Concies portret van J. de Corte

De erfenis van Jules de Corte, morgen, KRO, Ned.1, 22.50-23.33u.

Elke zondag moesten ze maar liefst vijf keer naar de kapel, de jongetjes die op het blindeninstituut van Grave werden gekneed tot brave en godvrezende burgertjes - en de dichter-zanger Jules de Corte kon jaren later nog precies opsommen wat er dan allemaal op het programma stond: eerste mis, hoogmis, kruisweg, congregatie en lof. Geen wonder dat hij zich twee keer bevrijd heeft gevoeld: in 1944, toen uit Brabant de bezetters werden verjaagd, en in 1945, toen hij het blindeninstituut verliet. Als hij nadien om drie uur 's middags op straat een ijsje at, werd hij dan ook overvallen door een groot geluksgevoel. Dat was immers het tijdstip waarop destijds altijd de weesgegroetjes moesten worden gebeden.

In de concies gemaakte documentaire De erfenis van Jules de Corte, die morgenavond wordt uitgezonden door de KRO, is de nadruk gelegd op de bevrijding van het geloof. 's Mans bewonderenswaardige oeuvre blijft onderbelicht; van zijn duizenden liedjes is alleen het overbekende Ik zou wel eens willen weten volledig te horen, inclusief de aardige parodie die Michel van der Plas daarop schreef. Maar fascinerend vind ik de vooroorlogse filmbeelden van het blindeninstituut, met paternalistische paters en gehoorzame jongetjes met hun braille-landkaarten, en de verhalen die zijn eerste vrouw vertelt. Toen ze trouwden, moest zij eerst nog katholiek worden - anders kon er geen sprake van een huwelijk zijn. In de eerste jaren liep De Corte de kerk nog plat, daarna daagde steeds vaker het besef van een kloof tussen de dogma's en de werkelijkheid. Hij kreeg het gevoel, zegt zij, “dat-ie door de kerk bedonderd was.”

Zijn groeiende scepsis bracht hem ook in de problemen met de KRO, zijn belangrijkste werkgever. De documentaire gaat daar niet aan voorbij. Vermeld wordt dat een delegatie van drie KRO-bestuurderen hun ondergeschikte in de jaren vijftig lieten weten dat hij beter niet voor het COC kon optreden, en ook dat hij het navrante liedje Het bruidspaar beter niet voor de KRO-microfoon ten gehore kon brengen. Gerard Cox, die de strekking uitlegt, blijkt door dat nummer nog steeds geëmotioneerd te raken.

De programmamakers Hans Wijnants en Christoph van Basten Batenburg konden beschikken over een reeks openhartige interviews die voor diverse radio- en tv-uitzendingen met De Corte werden gemaakt. Zodoende was het mogelijk de vorig jaar gestorven kunstenaar zelf grote delen van zijn levensverhaal te laten vertellen. Ze worden aangevuld door de twee vrouwen, met wie hij getrouwd is geweest, een broer en zus (hoewel die niet veel meer te doen krijgen dan, aan een eettafel onder een kruisbeeld, foto's te laten zien), een klasgenoot van het blindeninstituut, één van zijn zes kinderen, een voormalig KRO-collega en Gerard Cox, die het bestaande beeld van Jules de Corte - een bedachtzame man met een zuiver gevoel voor rechtvaardigheid - nuanceert door te wijzen op de uitbarstingen van boosheid die evenmin ontbraken.

Maar de meeste van zijn liedjes blijven onbesproken, evenals een thema als het milieu waarover hij heel veel schreef. Liever staan Wijnants en Van Basten Batenburg lang stil bij het feit dat De Corte niet meer in een hiernamaals geloofde, al was het maar omdat het hem hovaardig leek het eeuwige leven te claimen voor de mens (en niet, bijvoorbeeld, voor zijn hond die óók erg zijn best had gedaan). Of hij ook anderszins van God los was geraakt, wordt niet echt duidelijk.