Fruitvliegje

De schaakcomputer is vaak het fruitvliegje van het onderzoek naar kunstmatige intelligentie genoemd. Het echte fruitvliegje is een handig onderzoeksobject in de genetica. Het plant zich snel voort en het is een simpel en overzichtelijk beestje. De studie van het kleine geeft inzicht in mechanismes die ook bij het grote optreden.

De match in New York tussen Kasparov en de schaakcomputer Deep Blue van IBM kan ook gezien worden als een fruitvliegje. Het fruitvliegje van de studie van de internationale media en hun manipuleerbaarheid.

Der Spiegel, een omslagverhaal. 'Duel van de superhersenen.' 'Kasparov: Ik verdedig de mensheid.' Newsweek: 'Het laatste bastion van de mens.' Time citeert Kasparov: “Misschien is het de grootste triomf van de Schepper om te zien hoe zijn schepsels zichzelf herscheppen.“ (tot supercomputers bedoelt hij).

Voorbeelden die met duizend andere zouden kunnen worden aangevuld. Over de hele wereld zingt de pers deze week het lied dat ook vorig jaar gezongen werd, het lied van de eindstrijd tussen mens en machine en van Kasparov als laatste bastion der mensheid tegen het Superbrein van IBM.

Hoe lappen Kasparov en IBM het hem toch? Hoe kan het dat het zo makkelijk is om iedereen die onzin op te laten schrijven?

Het lijkt wel of het schaakspel de maat aller dingen is. Een heel willekeurige maat. De Amerikaanse vorm van dammen (checkers) is al door de computer gekraakt. Er was nog één mens die de computer hierin de baas kon, maar die is nu dood. Japanse spelen als shogi en go zijn daarentegen voor de computer nog veel te moeilijk. Diep in de volgende eeuw zal misschien het moment komen dat de computer een cryptogram kan oplossen. Weer een laatste bastion van de mensheid en dan zijn er nog een heleboel andere over.

Wat wij weten over de verhouding in schaakkracht tussen mens en computer is het volgende: de computers worden steeds beter en verslaan af en toe sterke grootmeesters. Er zijn ongeveer honderd mensen in de wereld die een match tegen de sterkste schaakcomputers met een overtuigende score, laten we zeggen 5-1, zouden winnen.

Er wordt gezegd dat Deep Blue veel beter is dan alle andere computers, maar in hoeverre dat waar is kunnen wij niet beoordelen, want de laatste jaren onttrekt Deep Blue zich aan alle competitie. Sinds Deep Blue in 1995 in het computerwereldkampioenschap verslagen werd door een programma dat je in de winkel voor een paar honderd gulden kan kopen, heeft het niet meer tegen andere computers gespeeld. Ook niet tegen andere mensen dan Kasparov, tenminste niet in het openbaar. Het is begrijpelijk en verstandig van IBM dat het weinig inlichtingen geeft over de kracht van Deep Blue, want er valt niets mee te winnen.

Gaat het in die match tussen Kasparov en Deep Blue wel eerlijk toe? Voor de hand liggende maar bijna onzedelijke vraag. We hebben nauwelijks vergelijkingsmateriaal om de vraag te kunnen beantwoorden. Vorig jaar won Kasparov met 4-2. Als hij verloren had, had hij dit jaar geen nieuwe match kunnen spelen, maar als hij met 6-0 gewonnen had ook niet. IBM is de sponsor van Kasparov. Niet alleen dat IBM het prijzengeld voor de match betaalt (700.000 dollar voor de winnaar), Kasparov en IBM hebben ook grote plannen voor een Kasparov Club op het Internet.

Kasparov heeft er geen belang bij om zijn sponsor door een grote overwinning te vernederen. Zondag gaf hij de tweede matchpartij op in een stelling die misschien remise was. Ik denk niet dat hij dat met opzet heeft gedaan. Hij zag de reddingsmogelijkheid waarschijnlijk niet. Toch was die niet zo moeilijk te vinden. Hard gezocht naar een ontsnappingskans heeft hij op dat moment in ieder geval niet. Nu staat het 1-1. Voor de publiciteit de mooiste stand die mogelijk is.

Geen schaker die het Kasparov kwalijk zou nemen als hij de oude stelregel zou volgen van de beroepsspeler die in het café tegen rijke klanten speelt: je moet wel winnen, anders hebben ze geen respect, maar je moet niet te hoog winnen, anders komen ze niet meer terug. Het is denkbaar dat er onder de rijke klanten iemand is die echt sterk is en op eigen kracht zelf een partij kan winnen. Misschien is Deep Blue wel zo'n klant. Toch is het een vreemde gedachte dat de eindstrijd tussen mens en machine tussen Kasparov en zijn sponsor wordt uitgevochten.

Kasparov is een meester in de retoriek die bij dit soort mediagebeurtenissen vereist is. Eind vorig jaar in Las Palmas vertelde hij over zijn vorige match tegen Deep Blue. Was dat alleen maar een razendsnelle rekenmachine? Het leek of Kasparov aarzelde. Misschien was er meer. “Het was af en toe of ik een zweem van echte Intelligentie kon ruiken“, zei hij. De vingers onder de neus, de ogen stralend, alsof hem ter plekke een bijzonder inzicht gewerd. Dat was niet zo. Ik had die opmerking over het ruiken van de kunstmatige intelligentie al eerder gelezen. Het was een standaardhapje voor de journalisten. Nu zie ik het weer, in een artikel dat Kasparov in Der Spiegel schreef. Het zal nog vaak in de pers terugkeren, dat snuifje kunstmatige intelligentie.

Een goede vriend van Kasparov heeft me eens uitgelegd dat de wereldwijde publiciteit bij de match van vorig jaar tussen Deep Blue en Kasparov voor IBM een waarde van honderden miljoenen had. De koers van de aandelen was omhoog gesprongen in de week van de match.

Je hoeft niet behept te zijn met een ziekelijk wantrouwen om te denken dat als het om zulke bedragen gaat, totale openhartigheid en absolute eerlijkheid misschien te veel gevraagd is, zowel van Kasparov als van IBM. Zoals gezegd, materiaal dat ons kan helpen om een gefundeerd oordeel te vellen over de echtheid van de match is er bijna niet. De media slaan vroom een kruis en gaan er voor het gemak van uit dat in het grote zakenleven alles altijd is zoals het lijkt. Een verhaal over aandelenkoersen en sponsors is vervelend. Er zijn zoveel van die verhalen. Het verhaal over de eindstrijd tussen mens en machine is veel mooier.