Het ochtendongerief

Luistert een Nederlander langer dan een half uur naar de radio zonder dat hij in opstand komt, dan is hij in het buitenland. Tot de ongeschreven wetten van Nederland hoort namelijk dat de radio en de luisteraar met elkaar op gespannen voet moeten staan; en de sector waar de meeste spanning heerst, is die van de 'klassieke muziek'.

Het is de ochtend van een werkdag, na het nieuws van acht uur. Radio Vier, de klassieke muziekzender van Nederland, het station dat niet schreeuwt of je zo vroeg al met het gezwam van de dag bedeelt. Duizenden, misschien wel tienduizenden nemen al luisterend, nog verlangend naar mooie muziek, een hapje van hun ei, werken aan hun wimpers, steken een been in een broekspijp. Vrediger kan het niet. Maar ze willen er muziek bij, niets anders dan mooie muziek, van Albéniz, Bruckner, Chopin, Ysaye of Zweers, als het maar mooie muziek is. Maar alleen muziek is sinds de oprichting van de Nederlandse radio iets dat met alle macht moet worden verhinderd. Er hoort kletspraat bij.

Maandagochtend. De EO heeft het woord. Daar is een meneer die van iedere componist en musicus het doopceel licht voor hij een toontje kan laten horen. Naast hem op het tafeltje in de studio, stel ik me voor, ligt Casper Höwelers X-Y-Z der muziek en als hij goed op dreef is, maakt hij er een voorleesochtendje van. Dinsdagochtend, de TROS. Dit is vaak minder een muziekuurtje dan een cursus kennis van het Nederlandse volk. Bekende Nederlanders laten horen wat ze het mooist vinden. Hoe zou het toch komen dat zoveel Bekende Nederlanders zich aan zigeunermuziek hebben verslingerd? Woensdagochtend, de NCRV. Tussen acht en negen zijn er twee aan het woord, van wie de leider zich van de ene aanval van geestdrift en vervoering naar de volgende beweegt. De nummertjes, zal ik maar zeggen, zijn de intermezzi tussen zijn geestdrift. 'De gemoederen werden tot natte ogen opgezweept', hoorde ik hem vorige week zeggen. Vrijdag. Weer de man van de EO, nu in gezelschap van een niet minder bij de muziek betrokken deskundige. In de hele ether, van radio en televisie, zijn de deskundigen wat eens de Hunnen voor Europa zijn geweest. In de muziekprogramma's woeden ze op hun ergst.

Een vervelende bijkomstigheid van de ergernis is, dat die niet groot genoeg kan zijn. Vanzelf ga je letten op kleinigheden waardoor je je nog meer kunt ergeren. Aan deze kleinigheden is geen gebrek. Een van de heren, ik zal niet zeggen wie, maakt van zijn 'r' consequent iets dat het meest in de buurt van een 'l' komt; een andere zet, onder ons gezjegd en gezjewegen, achter zijn z altijd een j. En aan het eind van hun uurtje zeggen ze allemaal tegen hun gasten: Ontzettend bedankt, en tegen ons luisteraars: Mag ik u een hele goede morgen wensen. Aan de muziek kom je op zo'n manier niet meer toe.

Maar we hebben een uitwijk: Classic FM. 'Altijd muziek, altijd favoriet.' Zeker, maar tien keer per dag de Sabeldans, de Rhapsodie in Blue, het Für Élise en al die andere gouwe ouwen van de top honderd dezer eeuwen: dat is op den duur bij je thee, toast en eitje ook iets waaraan je gaat twijfelen. Classic FM gaat steeds meer op een snoeptent lijken, met een assortiment zuurstokken, suikerspinnen, drop, nog meer bederf. Het ligt niet aan de muziek, het ligt aan de herhaling met bedoeling. 'U bent goed op weg met klessik ef-em' klinkt het over-monter.

Zo zien we: het is nooit goed. Krijgen we alleen muziek, dan is het weer te veel. Het zal aan de luisteraar liggen.