Even aandacht voor Indiërs in Engeland

Nu er verkiezingen op komst zijn, maken veel Britse politici de circa één miljoen Indiërs in hun land het hof. Maar ondanks hun toenemende welstand en aanzien houden sommige Indiase immigranten ambivalente gevoelens over hun tweede vaderland.

LONDEN, 28 APRIL. Opzij van de drukke ringweg in de grauwe buitenwijk Neasden in het noordwesten van Londen doemt plotseling boven de bakstenen rijtjeshuizen met hun onafscheidelijke schoorstenen, als een visioen, een reusachtige wit-marmeren hindoetempel op. Het is de Shri Swaminarayan-tempel, die in korte tijd is uitgegroeid tot een symbool van multicultureel Engeland.

Sinds de opening in augustus 1995 heeft het complex al bijna een miljoen bezoekers getrokken, van wie 40 procent nieuwsgierige 'inheemse' Britten. Onder hen de toekomstige hoeder van de Anglicaanse kerk, prins Charles, die op kousenvoeten de tempel betrad met een blad vol olielampjes in de hand. Premier John Major bleef niet achter en liet zich gewillig een tilak, de hindoestip, op het voorhoofd drukken. Daarnaast vereerden ook de aartsbisschop van Canterbury en de Dalai Lama de tempel met een bezoek.

Ook op deze doordeweekse ochtend is het weer tjokvol in de tempel, die zijn bestaan vooral dankt aan rijke migranten uit de Indiase deelstaat Gujarat. Op de grond tussen de rijkbewerkte zuilen zitten Indiase vrouwen in sari's zij aan zij met bejaarde Engelse dames in plooirokken, terwijl horden geüniformeerde schoolkinderen zijn neergestreken naast Indiase zakenlui in smetteloze Westerse pakken.

Vlak voor het sanctum prevelt een tiental priesters in oranje gewaden gebeden en roept de zegen van het hindoe-pantheon af, terwijl een medewerker van de tempel een door merg en been gaand gefluit produceert op een schelp. Buiten staan touringcars uit heel Engeland op een ruime parkeerplaats.

“Deze mandir (tempel) brengt de Indiase gemeenschap samen en schenkt ons een grote dosis zelfvertrouwen”, zegt Tarun Patel, effectenmakelaar en woordvoerder van de tempel. “Zo kunnen we onze eigen identiteit bewaren, ook voor de volgende generatie.” Aanvankelijk was er veel verzet in de buurt tegen de komst van het bouwwerk, maar dat is volgens Patel inmiddels juist omgeslagen in waardering.

De 33-jarige Patel, die sinds zijn zesde in Engeland woont, ziet er niets tegenstrijdigs in om zo'n grote hindoetempel buiten het moederland te bouwen. “Natuurlijk blijft India een bron van inspiratie voor ons, maar je kunt heel wel je wortels in de Indiase cultuur hebben en tegelijk geïntegreerd zijn in de Britse samenleving.”

Kunstenaars, die zo vaak een barometer voor de samenleving vormen, geven intussen hun eigen weergave van de ontmoeting tussen Oost en West. In het eerbiedwaardige Royal Court Theatre in het Londense West End speelt voor volle zalen met een zeer gemengd publiek al weken het stuk East is East van Ayub Khan-Din. Het handelt over het moeizame huwelijk van een Pakistaanse immigrant en zijn Engelse vrouw en de dikwijls tragische zoektocht van hun kinderen op het breukvlak van de twee culturen. Khan-Din treedt in het voetspoor van meer illustere voorgangers als Salman Rushdie en Hanif Kureishi.

Terwijl hun vaders de kost vaak nog verdienden als bescheiden winkeliers, restaurantiers, fabrieksarbeiders en busconducteurs, duikt de tweede generatie, geboren en getogen in Engeland, steeds vaker op in de vrije beroepen. Volgens een recente studie van de Universiteit van Oxford zijn de Indiërs, na de Chinezen, economisch gezien de meest succesvolle etnische minderheid in het land. Ze volgen het 'joodse model': ze zijn hun eigen baas, bezitten een eigen huis en hebben een voorkeur voor de voorsteden.

Een daarvan is Southall, een vooral door sikhs bewoonde wijk in het westen van Londen. Ondanks de typisch Engelse huisjes van ruim voor de Tweede Wereldoorlog ademt Southall de sfeer van een dorp in de Punjab, de Indiase deelstaat waar de sikhs in de meerderheid zijn. Bejaarde sikhs met tulbanden en eerbiedwaardige spierwitte baarden passeren, terwijl vrouwen in een shalwar qamiz, het pyjama-achtige gewaad dat miljoenen vrouwen in Noord-India en Pakistan dragen, zich verdringen voor een stalletje met Oosterse stoffen.

De voertaal is niet Engels maar Punjabi en in de groentewinkels heet de bloemkool niet cauliflower maar ghobi en de spinazie gaat hier van de hand onder de naam palak. Babita's winkel voor sari's staat tussen een slager in halal-vlees en Madhu's Brilliant Restaurant. Even verderop zitten Raja Travel, een kantoor voor goedkope telefoontjes naar India en Pakistan, en een juwelierszaak, want als het er op aankomt beleggen de Punjabi's hun geld nog altijd liever in juwelen dan in aandelen of spaardeposito's. Toch hebben ook de Pakistaanse Habib-bank en de Indiase Bank of Baroda hier filialen geopend.

“Wat een benepen sfeer hier”, klaagt een bezoekster uit de Indiase hoofdstad New Delhi, die voor het eerst in Southall is. “En die vrouwen hier lopen nota bene in kleren, die bij ons in India al jaren uit de mode zijn.” Een incidentele blanke Engelsman en een handvol zwarte Somalische vluchtelingen completeren dit bolwerk van de sikhs.

Dat het hun economisch voor de wind is gegaan, blijkt uit de Mercedessen die hier en daar voor de deur staan. Maar dat hun overstap uit het subcontinent in ander opzicht niet altijd even soepel is verlopen is eveneens duidelijk. Daaraan herinneren de zwart geblakerde resten van een vooral door sikhs bezocht buurtcentrum, dat anderhalf jaar geleden door onbekenden in brand werd gestoken.

“Wij worden af en toe uitgescholden voor Indiase curries of voor Paki's”, klagen drie 19-jarige meisjes uit Southall. Een jongeman van Indiase komaf, die in Cambridge heeft gestudeerd en nu in een BMW rijdt, overweegt naar India terug te gaan. “Je kunt hier wel goed werken en geld verdienen, maar je blijft een outsider.”

Een 'inheemse' taxichauffeur meldt intussen dat hij tijdens een zakelijk gesprek in een café met een jonge vrouw van het subcontinent tot zijn ontsteltenis plotseling met messen werd bedreigd door haar broers, die in hem kennelijk een ongewenste verleider zagen. Ook hekelt hij de manier waarop de Indiërs de arbeidsmarkt voor 'inheemsen' bederven door voor veel lagere lonen te willen werken. Hij vindt bovendien dat de autoriteiten veel te aardig zijn voor de migranten en de 'inheemse' bevolking verwaarlozen.

Het zittende parlementslid voor dit district, Piara Khabra van Labour, zelf een sikh, zij het zonder tulband en baard, wil van zulke spanningen niets weten. “Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig hebben we hier enkele botsingen gehad tussen de Aziatische gemeenschap en het Nationale Front, maar sindsdien is het hier rustig geweest.” Openlijk racisme is volgens hem zeldzaam in Southall. Wel vreest hij dat veel Aziaten in hun loopbaan minder snel worden bevorderd dan 'inheemsen'.

Spanningen of niet, vaststaat dat er in veel opzichten nog altijd een diepe kloof gaapt tussen de Aziaten en de rest van de samenleving. Dat geldt met name voor de ouderen, die dikwijls nog nauwelijks Engels spreken. Een van hen is de 73-jarige S.S. Gill, een sikh die inmiddels al 37 jaar in Engeland vertoeft maar nog altijd niet in staat is in het Engels te converseren zonder tolk. Hij is naar een ander buurtcentrum gekomen, naast het afgebrande, voor een praatje met leeftijdgenoten.

“Ik heb hier al die jaren keihard gewerkt en soms was het natuurlijk zeer lastig dat ik geen Engels sprak”, geeft hij toe. “Eigenlijk zou ik nu het liefst teruggaan naar mijn dorp in de Punjab, maar mijn vrouw wil niet weg wegens onze kinderen.” Zoals meestal doen die het nog veel beter dan hun ouders. “Een van mijn zoons bezit al zes huizen”, meldt Gill trots.

De kloof tussen de Indiase cultuur en de Brits-Westerse leidt dikwijls tot pijnlijke conflicten binnen de geïmmigreerde gezinnen. De ouders willen hun kinderen overeenkomstig de tradities uithuwelijken aan een partner van hun keuze, maar anders dan in India zijn hun eigen kinderen op dit terrein niet volgzaam meer. “De dochters van veel sikh-families willen bij voorbeeld tot afgrijzen van hun ouders niet langer een sikh met een tulband en een baard hebben”, vertelt Ramesh Bhargava, die een huwelijksbureau in Southall beheert. “Ze willen een jongen die zich gewoon scheert.”

De huwelijksmakelaar meent dat het belangrijkste verschil met India is dat de Indiase meisjes en jonge vrouwen in Engeland economisch steeds onafhankelijker worden door een eigen baan en inkomen. “Daardoor verliezen de ouders snel aan invloed. Ze schikken zich nu meestal maar in het onvermijdelijke. Anders lopen hun dochters van huis weg en is de schande voor hen nog veel groter.” Een andere sikh, die werkzaam is in het buurthuis, zegt: “De ouderen klagen dat ze eerst hun land verloren hebben en nu ook nog hun kinderen kwijtraken.”

De jonge garde kiest ook steeds zelfstandiger een politieke partij. Hun ouders stemden vanouds Labour. Dat toonde zich meer ontvankelijk voor de problemen van de immigranten, al waren de meeste Indiërs als het er op aankwam juist zeer conservatief en hechtten ze net als de Conservatieven sterk aan het gezin. Pas in een laat stadium gooiden de Tories het roer om. John Major bracht enkele maanden geleden demonstratief een bezoek aan het subcontinent en velen meenden dat dit was ingegeven door de wens om indruk te maken op de Aziatische kiezers thuis in Engeland.

In Southall blijft de grote meerderheid niettemin voor Labour. Maar de oude Gill geeft toe dat zijn zoon met de zes huizen tegenwoordig Conservatief stemt. Ook de 19-jarige Arfhana, die een jurk draagt die zo nauw sluit en zo diep is uitgesneden dat zij haar vader uit Pakistan wel haast een flauwte moet hebben bezorgd, doet niet meer mee met Labour. “Ik heb meer vertrouwen in de Conservatieven en hun kandidaat ziet er ook veel knapper uit.”