg het eigen trainingscomplex bij het Abe Lenstra Stadion gemeden. “Want daar word je gek”, zegt trainer De Haan aan het einde van de training. Vorige week viel de kaartverkoop voor de bekerfinale samen met een training en die situatie achtte De Haan niet bevorderlijk voor een goede voorbereiding op het treffen met Roda JC. Vanmiddag zou de selectie nog drie kwartier het malse veld in Langezwaag opgaan. “Om het zenuwspiersysteem nog wat te kietelen”, aldus De Haan. Vanavond vertrekt de ploeg naar Spijkenisse, de uitvalsbasis voor de finale in Rotterdam.

Wér the fuck leit Rotterdam luidt de lichtblauwe opdruk op een T-shirt. Het zoveelste aandenken aan de finale gaat over de toonbank in een sportzaak in Heerenveens grootste winkelstraat. “Het loopt boven verwachting”, zegt de verkoopster. Zoals rond de Elfstedentocht draait de pompeblêd-merchandising in de stad met bijna 40.000 inwoners op volle toeren. Ook een muzikaal eerbetoon aan de trainer laat de kassa's rinkelen. Wie deze week bij een supermarkt in Heerenveen voor ten minste 50 gulden boodschappen koopt, krijgt de CD Dat is ús Foppe cadeau.

De populariteit van de club lijkt zonder grenzen. Elke thuiswedstrijd zit het drie jaar oude Abe Lenstra Stadion (capaciteit 13.500) vol; er zijn 11.000 seizoenkaarthouders, van wie er bijna duizend niet afkomstig zijn uit het noorden van het land. Ook bedrijven komen op de club af als vliegen op stroop. Telde de businessclub van de vereniging ten tijde van de vorige bekerfinale in 1993 nog 80 leden, nu zijn dat er 400, waarvan circa tien procent van buiten Friesland. “We hoeven niet actief te werven”, zegt penningmeester S. Groote. “De businessruimtes zitten stampvol.”

De financiën van de club stegen navenant. Op de begroting van Heerenveen stond zeven jaar geleden een miljoen gulden, nu 17,5. Niet onbelangrijk zijn de inkomsten uit merchandising, de verkoop van Heerenveen-artikelen, van de mooie blauw-witte shirts met het rode pompeblêd (110 gulden) tot en met een parfum dat de naam Ús Abe draagt. Een deel van de opbrengst komt ten goede aan het jeugd- en trainingswerk van SC Heerenveen, vermeldt de verpakking van 100 ml eau de toilette, een aanrader voor met name de wat oudere Heerenveen-supporter. De afgelopen vier weken is voor meer dan 50.000 gulden aan Heerenveen-artikelen verkocht.

Ook buiten Friesland is de Heerenveen-aanhang groot. Van de ongeveer 1.000 mensen die lid zijn van de supportersvereniging is 20 tot 30 procent niet Fries, weet voorzitter Velstra. “Ik ken een man uit Naarden die in 1993 langs de route stond toen we naar de bekerfinale in Rotterdam gingen. Hij hield van voetbal, maar bezocht nooit meer een wedstrijd. Van die optocht raakte hij zo onder de indruk dat hij bij ons een seizoenkaart kocht.” Aanvallend voetbal, sfeer en sportiviteit zijn de ingrediënten van het Heerenveense succes. Vorige week kreeg de club nog de Fair Play Award. Niet toevallig was ook het publiek van de Heerenveense schaatstempel Thialf genomineerd.

Dankzij schaatsen en voetbal heeft Heerenveen “een bijzondere uitstraling”, zegt burgemeester P. de Jonge. Bij elke thuiswedstrijd zit hij op de tribune. De geboren Zeeuw beschrijft de Friese supporters als “mensen die heel erg betrokken zijn, op een plezierige manier. Zonder star fanatisme of verbetenheid. Ze zijn trouw, lopen niet weg als het wat minder gaat. En ze beseffen dat het een spelletje is. Nuchter blijven, dat is typisch Fries. Enthousiast tijdens de wedstrijd en als ze eens verloren hebben, zeggen ze, volgende keer beter.”

Aanvaller Igor Kornejev zal de “atmosfeer” in Heerenveen missen, zei hij gisteren na de training in Langezwaag. “Het heeft hier een speciale charme, net als in Catalonië. Ze hebben ook dezelfde trots”, aldus de Rus die eerder bij Barcelona speelde en volgend seizoen voor Feyenoord uitkomt. “Ik zal de liefde van deze mensen missen.”