Simon Carmiggelt in gevecht met Erich von Stroheim; Het Filmfestival van Cannes in 1946

Het Festival International du Film viert zijn gouden jubileum. Bij de vijftigste editie, die op 7 mei begint, worden in Cannes veertigduizend sterren, regisseurs en journalisten verwacht. In 1946 waren er driehonderd gasten, onder wie ruim een dozijn Nederlanders. Zo kort na de hongerwinter vergaapten zij zich aan palmbomen en een overdaad aan films.

Het vijftigste Festival International du Film vindt van 7 tot en met 18 mei plaats in Cannes.

'Festival!... Festival! Quel succès triomphal De l'image et du rêve', klonk het uit tientallen meisjeskelen op het station van Cannes, op 18 september 1946. Een koor bracht het uit negen coupletten bestaande, speciaal gecomponeerde festivallied ten gehore als saluut aan de gasten, die met een stoet van slaapwagens collectief van Parijs naar de badplaats aan de Côte d'Azur vervoerd waren. Onder de driehonderd geaccrediteerden bevonden zich tien Nederlandse journalisten en een handvol Nederlandse vertegenwoordigers van het filmbedrijf. Ze mochten wegens de deviezenbeperking slechts vijftien gulden meenemen naar het buitenland, maar al bij het verzamelen in het Parijse hotelAlbert I waren hun distributiekaarten uitgedeeld. Philip de Schaap (toen 35), eigenaar van het filmpubliciteitsbureau Phidesa, die zich om het festival te kunnen bijwonen had laten accrediteren als de Franse correspondent ad interim van het Amerikaanse vakblad Motion Picture Herald, herinnert zich nog het gezicht van Simon Carmiggelt (32), de filmredacteur van Het Parool. Die was direct met de coupons vertrokken en legde vijf minuten later laconiek-triomfantelijk 24 pakjes Gauloises op tafel.

Het was maar goed dat alle reis- en verblijfkosten voor rekening van de organisatie kwamen. Twee maal per dag vergaapten de Hollandse gasten zich aan tafels vol kreeft en champagne. Zelfs een jaar later, toen W. Wielek-Berg voor het eerst voor De Waarheid naar Cannes kwam, was het contrast nog dramatisch. De ex-koerierster uit Zwolle herinnert zich hoe zij in België uit de trein sinaasappels zag liggen; na een slok te hebben genomen van een onbekend anijsdrankje op een eiland voor de kust van Cannes, viel ze voor lange tijd in zwijm.

Het eerste naoorlogse filmfestival was georganiseerd door de Franse overheid. Mussolini had in 1932 op het Lido van Venetië het allereerste internationale filmfestijn geïnaugureerd. In september 1939 zou Cannes volgen, maar omdat Hitler Polen was binnengevallen, moest het festival op het laatste moment afgelast worden. Onder leiding van secretaris-generaal Robert Favre le Bret werd na de oorlog een nieuwe poging gewaagd tot het opzetten van een jaarlijks filmfestival, dat met uitzondering van 1948 en 1950, toen geldgebrek festivaledities verhinderde, continu zou blijven bestaan. De ambitie van Cannes om het grootste, het belangrijkste, het meest 'glamourous' festival te worden, was al bij de eerste editie evident.

De voorstellingen vonden dagelijks van half drie tot zeven en van negen tot soms twee uur 's nachts plaats in het gemeentelijke casino. Het programma bestond uit 45 lange speelfilms en zestig korte, veelal documentaires. Halverwege zag de organisatie zich genoodzaakt een gestencild communiqué uit te geven met excuses voor de talloze praktische problemen. De openingsfilm, de Sovjet-documentaire Berlin van Joeli Raizman, was vier keer gebroken; hoewel het hele met de projectie belaste team de verantwoordelijkheid op zich nam voor het verwisselen van twee aktes bij de vertoning van Alfred Hitchcocks Notorious, was de jongen die op dat moment in de cabine stond op staande voet ontslagen.

Om te garanderen dat alle gasten de films konden zien, werd in de loop van het eerste festival besloten om betalend publiek niet meer toe te laten. Eigenlijk zou er een zaal moeten komen 'met duizenden zitplaatsen'. In 1949 zou dat gerealiseerd worden met de opening van het Palais des Festivals aan de Boulevard de la Croisette, dat overigens in 1989 alweer is afgebroken.

Bovendien bleek het aanbod aan films te omvangrijk voor de aanvankelijke data van 20 september tot en met 5 oktober. Het festival werd dus op het laatste moment met drie dagen verlengd tot bijna drie hele weken.

Eerste winnaar

Over de vraag wie de eerste prijswinnaar van Cannes was, doen de meest uiteenlopende versies de ronde. De werkelijkheid is dan ook tamelijk gecompliceerd. De Gouden Palm werd pas ingesteld bij de achtste editie in 1955 en ging toen naar Delbert Manns Marty met Ernest Borgnine als achenebbisje slager (nog steeds de enige productie die de Oscar voor de beste film én de Gouden Palm won). In 1946 werden er maar liefst elf Grands Prix uitgereikt, één per land met een aanzienlijke jaarproductie. De aanvankelijke opzet van het festival was dat een land waar het afgelopen jaar meer dan honderd films gemaakt waren tien films in mocht zenden, een land met tussen de vijftig en de honderd films zes en de overige landen twee. Die aantallen werden gelukkig bij lange na niet gehaald, want dan had het eerste festival maanden moeten duren. De jury onder voorzitterschap van de geleerde Georges Huismans bestond uit nadrukkelijk niet tot de filmwereld behorende overheidsvertegenwoordigers, een per land; Nederland, dat zes korte documentaires inzond, was in de jury vertegenwoordigd door J.H.J. (Jan) de Jong, ambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen.

Naast de elf prijzen voor de beste film uit respectievelijk Denemarken, de Verenigde Staten, Frankrijk, Groot-Brittannië, India, Italië, Mexico, Zweden, Zwitserland, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie, werd een internationale juryprijs toegekend aan de Franse verzetsfilm La bataille du rail. René Clément won voor diezelfde film ook de regieprijs, terwijl als beste actrice en acteur respectievelijk onderscheiden werden Michèle Morgan (voor Jean Delannoy's Symphonie pastorale) en Ray Milland (de alcoholicus in Billy Wilders The Lost Week-End). De eerste persprijs ging naar de Britse Grand Prix-winnaar Brief Encounter van David Lean, die ook nu door de nog in leven zijnde Nederlandse filmjournalisten van 1946 (B. J. Bertina van De Volkskrant, Ben Heuer van het blad Filmwereld en Philip de Schaap) unaniem aangewezen wordt als de film die de grootste indruk maakte. Korte tijd later zou de ook in Cannes aanwezige student Paul Kijzer in Amsterdam de bioscoop Kriterion openen met de zeer succesvolle vertoning van Brief Encounter.

Bertina (toen 31), die zijn hoofdredacteur J. Lücker langs slinkse wegen had moeten overreden hem naar Cannes te laten gaan, en de latere hoorspelacteur en toneelschrijver Heuer (toen 27), die samen met de Belg Marc Turfkruijer een aanvankelijk succesvol geïllustreerd filmmagazine uitgaf, herinneren zich niets van de eerste Nederlandse inzending naar Cannes. Van de zes films viel Les ponts de la Meuse van Paul Schuitema af, omdat de kopie, volgens het gestencilde communiqué, in een te slechte staat verkeerde. Wel werd van Schuitema de poëtische impressie Les Halles de Paris vertoond, alsmede de wederopbouwdocumentaire Samen op weg van Otto van Neyenhoff, een film over dijkenbouw van Jo de Haas en Mannus Franken, Metamorphosen van de latere Cannes-favoriet Herman van der Horst en een compilatie uit het Polygoon-Profilti Nederlandsch Journaal. De met eigen auto gearriveerde heren Levie en Roem van Polygoon zijn de enige Nederlandse 'filmmakers', van wie de aanwezigheid op het eerste Cannesfestival achterhaald kan worden.

Mascotte

Free-lance fotograaf Sem Presser legde veel van de Nederlandse festivalgasten vast: Jan Wiersma van Het Volk, de Franse Waarheid-correspondent Jan Brusse, de musicoloog Max Vredenburg die door bemiddeling van Bertina het Katholiek Filmfront vertegenwoordigde, de al kalende bioscoopman Simon van Collem en Nell van de Velde, een in Zuid-Frankrijk werkend meisje uit Haarlem, dat zich tot mascotte van de Nederlandse delegatie ontpopte. Op geen enkele van de achterhaalde foto's van Presser staan echter de filmcritici L.J. Jordaan (Vrij Nederland) en Ellen Waller (Algemeen Handelsblad), van wie De Schaap zich herinnert dat ze alle films wilden zien en dus weinig tijd hadden voor de vele andere festivalgeneugten. In haar dankwoord voor de Pierre Bayle-prijs in de jaren tachtig refereerde Waller aan de terugreis, toen ze vergeefs weerstand bood aan Jordaans voorstel ('Maar Leo, ik ben zo moe!') samen in Parijs Orson Welles' Citizen Kane te bekijken, de merkwaardigerwijs in Cannes ontbrekende film die volgens Jordaan 'nieuwe wegen voor de filmkunst zou openen'.

Zoals nog steeds in Cannes, verruimde de meerderheid van het hechte Hollandse clubje zijn blikveld ook op andere plaatsen dan in het duister van de filmzaal. De namen van de sterren die ze ontmoetten, zeggen ons nu vaak weinig meer: Grace Moore, Madeleine Sologne, Maria Montez, Galina Vodinatskaja. Heuer signaleert in Filmwereld de ontdekking in Albert Lattuada's Il bandito van een Italiaanse 'Viviane Romance', namelijk Anna Magnani, 'een vrouw die slechts een sprankje vrolijkheid mist om als twee druppels water op de 'echte' Viviane te gelijken'. Viviane wie? Magnani's eigen optreden in het eveneens vertoonde Rome, open stad van Roberto Rossellini, en de opkomst van het neorealisme blijft in dit festivalverslag geheel onbesproken. Ook Bertina herinnert zich nu niet de neorealisten toen te hebben opgemerkt: “Dat kwam pas later. Ik vond dat vooral interessant omdat er veel arbeiders onder onze lezers waren.”

Iedere Nederlandse journalist kende zijn persoonlijke moment van glorie in het eerste festivaljaar. Heuer mocht tot jaloezie van zijn collega's met een meisje van het festivalkantoor het openingsgala vanuit een limousine betreden. Bertina slaagde er in gezelschap van een goklustige Turkse journaliste, die hij volgens Heuer 'mijn Turkish delight' noemde, in om poserend als Italiaans echtpaar een ontvangst van prins Rainier en diens maîtresse Gisèle Pascal te Monaco binnen te dringen. En Carmiggelt bracht het tot een handgemeen met Erich von Stroheim, toen hij iets te hardhandig, met veel door alcoholgebruik ingegeven godverdommes, op een feest in het Grand Hotel met de acteur-regisseur een debat entameerde.

Communist

Die eerste jaren stond het festival van Cannes onder sterke invloed van communistisch georiënteerde filmliefhebbers. De persattachée Eugénie Hélisse was partijlid, evenals de burgemeester van Cannes en een aanzienlijk deel van de officiële invités. Volgens W. Wielek-Berg was in die tijd 'iedereen zo'n beetje communist' en konden de echte partijgangers rekenen op een voorkeursbehandeling bij de toedeling van de hotelkamers. Zij herinnert zich uit de talloze speeches de eerbetuigingen aan de arbeiders, die in 1949 het nieuwe festivalpaleis gebouwd hadden; desondanks woei nog voor de opening het dak eraf. Een mededeling in het speciale festivalnummer van Paris-Cinéma, gepubliceerd in het Frans, Spaans en Engels, bevestigt de heersende populariteit van de Sovjet-Unie. De redactie verontschuldigt zich bij de Sovjet-delegatie, dat er geen Russische vertaling opgenomen was: 'Wegens zeer grote overbelasting van de Russische drukkerijen, kon de vertaling helaas niet gezet worden'.

Alle elementen die in de komende 51 jaar het festival van Cannes tot zo'n uitzonderlijk succes zouden maken, waren dat eerste jaar al in aanleg aanwezig: de wil om politieke en culturele invloed uit te oefenen, de overdaad aan films, de buitensporig geprononceerde aandacht van de media en de aangename, tot de verbeelding van de thuisblijvers sprekende, ambiance van een luxe oord aan de Rivièra. Het contrast met de achterliggende oorlogsjaren, waarin Philip de Schaap bijna drie jaar ondergedoken was geweest, B. J. Bertina 'in opdracht van de Marine Inlichtingendienst' Arbeidsdienst vervulde en Ben Heuer een transport ontvluchtte en zich in een Duits nonnenklooster schuil hield, heeft misschien wel bijgedragen aan de hardnekkigheid van de mythe van Cannes als lustoord.

In een onder het pseudoniem Ben Anders geschreven column over het eerste festival in Avenue (1973) relativeerde Bertina die mythe: 'Een favoriete truc van de Nederlanders was ook om tijdens een der vele banketten met dames uit de high society vooral niet te protesteren wanneer die dames met alle geweld wilden dat alle Nederlandse aanwezigen tijdens de hongerwinter in 44/45 op sterven na dood hadden gelegen. Het had ook geen enkele zin om die vrouwen tegen te spreken, want zij vonden het zalig om extra bordjes met exquise hapjes te laten opdienen voor 'les pauvres Hollandais'. En ook nog een extra drankje ertussendoor, omdat ze dat zo lang niet hadden gehad.'

De luxe van Cannes is een door de gastheren, met bloemencorso's, kaviaar, vuurwerk en nachtelijke bals, nadrukkelijk aan de minder bedeelde rest van de wereld meegedeeld verkoopargument voor een festival dat die heisa nauwelijks nodig heeft. Nog steeds lijkt dat in een deel van de media het belangrijkste element. Cannes biedt echter jaarlijks ook een meer exquise verzameling nieuwe films dan enig ander festival. Natuurlijk worden er wel eens slechte films geselecteerd voor het hoofdprogramma, maar niet vaak. Hoogst zelden komt het voor, zoals op andere festivals, dat een film onbeduidend is of alleen maar uitgekozen om diplomatieke redenen. De erelijst van de winnaars van Gouden Palmen is een waar pantheon. Het is de hoogste onderscheiding die een film kan winnen, veel waardevoller dan een Oscar. In Cannes werd het neorealisme ontdekt, evenals Antonioni, Bergman, de nouvelle vague en Tarantino. De les van Cannes 1946 is wellicht dat wie zich te veel laat inpalmen door de randverschijnselen, de kans loopt de geboorte van de nieuwste golf mis te lopen.

Erelijst Cannes

Grand Prix

1946 La bataille du rail (René Clément, Frankrijk)

1947 geen hoofdprijs uitgereikt

1948 geen festival

1949 The Third Man (Carol Reed, Engeland)

1950 geen festival

1951 Fröken Julie (Alf Sjöberg, Zweden); Miracolo a Milano (Vittorio de Sica, Italië)

1952 Othello (Orson Welles, Marokko); Due soldi di speranza (Renato Castellani, Italië)

1953 Le salaire de la peur (Henri-Georges Clouzot, Frankrijk)

1954 Jigoku-Mon/Gate of Hell (Teinosuke Kinugasa, Japan)

Gouden Palm

1955 Marty (Delbert Mann, VS) 1956 Le monde du silence (Jacques-Yves Cousteau, Frankrijk) 1957 Friendly Persuasion (William Wyler, VS) 1958 Als de kraanvogels overvliegen/Letjat zjoeravli (Michail Kalatozov, Sovjet-Unie) 1959 Orfeu Negro (Marcel Camus, Franrkijk) 1960 La dolce vita (Federico Fellini, Italië) 1961 Une aussi longue absence (Henri Colpi, Frankrijk)Viridiana (Luis Buñuel, Spanje) 1962 O pagador de promessas (Anselmo Duarte, Brazilië) 1963 Il gattopardo/De tijgerkat (Luchino Visconti, Italië) 1964 Les parapluies de Cherbourg (Jacques Demy, Frankrijk) 1965 The Knack...And How to Get It (Richard Lester, Engeland) 1966 Un homme et une femme (Claude Lelouch, Frankrijk)Signore e signori (Pietro Germi, Italië) 1967 Blow Up (Michelangelo Antonioni, Engeland/Italië) 1968 geen prijsuitreiking, festival voortijdig afgebroken 1969 If... (Lindsay Anderson, Engeland) 1970 M.A.S.H. (Robert Altman, VS) 1971 The Go-Between (Joseph Losey, Engeland) 1972 Il caso Mattei (Francesco Rosi, Italië)La classe operaia va in paradiso (Elio Petri, Italië) 1973 The hireling (Alan Bridges, Engeland)Scarecrow (Jerry Schatzberg, VS) 1974 The Conversation (Francis Ford Coppola, VS) 1975 Chronique des années de braise (Mohamed Lakhdar-Hamina, Algerije) 1976 Taxi Driver (Martin Scorsese, VS) 1977 Padre padrone (Paolo en Vittorio Taviani, Italië) 1978 L'albero degli zoccoli/De klompenboom (Ermanno Olmi, Italië) 1979 Apocalypse Now (Francis Coppola, VS)Die Blechtrommel (Volker Schlöndorff, West-Duitsland) 1980 All That Jazz (Bob Fosse, VS) Kagemusha (Akira Kurosawa, Japan) 1981 Czlowiek z zelaza/De man van ijzer (Andrzej Wajda, Polen) 1982 Yol (Yilmaz Güney, Turkije/Zwitserland)Missing (Costa-Gavras, VS) 1983 Narayama bushi-ko/De ballade van Narayama (Shohei Imamura, Japan) 1984 Paris, Texas (Wim Wenders, West-Duitsland/Frankrijk/VS) 1985 Otac na sluzbenom putu/Papa is op zakenreis (Emir Kusturica, Joegoslavië) 1986 The Mission (Roland Joffé, Engeland) 1987 Sous le soleil de Satan (Maurice Pialat, Frankrijk) 1988 Pelle erobreren/Pelle de veroveraar (Bille August, Denemarken/Zweden) 1989 sex, lies and videotape (Steven Soderbergh, VS) 1990 Wild at Heart (David Lynch, VS) 1991 Barton Fink (Joel Coen, VS) 1992 Den goda viljan/Best Intentions (Bille August, Zweden) 1993 Bawang bieji/Farewell to My Concubine (Chen Kaige, Hongkong)The Piano (Jane Campion, Australië/Nieuw Zeeland) 1994 Pulp Fiction (Quentin Tarantino, VS) 1995 Underground (Emir Kusturica, Frankrijk/Duitsland/Hongarije) 1996 Secrets & Lies (Mike Leigh, Engeland)