Delicatessen

Delicatessen (J.P. Jeunet & M. Caro, Fr. 1991), Dtsl. 2, 0.30-2.05u.

'Verrassend' is het woord dat past bij het speelfilmdebuut van het regisseursduo Jean-Pierre Jeunet en Marc Caro. Vóór Delicatessen (1991) waren ze in kleine kring bekend door een kort voorprogramma-filmpje, videoclips en reclamefilms, erna beroemd als scheppers van een fantastisch-kolderiek epos, dat ze nog eens trachtten te evenaren met La cité des enfants perdus, uit 1995.

Daarna was het gedaan met de symbiotische samenwerking. Bij de première van La Cité kondigden ze hun scheiding aan. Sindsdien is van geen van beiden nog iets vernomen.

Dat neemt niet weg dat hun scheiding een verstandig besluit leek. La cité was vanwege het verworven krediet een grootser opgezette produktie dan Delicatessen, maar toch een herhalingsoefening waarvan het visuele spektakel het déjà vu-gevoel niet kon wegnemen. Nu riekt dat bezwaar naar de absurde eis dat alles iedere keer weer nieuw zou moeten zijn, maar het heeft in dit geval toch vooral te maken met de grootste kwaliteit van Jeunet en Caro: de vormgeving.

Bijster veel te melden hebben ze niet. Net als in strips - hun zichtbare inspiratiebron - is het verhaaltje van ondergeschikt belang, hoe uitzinnig het op zichzelf zijn mag. Daarmee ontnemen ze zichzelf de mogelijkheid de kijker op andere wijze dan met de vorm te boeien en dat wreekt zich. Men ziet allemachtig veel visuele bombast met allemachtig weinig inhoud. Dat stoort, op den duur.

Maar voor Delicatessen gold dat nog niet, temeer daar de film de charme heeft van een soort knulligheid die La cité ontbeert. Het kunstmatige decor dat de toon bepaalt in het poëtisch realisme van Jeunet en Caro verbeeldt niet alleen morsigheid, het is zelf ook morsig en krakkemikkig. De aan de voorstellingen van onze eigen theatergroepen Alex d'Electrique en Orkater herinnerende scènes horen er vanzelfsprekend in thuis. Zo goed als de slordige, niet altijd heldere montage en het springerige scenario erbij passen.

Dat scenario voorziet in honger en een slager die de honger stilt met het vlees van niet op zijn vlijmscherpe messen bedacht zijnde bezoekers van de duistere non-wereld waar Delicatessen zich afspeelt. Zijn verliefde dochter en vreemde, in de riolen huizende wezens brengen soelaas. De opluchting daarover is niet al te groot, zomin als de spanning die het avontuur teweeg brengt. Niet daarin schuilt de kracht van deze film maar in eigenzinnige wasbakkranen, duivelse boemerangs en piepende beddespiralen.