Van 't Hek

Youp van 't Hek had 600 woorden nodig om over mij te concluderen: “Hij is niet alleen een rat, maar leidt ze ook nog op” (26 april). Dat is nogal wat. Aanleiding is een radio-interview dat een van mijn studenten aan de faculteit voor Journalistiek en communicatie in Zwolle hem heeft afgenomen en dat in het NOS Radio 1-Journaal is uitgezonden.

Over de inhoud van de uitzending geen woord, daar was kennelijk dus niets op aan te merken. Zijn gram gaat over het voorspel. Maar zijn oordeel en feitenkennis daarover zijn, zacht gezegd, eenzijdig gekleurd. In zijn betoogtrant zou je zeggen: Youp liegt.

Van 't Hek schrijft dat er alleen sprake is geweest van een vingeroefening van de student en niet van uitzending daarvan. Fout. Zowel schriftelijk als mondeling (in het contact tussen de student en de zaakwaarnemer van Van 't Hek) is die mogelijkheid wel degelijk aan de orde geweest. Ik heb Van 't Hek na de door hem gewraakte uitzending in een telefoongesprek een reactie toegezegd. Ik zou de gang van zaken tussen de student en hem onderzoeken. Hoewel hij daarmee akkoord ging heeft hij er niet op willen wachten.

Hij noemt mij op grond van het telefoongesprek na de uitzending een “Luie schnabbelaar”. Weer fout. Ik ben in vaste dienst van de NOS en door mijn werkgever uitgeleend aan de Zwolse school. Ik verdien er geen cent meer door. En bij de vereiste twijfels over mijn ego ben ik van één karaktertrek overtuigd: ik ben niet lui. Wel voel ik me gekwetst door zijn tip mijn toekomst in de roddelbladen te zoeken. NRC Handelsblad kan er met een medewerker als Van 't Hek ook wat van.