JURJEN HEMPEL OVER Inzepen

Rotterdam Philharmonisch Orkest o.l.v. Jurjen Hempel: 1/5 Vredenburg Utrecht; 2,4/5 De Doelen Rotterdam; 3/5 Concertgebouw Amsterdam. Het Doelen Ensemble o.l.v. Jurjen Hempel: 16, 25/5 De Doelen Rotterdam.

“Inzepen is vooral een kwestie van organisatie. In een heel kort tijdsbestek moet je het orkest uitleggen waarover een muziekstuk gaat, waar de musici op moeten letten, waar het samenspel in elkaar moet sluiten, hoe de balans ligt. Het doel is om het orkest zó voor te bereiden, dat de uiteindelijke dirigent alleen nog maar aan muziek hoeft te denken, dat hij zich niet meer het hoofd hoeft te breken over basale kwesties.”

Jurjen Hempel (35) is sinds een jaar assistent-dirigent bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij studeerde orkestdirectie aan het Utrechts Conservatorium bij David Porcelijn en Kenneth Montgomery en in Tanglewood (VS) bij onder anderen Seiji Ozawa, Lorin Maazel en Bernard Haitink. In Nederland dirigeerde hij gezelschappen als het Radio Filharmonisch Orkest, het Residentie Orkest, het Asko Ensemble, het Schönberg Ensemble en Orkest De Volharding. Deze week dirigeert Hempel vier concerten van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, later deze maand leidt hij twee programma's met het Doelen Ensemble, bestaande uit leden van het Rotterdams Philharmonisch.

“Mijn hoofdtaak is om alle produkties van chefdirigent Valery Gergjev bij te wonen, eventueel voor te bereiden, en stand by te zijn voor het geval er dingen mislopen - als zijn vliegtuig te laat aankomt of als hij een vlucht eerder wegmoet. Ik moet ook stand by zijn bij een aantal gastdirigenten. Haitink heb ik dezelfde diensten verleend door het strijkorkest voor te bereiden. Zelf doe ik nu vier produkties met echt dirigentenrepertoire, waaronder Till Eulenspiegel van Richard Strauss en de Prélude à l'après-midi d'un faune van Debussy.

“Volgend jaar ga ik de schoolconcerten erbij doen en de wensconcerten. In de Z-serie met moderne muziek dirigeer ik komend seizoen drie van de vijf concerten. Het is kortom een heel afwisselende functie, een spekkie naar mijn bekkie, maar ik wapen mij tegen het stigma 'hij kan heel goed inzepen'. De mensen vergeten er dan vaak bij te zeggen dat je ook op concerten goed presteert. Maar het is een eer om met het Rotterdams Philharmonisch te mogen werken. Het is een heel ambitieus orkest, buitengewoon goed. Of zoals een Londense krant onlangs schreef: 'The Rotterdam Philharmonic is Europe's best kept secret.' Ik voel me daar wel thuis, maar volgend jaar is het al weer voorbij omdat het in principe een tweejarige aanstelling is.

“Als Gergjev te laat is, spring ik in. Als hij binnenkomt, ben ik weg. Daar kan iedereen ontspannen mee omgaan. Maar laatst was hij een keer echt te laat, ik deed de Derde symfonie van Beethoven. We waren al een kwartier bezig en iedereen beleefde veel genoegen aan het musiceren, toen ik hem zag binnenkomen.'Hè jammer', dacht ik, ik had het tweede deel ook nog wel willen doen. Toen verdween Gergjev echter de zaal in. Het eerste deel was klaar, ik draaide mee om en hij gebaarde: doe het tweede deel ook maar. Dat is een geweldig gevoel.

“Ik heb een groot vertrouwen in mijn musici. Dat vertrouwen staat je toe tijdens een concert bij gelegenheid de teugels te laten vieren en musici een zekere mate van vrijheid te geven. Een echte musicus herkent de kans tot vrijheid meteen en gaat ermee aan de haal: 'kijk mama, met losse handjes'. Ik heb dan zoiets van: doe maar, laat het maar horen. Ik pak het wel weer op wanneer ik vind dat ik weer aan de teugels moet trekken.”