Klaar voor een nieuwe eeuw

Hotel-restaurant Die Port van Cleve, N.Z. Voorburgwal 176-180, Amsterdam. Tel. 020-6244860

Die Port van Cleve, achter de Nieuwe Kerk aan de Amsterdamse Nieuwezijds Voorburgwal, is twee jaar lang gesloten geweest om zich met een ingrijpende verbouwing voor te bereiden op de 21ste eeuw. De zichzelf als 'traditioneel 4-sterren hotel' afficherende onderneming is nu weer open. Op de plaats van de vroegere donkere eetzaal is nu een ruime, lichte brasserie verrezen.

Het aantal kamers is uitgebreid van 99 naar 124. De standaard kamer (ƒ 287) valt te beschrijven als 'non-descript eigentijds', in de luxe kamers (ƒ 342) is vermoedelijk gestreefd naar 'modern Louis XVI'. In de kamers in het oude gedeelte is nog een minibar, maar daar wil de hotelleiding van af, omdat te veel mensen vergeten op te geven dat ze iets hebben gedronken.

Het hotel-restaurant heeft zich ruim een eeuw beroepen op zijn 'echt Hollandse sfeer'. Na de verbouwing is deze kwalificatie nog slechts voorbehouden aan een heel klein deel van de legendarische pleisterplaats, namelijk aan het voormalige restaurant. Deze is nu verbouwd tot hotelbar 'de Blauwe Parade' - die over twee weken open gaat - waar de muren nog bekleed zijn met originele Delftsblauwe tegelfries. Ook in de badkamers is een minuscuul spoortje onvervalst Holland achtergebleven: in een houten klompje aan de muur van de natte cel zitten meeneemflesjes shampoo, bodylotion en bathfoam.

'De Poort', zoals het huidige restaurantgedeelte heet, heeft een bijzondere rol vervuld in de Amsterdamse cultuurgeschiedenis. Achter de monumentale gevel - omstreeks 1885 ontworpen door Isaac Gottschalk - werd door de Tachtigers menige aflevering van De Nieuwe Gids geschreven en in elkaar gezet. Willem Kloos, Albert Verwey, Hein Boeken, Jacobus van Looy, Jan Veth, George Breitner, Isaac Israëls en Willem Witsen beschouwden De Poort als hun vaste, avondlijke wijkplaats. In het 'modelbierhuis' werd aan het eind van de vorige eeuw heftig gefilosofeerd over de koers van de kunst en de noodzaak van spiritualiën. Vriendschappen werden er gevierd en ruzies uitgevochten, vooral om Kitty van Vloten, de vrouw die zowel door Willem Kloos als Albert Verwey werd begeerd. De laatste heeft haar ten slotte veroverd en daarmee Kloos tot een mislukte zelfmoordpoging en prachtige sonnetten gedreven.

Van het authentieke gebouw is vooral de gevel bewaard gebleven en daarop hebben de restaurateurs bijzonder hun best gedaan. Het toonbeeld van Hollandse bouwkunst, uitgevoerd in een potpourri van negentiende-eeuwse namaakstijlen, staat erbij met een frisheid alsof hij gisteren is opgetrokken. Alleen lijken de houten onderdelen van de rondboogvensters in de hardstenen onderpui nogal ver verwijderd van het originele gevelbeeld. De panelen maken een kwetsbare, bijna magere indruk en het rood van de verf neigt angstaanjagend naar een te feestelijk oranje. Daardoor toont de ondergevel alsof hij uit geschilderde sigarenkistjes is getimmerd.

Tja, en dan de brasserie. De donkere, hoge eetzaal waar vanaf 1870 met aandoenlijke trouw de biefstukken werden genummerd - dezer dagen wordt de zes miljoenste verwacht - is teruggebracht tot een lage, moderne eetaccomodatie. De herinnering aan Kloos, Breitner en Israëls cum suis heeft definitief plaatsgemaakt voor de levende beelden van een massaal, etend Japans busgezelschap. Het is een onberispelijk aangeklede ruimte geworden, die je eigenlijk overal in Europa kunt tegenkomen en waar met de nodige inventiviteit culturele tijdloosheid is nagestreefd. Iedereen moet zich er kunnen thuisvoelen en in De Poort is dat eenheidsstreven gelukt. Mosgroen tapijt met een goudgeel diagonaal streepje, vitrines met historische beelden van Amsterdam en gezapig meubilair dat in lichtheid en betrekkelijke elegantie toch modern is. Op de een of andere manier doet het aan Wenen denken.

Ook de keuken beantwoordt nog steeds aan de Hollandse sfeer. Wel is er veel concessie gedaan aan de internationale smaak. Een zoute haring (ƒ 12,50) wordt opgediend in een badje van yoghurt waarin kappertjes en uitjes drijven. De biefstuk (200 gram ƒ 32), in vele variaties, blijft klassiek en hier eigenlijk een heilig moeten. Maar deze ode aan de geschiedenis is beslist geen straf.

Wat wel als een gesel wordt ervaren, is de achtergrondmuziek. Net als de gevel is die eeuwig onbegrijpelijke, als een dienst van ontspanning aangeboden, muzikale omlijsting, opgetrokken uit namaakstijlen. Dat wil zeggen dat de etende bezoeker naar een onafgebroken, te hard aangezet Eurovisie Songfestival moet luisteren. En het allergekste is dat dit geen van de andere gasten lijkt te deren.