PvdA-pasionaria onzichtbaar in Tweede Kamer

Vorige week, op de Dag van de Arbeid, was ze er ineens weer. 'Karin Adelmund op 1 mei in Delfshaven' kopte een persbericht van de PvdA. Haar programma van die dag bevatte details die normaliter alleen in het programmaboekje van een staatsbezoek van koningin Beatrix te vinden zijn.

'Na de Spiekmanherdenking gaat zij om 11.15 uur de wijk in en bezoekt als eerste mevrouw van der Poel, in de Bellamystraat 2. Mevrouw van der Poel vangt al sinds jaar en dag de kinderen in de buurt op. Van daaruit wandelt Karin Adelmund, rond 12.00 uur, naar de markt op het Grote Visserij plein, wijk Tussendijken, alwaar zij in gesprek zal gaan met verkopers en klanten.'

Karin Adelmund: sedert 17 mei 1994 Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid, en sinds 15 februari 1997 proberend deze functie te combineren met het voorzitterschap van dezelfde partij. “Ik laat mijn kiezers niet de steek”, gaf ze steeds als motivatie van haar omstreden keuze om haar Kamerlidmaatschap te combineren met het partijvoorzitterschap. Een allereerste, voorzichtige indruk na drie maanden flex-werk in de PvdA-top wijst uit dat haar 60.125 kiezers het gepassioneerde geluid van Adelmund in het parlement moeten missen.

De strijd om het sociale gezicht van de coalitie tijdens de begrotingsbesprekingen werd geleverd door Wim Kok, Ad Melkert en Jacques Wallage, niet door Adelmund. In de strijd om het minimumloon staat collega-Kamerlid Jan van Zijl, die overigens zelf graag partijvoorzitter had willen worden, vooraan. In de publiciteit van vorige week rond de introductie van het zogeheten zorgverlof - typisch een Adelmund-thema - viel haar naam nauwelijks. En wie van haar felle commentaren had verwacht op de leiderswisseling bij het CDA - in februari zei Adelmund over toen nog kandidaat-leider Jaap de Hoop Scheffer dat de PvdA met hem pertinent “geen zaken” kon doen - kwam eveneens bedrogen uit.