Wiskunde hoort thuis in elke middelbareschoolopleiding

Een ingrijpende vernieuwing van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs staat voor de deur. De operatie beoogt de doorstroming van Havo en VWO naar het hoger onderwijs te verbeteren. Dat is ook hard nodig, want 50 procent van de huidige Havo-leerlingen strandt in het HBO en ook VWO-leerlingen ondervinden problemen bij de doorstroming naar een universitaire vervolgopleiding.

In de toekomst zullen deze leerlingen beter worden voorbereid op hun studie door de hoeveelheid vakkenpakketten te stroomlijnen in zogenaamde profielen en door een wijziging in de didactiek van het onderwijs. Meer aandacht voor het ontwikkelen van vaardigheden, een grotere nadruk op zelfstandig leren en een duidelijke verbetering van de kwaliteit van het voortgezet onderwijs vormen de kern van de plannen.

Het mag duidelijk zijn dat het Nederlands voortgezet onderwijs voor een aantal uitdagingen staat. Zullen wij in staat zijn om leerlingen die bagage mee te geven die zij in de toekomst nodig hebben? Onze samenleving heeft belang bij breed opgeleide burgers, zeker in het hoger onderwijs wordt van studenten gevraagd dat zij van alle markten thuis zijn. Een brede algemeen vormende opleiding geeft jongeren toegang tot een variëteit aan studies in het vervolgonderwijs en vergroot daarmee hun kansen op de arbeidsmarkt.

Het is dan ook een logische wens dat de straks te kiezen 'doorstroomprofielen' recht doen aan dit uitgangspunt. Naast de eigen identiteit die de vier nieuwe alfa-, gamma- en bèta-profielen vanzelfsprekend in zich herbergen, is het van belang dat zij tegelijkertijd een maximale mogelijkheid tot doorstroming bieden.

Wat is er aan de hand? In het algemeen zien de vier nieuwe profielen er gedegen uit, maar een probleem is dat de moeilijkheids- en abstractiegraad bij het profiel 'cultuur en maatschappij' in het VWO al een tijd ter discussie staat. Er bestaan meer alfa-georiënteerde leerlingen, maar de huidige samenstelling van het profiel biedt hun slechts beperkt toegang tot relevante studies die zij zouden moeten kunnen kiezen. Voor veel sociale studies, zoals sociologie, bestuurskunde en psychologie, moet je een eindexamen hebben afgelegd in wiskunde. Daarnaast heeft de ontwikkeling van het hoofdvak (culturele en kunstzinnige vorming) bijzonder lang op zich laten wachten. Dat heeft de discussie en de zorg over het alfa-profiel als vanzelf verhevigd.

Deze zorg heb ik staatssecretaris Netelenbos twee maanden geleden voorgelegd. Ik heb toen onder meer gevraagd of een algemeen verplicht vak wiskunde er wellicht toe zou kunnen bijdragen dat het profiel 'cultuur en maatschappij' zou worden versterkt. Op de Havo is wiskunde straks immers wel een eindexamenvak in alle profielen, ik vraag me af waarom voor VWO'ers andere normen zouden moeten gelden. De staatssecretaris heeft deze gedachte vervolgens uitgewerkt in een voorstel, waarin wiskunde veel te veel uren krijgt toebedeeld. Dat was niet de concrete gedachte die mij voor ogen stond, maar wel het alternatief dat werd uitgereikt.

Binnenkort volgt de behandeling van het voorstel door de Kamer. Wat mij betreft gaat de discussie daar niet over de vraag of alfa's moeten worden overdonderd met wiskunde. Wiskunde moet geen hoofdvak worden in een profiel dat zich richt op 'cultuur en maatschappij'. Wiskunde in de diverse profielen moet aansluiten op de vaardigheden die leerlingen met dat vakkenpakket op zak nodig hebben. Als wiskunde in alle profielen een plaats krijgt, vervalt de noodzaak om dit vak nog op te nemen in het algemene deel. De uren die dan vrijkomen kunnen worden gebruikt om de identiteit van het alfa-profiel te versterken.

We moeten dan wel discussiëren over de vraag of - naar analogie van de profielen voor de Havo - wiskunde voor alle leerlingen een verplicht eindexamenvak wordt. Wanneer je mensen echt kansen wilt bieden, moet je ze niet te vroeg tot een eenzijdig beperkende profielkeuze verleiden.

Concreet betekent onvoldoende inzicht in statistiek en kansberekening dat leerlingen in een fuik kunnen worden gedreven van alleen nog talenstudies, rechten en theologie. Uit een Utrechts onderzoek blijkt dat zelfs letterenstudenten betere resultaten halen als ze wiskunde in hun pakket hebben gehad.

Wiskunde is een belangrijk vak voor veel uiteenlopende studies in het hoger onderwijs. De PvdA onderkent niettemin dat een pakket waarin wiskunde een kleinere plaats heeft nog niet altijd een pretpakket hoeft te zijn. We hebben een aantal reële zorgen geuit over de gelijkwaardigheid van de vier 'doorstroomprofielen'. De verbouwing van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs is een majeure operatie. Het kan niet zo zijn dat we deze discussie over enkele jaren moeten overdoen, omdat we een aantal relevante elementen buiten de orde hebben verklaard.

De PvdA-fractie zoekt daarom naar oplossingen die ook het alfa-profiel voldoende relevant maken voor kansen in het hoger onderwijs. Als andere vakken, zoals filosofie, daar eveneens toe bijdragen, dan staat de PvdA-fractie daarvoor volkomen open en is ze bereid met andere fracties een politieke meerderheid daartoe te vormen. Wij zullen de mogelijke alternatieven altijd beoordelen op hun inhoud, 'doorstroomrelevantie' en uitvoerbaarheid.

Belangrijker nog dan de samenstelling van de profielen is echter de invoering van alle veranderingen. Docenten moeten voldoende nascholing krijgen. De organisatie van scholen moet veel meer rekening gaan houden met zelfstandig studerende leerlingen. Ook een uitbreiding van voorzieningen in schoolgebouwen is nodig om leerlingen zich de stof eigen te laten maken.

Dit betekent een forse inspanning voor de betrokkenen in het onderwijs. En er zal ook voldoende geld beschikbaar moeten komen. Zulke zaken vragen om een bredere discussie.