Don Was en de erfenis van Hank Williams

Don Was maakte met Was (Not Was) eersteklas popsongs, produceerde sterren als Dylan en de Stones, en regisseerde een documentaire over Brian Wilson. Onlangs verscheen van zijn gelegenheidsformatie Orquestra Was de cd Forever's A Long, Long Time op een jazzlabel.

Orquestra Was: Forever's A Long, Long Time (Verve/Philips 533 915).

LONDEN, 6 MEI. Voor popmuzikant, regisseur en producer Don Was gaat een langdurige ambitie in vervulling, nu de cd Forever's A Long, Long Time van de gelegenheidsformatie Orquestra Was verschijnt via het jazzlabel Verve. Op de salontafel van zijn Londense hotelsuite ligt een flinke stapel Verve-cd's, onder meer van collega-bassist Charlie Haden. “Als tiener besteedde ik al mijn zakgeld aan jazzplaten”, zegt de onder dreadlocks verscholen Don Was (44). “Voor mij stond het vast dat ik jazzmuzikant zou worden, ook al zat ik in Detroit dicht bij het vuur van Tamla Motown en speelden Iggy Pop en zijn toenmalige groep The Stooges op onze schoolfeesten. Detroit was een smeltkroes van stijlen en een broeinest van talent. De jazzmuzikanten Kenny Burrell en de gebroeders Elvin, Hank en Thad Jones werden er geboren, maar ook de hardrock van The MC5 kwam er vandaan. Op een van de meest gedenkwaardige avonden van mijn leven zag ik John Coltrane optreden met Thelonious Monk, nadat Coltrane's band was ingesneeuwd. Zes maanden later was hij dood, dus ik prijs me gelukkig dat ik dat heb mogen meemaken.”

Don Was (ware naam Donald Fagenson) schoof zijn jazz-aspiraties op de lange baan toen hij in 1982 de popgroep Was (Not Was) begon met jeugdvriend David Was (die in het echt David Weiss heet). De 'gebroeders' Was verschansten zich langdurig in de opnamestudio, waar ze voor hun eigenzinnige new wave-soul de hulp inriepen van gasten als gitarist Wayne Kramer van The MC5 en de soulzangers Sweet Pea Atkinson, Sir Harry Bowens en Donald Ray Mitchell. Het succes bleef achter bij de artistieke kwaliteit, na eersteklas popsongs als Where Did Your Heart Go en Walk The Dinosaur. De cd 'What Up, Dog?' (1988) behoort tot de tijdloze popplaten van de jaren tachtig.

Hoewel geen live-band bij uitstek, gaf Was (Not Was) twee gedenkwaardige concerten in Nederland. Het eerste vond plaats in een Utrechts jeugdhonk. Het is Don Was bijgebleven omdat de band onverstoorbaar doorspeelde nadat de elektriciteit was uitgevallen. De tweede keer waren Don en David Was er zelf niet bij, maar stuurden ze een superieure rock- en soulband op tournee om in het voorprogramma van Dire Straits te spelen, onder meer in het Rotterdamse Feyenoordstadion. “Op dat moment schaamde ik me eigenlijk een beetje voor het keurslijf waarin Was (Not Was) zich had laten persen. Het oorspronkelijke idee om pop, jazz, rock en soul in één vorm te gieten was vervaagd. Als iedere andere door de wensen van de platenindustrie geregeerde popgroep waren we alleen nog maar op jacht naar hitsingles. Bij alles wat we deden stond een vraagteken: is dat wat het poppubliek wil? We deden onze creativiteit geweld aan en als reactie bedachten we een ogenschijnlijk traditionele soulrevue, waarachter een enorme muur van ironie en cynisme schuil ging. Het toppunt van cynisme was natuurlijk dat we er zelf niet eens bij waren. Mij kwam die constructie heel goed uit, want rond die tijd begon mijn carrière als producer een hoge vlucht te nemen. Van gelouterde artiesten als de Rolling Stones en Willie Nelson heb ik intussen geleerd dat je als muzikant niets te verliezen hebt, behalve je artistieke integriteit.”

'Studiofiel' werd Don Was genoemd na de vele nachtelijke uren die hij in de opnamestudio had doorgebracht om aan Was (Not Was)' muziek te sleutelen. “Al voordat er drummachines waren, gebruikten we tape loops van een drummer die we vier maten lieten spelen. Die vier maten herhaalden we eindeloos. Daar ging soms zo veel tijd in zitten, dat de ziel uit de muziek verdween.” Nu hij zijn sporen heeft verdiend als sterproducer van Bonnie Raitt, Bob Dylan (Under the Red Sky) en de Rolling Stones (Voodoo Lounge), kost het hem steeds minder tijd om een album te voltooien. “De eerste klussen die ik aannam als producer van andermans muziek waren Bonnie Raitts Nick Of Time en Love Shack van The B-52's. In beide gevallen werd de apparatuur van de band gewoon in de studio opgesteld en begon iedereen zomaar te spelen.

“De kunst bij die live-manier van opnemen, heb ik door ervaring ondervonden, is om te weten wanneer een nummer zo goed klinkt dat er niets meer aan te verbeteren valt. Bob Dylan is berucht om het feit dat hij nieuwe nummers soms maar één keer speelt. Voor de producer is het zaak om dat moment vast te leggen, want de spontaniteit en de inspiratie van die eerste keer komen nooit meer terug. First idea, best idea, zoals Allen Ginsberg het eens in mijn bijzijn formuleerde.'

Ook het idee om zijn eerste film te regisseren groeide spontaan, toen Don Was gevraagd werd om een cd te produceren van Brian Wilson, het brein achter de muziek van The Beach Boys. De documentaire en de gelijknamige cd I Just Wasn't Made For These Times schetsen een beklemmend portret van een versukkeld popgenie.

Gestoken door de angel van het filmmakersgilde, laat Don Was zijn nieuwste muziekproject Forever's A Long, Long Time gepaard gaan met een korte speelfilm die op cd-rom bij de muziek wordt geleverd. Zanger Sweet Pea Atkinson speelt de rol van een beroepsgokker in Detroit, die in moeilijkheden komt als hij zijn schulden niet kan betalen en door zijn vriendin wordt betrapt met een ander. Hij vindt troost bij de geest van de legendarische countryzanger Hank Williams, gespeeld door Kris Kristofferson, die hem het prachtige lied I'm Sorry For You My Friend toezingt.

De muziek van het Orquestra Was, met gastspelers als Herbie Hancock, Sheila E en Merle Haggard, werd losjes geënt op de muzikale erfenis van Hank Williams. Country en soul zijn naadloos verweven in het titelnummer, waarbij de onvolprezen Sweet Pea Atkinson zich ontpopt als een hedendaagse Sam Cooke. De mengelmoes van stijlen is nog ambitieuzer in de obscure Williams-compositie Lost On The River, die na een ingetogen intro op de maat van een beheerst hiphopritme ontaardt in een ongeremde freejazz-sessie. “De persoon van Hank Williams spreekt nog steeds tot de verbeelding”, vindt Don Was, “maar de klank van zijn oorspronkelijke muziek is niet meer van deze tijd. Het leek me een uitdaging om strakke hiphopbeats te combineren met jazz-improvisaties, terwijl het countrygevoel intact blijft door de warme stem van Merle Haggard. De belangrijkste les die ik uit mijn jeugd in Detroit heb meegekregen, is dat pop en jazz en rock en rhythm & blues eindeloos gecombineerd kunnen worden. Op oude Motown-plaatjes die door muziekkenners voor banaal werden versleten, speelden vaak de meest fantastische jazzmuzikanten mee.”