Kentering bleef uit in Britse campagne

Morgen wordt in het Verenigd Koninkrijk de verkiezingsstrijd afgesloten. De strijd bevestigde de nieuwe rolverdeling in de Britse politiek - Labour kwam naar voren als een krachtige regeringspartij, de Conservatieven schreeuwen om de oppositie.

LONDEN, 29 APRIL. Nog één dag te gaan. Nog één dag te gaan en aan de Britse verkiezingscampagne komt een einde. Donderdag is het woord aan het Britse volk.

Er zijn al heel wat superlatieven gemorst om de campagne te beschrijven. De meest presidentiële. De meest professionele. De meest cynische.

Vanaf het eerste begin op maandag 17 maart heeft de strijd een hoog onwerkelijkheidsgehalte gehad. Al was het alleen maar omdat Labour, de Zoetemelk van de Britse politiek, voor het eerst sinds 1974 uitzicht had op een overwinning en, sterker, de campagne begon met een voorsprong die de opiniepeilers nooit eerder hadden gezien. Ongerijmder was nog dat de Conservatieve regering in een economische bloeiperiode tegen een historische achterstand aankeek.

De Conservatieve premier John Major heeft geprobeerd om die absurditeiten met een lange campagne te bestrijden. Ook in 1992 begon hij de campagne in de achtervolging. Uiteindelijk deinsde het Britse volk terug voor het avontuur met Labour en gaf het toch weer de voorkeur aan die oude, vertrouwde Tories. Nota bene midden in een recessie. Weer hadden de Conservatieven zich gemanifesteerd als eeuwige winnaar, de natuurlijke regeringspartij.

Maar lang voor in maart de verkiezingsmarathon begon, waren de partijen al gewisseld van positie. De dolende, gedemoraliseerde, verscheurde Conservatieven schreeuwden om de oppositie. Tegelijkertijd wierp Labour zich op als krachtige, zelfbewuste regeringspartij. De verkiezingscampagne heeft die nieuwe rolverdeling alleen maar bevestigd.

Anders dan vijf jaar geleden begonnen de Conservatieven in de verdediging en eindigden ze in het defensief. Pogingen om het economische succes van Groot-Brittannië te belichten, werden overschaduwd door aanhoudende berichten over parlementariërs die zich opnieuw verkiesbaar stelden ook al werden ze ervan beschuldigd dat ze zich voor hun diensten hadden laten betalen. Waarschuwingen dat de constitutionele hervormingen van Labour tot het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk zouden leiden, werden overstemd door het onderlinge gekijf van de Conservatieven over Europa.

Labour heeft steeds de toon gezet van de campagne. Van een Conservatieve comeback is geen moment sprake geweest. Met gemiddeld achttien procent is de voorsprong van Labour aan het eind van de campagne niet veel kleiner dan aan het begin.

Britse commentatoren hebben de campagne al uitgeroepen tot de saaiste in de moderne historie, omdat er geen moment enige twijfel over de uitkomst heeft bestaan. De langverwachte kentering is nooit gekomen. De spanning bleef uit.

Maar wie alleen maar kijkt naar goals en score, heeft geen oog voor het spel. Als een beul heeft Labour de voorsprong verdedigd die ze voor de campagne al had veroverd. Elke aanzet tot een Conservatieve aanval werd onmiddellijk beantwoord met een meedogenloze tackle. Labour heeft niet eens een poging gedaan te schitteren met vernieuwende plannen, om hartstocht te wekken, om een radicaal alternatief te bieden. Dat zou de angstige kiezers alleen maar kopschuw hebben gemaakt. Dat zou de Conservatieven alleen maar in de kaart hebben gespeeld.

Nadat Labour het vrije-marktdenken van de Conservatieven volledig had geabsorbeerd, kon ze zich op ideologisch terrein ook moeilijk van de Tories onderscheiden. Dat wilde ze niet eens. De hele campagne van Labour was erop gericht de Conservatieven tot op de fundamenten af te breken, dankbaar gebruikmakend van de arrogantie, schandalen en gebroken beloften die de Tories in de afgelopen regeringsperiode voor grote delen van het Britse volk zo weerzinwekkend maakten. Waren het in 1992 de Conservatieven die de kiezers zo succesvol in de onderbuik raakten door een schrikbeeld te schetsen van het grauwe Groot-Brittannië onder Labour, dit keer ranselde Labour de Conservatieven met hun eigen karwats.

In een tv-uitzending van politieke partijen toonde Labour het partijcongres van de Conservatieven na de vijfde achtereenvolgende overwinning. Dolzinnig klappende mensen tussen van zelfgenoegzaamheid glimmende tronies. Tussendoor zagen de kijkers beelden van berovingen en gesloten ziekenhuizen. “Als ze opnieuw vijf jaar aan de macht komen, trekken ze zich van niemand nog iets aan. Dan is niemand meer veilig en kan niemand ze meer tegenhouden”, zei een dreigende stem.

Over en weer hebben de twee grote partijen elkaar beklad en bezwadderd. Allebei hebben ze de kiezers de stuipen op het lijf gejaagd met hun apocalyptische toekomstvisies voor het geval dat de tegenpartij zou winnen. Allebei hebben ze grove onwaarheden over elkaar verspreid en elkaar vervolgens uitgemaakt voor vuile leugenaar. Alleen de Liberaal-Democraten hielden hun handen schoon. Maar de derde partij van Groot-Brittannië had ook geen regeringsmacht te verspelen of bemachtigen.

De verkiezingscampagne heeft het negatieve beeld bevestigd van de politiek als cynisch ambacht, waarbij idealen en ideeën uitwisselbaar zijn en alles draait om macht. Een eventuele Labour-regering kan zich niet koesteren in de illusie dat het Britse volk voor háár heeft gekozen, hoe groot een meerderheid van Labour ook uitvalt. Tégen de Conservatieven, dat wel. Maar dat geeft een Labourregering geen breed en overtuigend mandaat.