Het geloof in humaniteit

G.L. Durlacher, Verzameld Werk, uitg. Meulenhoff

AMSTERDAM, 2 MEI. Er werd regelmatig gelachen gisteravond in de Balie in Amsterdam, tijdens een bijeenkomst ter gelegenheid van het verschijnen van het verzameld werk van de vorig jaar overleden schrijver Gerard Durlacher. En dat was op het eerste gezicht opmerkelijk, want de boeken die Durlacher schreef zijn geheel en al gewijd aan één loodzwaar thema: zijn oorlogservaringen, in het bijzonder zijn tijd in het Männerlager B II D van Auschwitz-Birkenau.

Voor wie Durlacher persoonlijk hebben gekend, moet de luchtige toon gisteravond niet zo'n verrassing geweest zijn. De vrienden en collega's die in de tot de laatste plaats toe gevulde theaterzaal over hem spraken, herinnerden zich vooral hoe ze met hem hadden kunnen lachen. Ondanks zijn vreselijke ervaringen in de oorlog - Durlacher overleefde Birkenau doordat kamparts Mengele hem selecteerde uit het Familienlager, waar iedereen ten dode opgeschreven was - weigerde hij het geloof in de mensheid op te geven.

“Ook in extreme omstandigheden zijn de laatste sporen van humaniteit niet uit te wissen, dat was zijn overtuiging”, zei Ido Abram, die Durlacher vijftien jaar geleden leerde kennen toen ze samen aan een project voor scholen over de shoah werkten.

Aan het begin van de avond nam Durlachers weduwe Anneke het eerste exemplaar van zijn Verzameld werk in ontvangst. Daarin zijn opgenomen zijn vijf boeken Strepen aan de hemel, Drenkeling, De zoektocht, Quarantaine (waarvoor de schrijver in 1994 de AKO Literatuurprijs kreeg) en Niet verstaan, plus een aantal verhalen. “Gerard zou blij zijn geweest dat hij hier werd herdacht als schrijver”, zei zijn weduwe. “Schrijven was de laatste tien jaar zijn grote vreugde.

Daarvoor had Durlacher, van huis uit socioloog, gezwegen over zijn oorlogsverleden. Hij begon pas te spreken en te schrijven na de dood van een vriendin en lotgenote. Op haar sterfbed kreeg zij angstaanvallen, doordat haar oorlogservaringen weer boven kwamen. Gerard Durlacher wilde niet dat hem hetzelfde overkwam en ging in therapie.

Dat hij daarna in staat bleek zijn ervaringen op te schrijven, op een manier die zonder twijfel literair genoemd kan worden maar zonder af te wijken van de feiten, ervoer hij volgens Anneke Durlacher als “een ongelooflijk groot geschenk waarover hij niet ophield zich te verwonderen”.

Cherry Duyns, die in 1991 een film maakte over de zoektocht van Gerard Durlacher naar 'de jongens' met wie hij in Birkenau had gezeten, herinnerde zich ook hoe hij met de schrijver had gelachen en het “gevoel van verwarring” dat dat bij hem had oproepen. “Dat gevoel overviel me telkens wanneer ik met Gerard schaterlachte totdat de tranen over de wangen liepen, en ik in zijn ogen keek, die die verschrikkingen gezien hadden.”

De avond werd besloten met een fragment uit een televisieinterview dat Adriaan van Dis in 1987 met Gerard Durlacher had, opgenomen op dezelfde plek in de Balie waar gisteravond de hommage plaatsvond. Daarin sprak hij over de vraag hoe het mogelijk was dat hij, als een van de weinigen, Birkenau overleefde. “Dat had niets met karakter te maken”, zei hij. “Het was stom toeval.” Toen de band stopte, was het even stil.