Elk geluidstorentje klinkt beter

Concert: Luciano Pavarotti (tenor) m.m.v. Andrea Griminelli (fluit), orkest Il Novecento en Philharmonisch koor Toonkunst. Gehoord: 30/4 Amsterdam Arena. Tv: Tros 18/5 reportage over de voorbereidingen; 19/5 concert-registratie.

De Amsterdamse Koninginnedag werd gisteravond min of meer officieel besloten in de Amsterdam Arena met een optreden van de tenor Luciano Pavarotti. Op de ereplaatsen zaten premier Kok, minister Wijers, de zanger Marco Borsato, de pianist Wibi Soerjadi en Philips-topman Boonstra die als Pavarotti's platenbaas een van de organisatoren was van dit eerste 'klassieke' evenement in de Arena.

De grasmat was afgedekt met een vloer, waarop voor het podium enige duizenden stoelen waren geplaatst. En hoewel voor de verbetering van de akoestiek 20.000 meter zwarte stof was opgehangen in de nok en voor de tribunes aan de kopzijden, waren er toch talrijke lege plaatsen te zien. Dit kwam de sfeer niet ten goede. Het concert verliep buitengewoon mat en tijdens het officiële programma klonken slechts plichtmatige applausjes voor 's werelds beroemdste tenor. Eén keer kreeg Pavarotti de handen echt op elkaar, toen hij de aria Donna non vidi mai (Nooit heb ik zo'n vrouw gezien) uit Puccini's Manon Lescaut opdroeg aan koningin Beatrix.

Nog voor tienen was het concert afgelopen. Er waren 19 korte nummers en Pavarotti had zich elf keer laten horen. Pas toen ontstond wat rumoerige publieke bijval. De zanger was gemakkelijk over te halen tot toegiften: Granada (geleend van collega-tenor José Carreras), La donna è mobile (uit Verdi's Rigoletto) en O sole mio. Hoewel er een vierde toegift was voorbereid, had het publiek daaraan geen behoefte meer. Op de videoschermen kwam de aftiteling voorbij, dus verliet men braaf de Arena. Het orkest met de niet gewenste muziek voor zich op de lessenaars bleef verbaasd achter.

Voor de pauze verliep het concert erg teleurstellend omdat de knoppen van de geluidsinstallatie nauwelijks waren opengedraaid. Het orkest, het koor en de tenor waren niet meer dan een incident in de grote hol klinkende ruimte met de nauwelijks afgestopte eindeloze nagalm. In het cd-tijdperk leek er wel een transsistorradiootje uit de jaren '50 te zijn aangezet, soms overstemd door vliegtuigen en treinen. Wie thuis luistert naar de cd Pavarotti in Amsterdam, die Philips vandaag uitbrengt op het Decca-label, is beter af: goeddeels hetzelfde (eerder opgenomen) repertoire. En elk geluidstorentje klinkt beter.

Het toch al wat dubieuze 'Novecento orkest' klonk wel buitengewoon plat in de ouverture Luisa Miller (Verdi) en de 'Dans van de zalige geesten' uit Glucks Orfeo ed Eurydice, ondanks het mooie timbre van fluitist Andrea Griminelli. In Rimski-Korsakovs The flight of the bumblebee wist hij echter geen spektakel te etaleren. Dirigent Janos Acs liet het slavenkoor Va pensiero uit Verdi's Nabucco slap en glad klinken, zonder contrasten in pianissimo en fortissimo, zonder effect, zonder de hier vereiste ontroering.

En zo was Pavarotti natuurlijk met gemak de ster van de avond, hoewel hij een gemakkelijk programma afwerkte, zonder zijn veeleisende succesnummer Nessun dorma. De aria Quando le sere al placido uit Luisa Miller klonk geroutineerd, in Ah! La paterna mano uit Verdi's Macbeth leek hij zich weer eens niet te realiseren wat hij zong. Beter ging het met de Tosca-aria's Recondita armonia en vooral E lucevan le stelle. Hier hoorde men Pavarotti's serieuzere kwaliteiten: de prachtige stralende en vervoerende stem, gedragen door een passend pathos.

Na de pauze bleek er veel aan de geluidsinstallatie te zijn gedaan. Addio alla madre (uit Cavalleria rusticana) en het met passie gezongen Vesti la giubba (I pagliacci) overtuigden. Daarna bepaalde Pavarotti zich tot het nogal makkelijke werk: Tra voi belle en Donna non vidi mai uit Manon Lescaut en de liederen Mattinata (opgeruimd gebracht) La girometta (charmant vertolkt) en Non ti scordar di me (van het blad gezongen).

Na de akoestische mislukking met een andere, meer dan 100.000 watt producerende installatie tijdens een populair-klassiek evenement in de openingsweek, heeft dit concert nog niet bewezen dat de Arena een geschikte lokatie is voor muzikale evenementen op niveau. Het Concertgebouworkest overweegt nog steeds om ook eens hier op te treden, maar veel meer zorg voor de versterking is wel vereist, willen de kwaliteiten van dat orkest in de Arena hoorbaar zijn.

Verder is de Arena nog steeds met voorsprong het irritantste gebouw van ons land, zeker voor een hier incidenteel komend publiek. Het kopen van Arena-betaalkaarten en het daarmee bemachtigen van een consumptie vereist kennis van zaken, langdurig doorzettingsvermogen en fysieke ontberingen. En dan was het stadion deze keer nog maar halfvol.