Opgewekte theoloog

E.P. Meijering: Hendrikus Berkhof (1914-1995). Een theologische biografie, Kok-Kampen, 216 blz. ƒ 34,90

De dogmaticus Hendrikus Berkhof, die twee jaar geleden overleed, geldt als een van de meest vooraanstaande Nederlandse theologen van deze eeuw. Als rector van het seminarie van de Nederlandse Hervormde Kerk in Driebergen, als kerkelijk hoogleraar aan de Universiteit van Leiden en als lid van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken zette hij zijn stempel op het theologisch denken en spreken van de afgelopen decennia. Zowel zijn preken als zijn publicaties kenmerkten zich door grote helderheid. Hij wist waarover hij sprak en slaagde erin precies onder woorden te brengen wat hij wilde zeggen. Hij bleef voor alles een predikant die zijn gehoor op het oog had. Het was een feest zijn zondagse preken te beluisteren.

Berkhof was een samenbindende figuur. Hij ging niet tekeer tegen zijn opponenten, maar ging met hen in discussie en schroomde ook niet zich door hen te laten bijsturen. Van de ontwikkeling van het theologisch denken van Berkhof geeft dr. E.P. Meijering, lector in de Latijnse en Griekse letterkunde van de latere oudheid, en de vroege kerk- en dogmengeschiedenis aan de Rijksuniversiteit te Leiden, in zijn recent verschenen boek Hendrikus Berkhof, een theologische biografie een systematisch overzicht. Daarin maakt hij duidelijk hoe Berkhof, die aanvankelijk theologisch rechts van het midden stond, geleidelijk naar links opschoof en ook begrip ontwikkelde voor de meer vrijzinnige denkers die hij aanvankelijk bestreed.

Ondertoon van Meijerings biografie is dat Berkhof door de jaren heen weliswaar milder is geworden, ook meer sympathie ontwikkelde voor standpunten die hij aanvankelijk niet deelde, maar desondanks zijn belijndheid niet verloor. Centraal element in Berkhofs theologie is de verbondsgedachte. Die gedachte komt tot uiting in de relatie die God is aangegaan met het volk Israel. De erkenning van de unieke positie van het volk Israel is een van de constanten in Berkhofs theologiseren. De stichting van de staat Israel in 1948 zag hij als een van de blijken van Gods trouw aan Zijn verbond. Hij koppelde dat verbond direct aan het land. Christenen die niet bereid zijn het land niet tenminste als 'sacrament van Gods trouw' te zien, nemen de weg van Israel niet serieus, meende Berkhof. Ook 'na Auschwitz' wilde hij blijven spreken over Gods handelen in de geschiedenis.

Maar het hoogtepunt van Gods verbond is Jezus. In Hem is het steeds weer mislukkende verbond tussen God en zijn volk voor eeuwig gelukt, aldus Berkhof. De verbondsvervreemding, veroorzaakt door de zonde van de mens, werd door zijn kruisdood opgeheven. De zonde is uit de weg geruimd om zo ruim baan te maken voor de zondaar. In Jezus is Gods liefde voor de mens eens en voorgoed duidelijk geworden.

Het boek biedt een uitvoerig overzicht van Berkhofs reflectie op een eeuwenlange theologische traditie, van Eusebius van Ceasarea (264-340), op wie hij in 1939 op 25-jarige leeftijd promoveerde, tot twintigste-eeuwers als Karl Barth en Paul Tillich. Bij alle kritiek die hij uitoefende op de traditionele theologie is Berkhof, aldus Meijerink, altijd een reformatorisch theoloog gebleven, voor wie het heil alleen door God tot stand gebracht kan worden. Wat de mens doet 'aan goede werken' kan alleen vanuit dat perspectief bekeken worden.Dat weerhield Berkhof er niet van te beklemtonen dat je iemands geloof ook moet kunnen zien aan zijn politieke stellingname. Zo verzette hij zich tegen de NAVO en hekelde de steun uit de orthodoxe hoek voor de apartheid in Zuid-Afrika. In een vraaggesprek in Trouw merkte hij ooit op: 'Ik werd altijd erg geïnspireerd door de (gereformeerde negentiende-eeuwse theoloog) Kohlbrugge, die me leerde dat je ontspannen kunt leven omdat God zelf voor zijn zaak opkomt. Maar dat werd wel anders toen ik merkte hoe hij omstreeks 1870 meedeed aan de verheerlijking van (keizer) Wilhelm I. Je zult die verticaliteit van het geloof ook horizontaal moeten kunnen afmeten.' Wie deze compacte theologische biografie leest, zal vooral de neiging hebben weer naar Berkhof zelf te grijpen. Maar men ontkomt anderzijds niet aan de behoefte aan een totale biografie, waarin zowel de constanten als de verschuivingen in Berkhofs denken nader geplaatst worden in het kader van zijn persoonlijke ervaringen en karakter. Zo wekte hij de indruk een opgewekte aard te hebben en zoiets kan leiden tot een relatief positieve kijk op een veranderbaarheid van de mens ten goede.