TOPSPORT IS JE BEK HOUDEN EN KNOKKEN

Volleybalcoach Pierre Mathieu behaalde zijn eerste landskampioenschap in 1975 in België. Als hij met zijn club Volco de finale van de play-offs van VVC wint, zal dat de tiende nationale titel uit zijn loopbaan zijn. “Een bijzondere, mijn eerste met een vrouwenploeg.”

De oude bondscoach Joop Alberda en zijn opvolger Toon Gerbrands noemen hem De Meester. Van beiden was Pierre Mathieu docent op de trainerscursus. Al ruim twintig jaar vertoeft de 53-jarige Doetinchemmer in de top van het volleybal. “Ik stel mezelf doelen, verleg steeds mijn grenzen. Elke wedstrijd is anders, elke titel is anders. Nu wil ik een vrouwenploeg Nederlands kampioen maken. Hoe maakt me niet uit. Als het maar gebeurt. Ik werk eigenlijk voor mezelf, ben een echte egotripper.”

Onlangs werd Mathieu geïnterviewd voor een scriptie over bijgeloof. “Dat gesprek duurde 25 seconden. Het enige waarin ik in geloof, is mijn eigen kunnen. Klaar!”

De kleine veteraan heeft nog niets van zijn passie en enthousiasme verloren. “Ik houd er mee op zodra mensen zeggen: vroeger was hij een beul maar daar is nu niets meer van te merken.” Mathieu noemt zichzelf een provocerende coach. Hij speelt met de geest van zijn spelers, zegt hij. “Ik ben een prestatietrainer en topsport betekent gewoon je bek houden en er altijd alles voor over hebben om het hoogste te bereiken.”

Vier jaar geleden zette hij de opmerkelijke stap van de mannen naar de vrouwen, een grote verandering. “Maar ik behandel vrouwen in de sport niet anders dan mannen”, stelt Mathieu. “Ik heb niet toegegeven. Ik zeg tegen mijn speelster Elles Leferink na een wedstrijd ook gewoon dat ze een klote-wedstrijd heeft gespeeld. Ik weet dat ik erdoor in problemen kan komen, maar ik balanceer altijd op de rand van de afgrond.”

Zo was hij woedend op zijn speelsters tijdens de derde wedstrijd in de halve finale van de play-offs tegen Pollux uit Oldenzaal, de vorige vereniging van Mathieu. Volco verloor de tweede en derde set. De coach: “Ik weet hoe moeilijk een wedstrijd in Oldenzaal is. Daarom heb ik na die derde set tegen mijn speelsters gezegd: als jullie hierna nog een klote-pot in Oldenzaal willen spelen, zoeken jullie het zelf maar uit. Dat pikten ze goed op. Ze toonden karakter en wonnen nog met 3-2. Dus hoefden we niet nóg een wedstrijd te spelen, we stonden in de finale.”

Mathieu blijkt als geen ander spelers op scherp te kunnen zetten. Hij herinnert zich een voorval in zijn tijd bij het Belgische Ruisbroeck, dat met de Nederlander als coach de enige nationale titel uit de clubhistorie behaalde. “We moesten naar Leuven en daar hadden ze nog nooit gewonnen. Ik heb bij de training drie stickers van Leuven op de vloer geplakt en steeds als ik floot moesten mijn spelers daar hard op stampen met hun voeten. Ook mochten ze zich in de week voor de wedstrijd niet scheren. Als beesten zagen ze er uit, vies! Ze waren zó geladen, gingen bijna de tegenstanders te lijf. De scheidsrechter was bang voor problemen en vroeg me of ik de ploeg wilde toespreken. Maar we wonnen wel, met 0-3!”

Met de finale tegen VVC - vandaag is de eerste wedstrijd in Vught, wie het eerst drie keer wint is kampioen - is hij al dagen bezig. Mathieu kocht in een supermarkt blikjes groenten van het merk van de sponsor van VVC. Iedere speelster kreeg er een en moest haar 'Bonduelletje' elke training bij zich hebben. Soms maakten ze van alle blikjes een toren en mikten ze de ballen er op, net zolang tot ineenstorting volgde. Zodat niemand zou vergeten tegen wie ze moeten spelen. Mathieu: “Mijn internationals mogen over twaalf dagen weer vriendinnen zijn met die van VVC. Maar nu is het oorlog. Dat is topsport. Nu telt even alleen het belang van Volco.”

Hij is er heilig van overtuigd dat zijn ploeg landskampioen wordt. Hoe het precies zal gaan, weet Mathieu ook al. In de vierde wedstrijd, thuis in Ommen in Overijssel, valt de beslissing. Wat de coach betreft, zou het zelfs op het laatste en vijfde duel mogen aankomen. “Hoe spannender het wordt, hoe makkelijker ik alles kan overzien. Dan geniet ik en voel ik me als een vis in het water. Dat is een gave die ik heb gekregen van Onze Lieve Heer, misschien als vervanging voor mijn slechte onderbenen.”

De oudere broer van Pierre Mathieu, Eddy, was voetbalkeeper en won in 1963 met Willem II de KNVB-beker. Vervolgens troffen de Tilburgers in het Europa-Cuptoernooi het grote Manchester United. Als Eddy op verjaardagen over die bijzondere gebeurtenis vertelde, beloofde Pierre dat hij ook Europees niveau zou halen. Hij had als volleybalcoach nog geen ploeg op niveau getraind toen hij op eigen initiatief bij het Belgische Turnhout aanklopte. Ik ben Pierre Mathieu en ik heb bijna mijn diploma bondsoefenmeester.

De deur werd niet eens voor zijn neus dichtgesmeten. “Ik mocht een proeftraining geven. De coach was er net ontslagen. Na een half uur lieten ze me al stoppen en moest ik met het bestuur mee. Bij Turnhout speelde Sjef Mol, toen de grote vedette van België. Hij was op die training helemaal in het wit. We schudden elkaar de hand. Wie bent u, vroeg ik. Wist ik veel. Dat vond hij prachtig. We hebben het daarna altijd goed met elkaar kunnen vinden. We werden meteen kampioen van België.”

De meeste van zijn prijzen won Mathieu bij het Voorburgse Starlift. Daar was de kleurrijke Dingeman (Dé) Stoop voorzitter en geldschieter. Mathieu: “Ik stond op het punt bij Turnhout bij te tekenen toen Stoop belde. Als je pas vanavond in België tekent, is het nog niet definitief, zei Stoop. Ik maakte een afspraak met hem en reed naar Voorburg. Stoop stond al met zijn jas in zijn handen, hij moest naar Londen. Hij vroeg alleen wat ik wilde verdienen. Ik noemde een bedrag en we waren rond.”

Mathieu won in drie jaar tijd met Starlift alles wat er in Nederland te winnen viel. Tot twee keer toe haalde Stoop hem daarna terug naar de Voorburgse club. “Die man heeft mij veel geleerd. Eén les is mij het beste bijgebleven. Stoop zei altijd: als je iets wilt, dan is dat iets het belangrijkste op de wereld. Daarvoor moet dan alles wijken. Stoop was natuurlijk eigenwijs. Ik heb weleens een contract niet getekend omdat ik drie cent per kilometer minder kreeg dan was beloofd. Maar hij hield zijn poot stijf. Verscheur jij het contract of moet ik het doen, vroeg hij. Doet u het maar, zei ik, en ik ben weggegaan.”

Hij herkent in Volco-sponsor Dick de Lange “een tweede Stoop”. “Meneer Stoop had iets meer een sporthart, maar met het instinct zit het wel goed bij De Lange. De twinkelingen in zijn ogen zeiden me genoeg. Het contract was binnen twaalf minuten bekonkeld.”

Mathieu had destijds in Voorburg de beschikking over een ploeg met illustere namen als Constandse, Van der Velden en Willemstein. Ook een jonge Peter Blangé, vorig jaar aanvoerder van de Nederlandse ploeg die olympisch goud won, behoorde tot de selectie. “Hij zat toen nog vaak aan de kant”, vertelt Mathieu. “Want ik kon mijn grote vedette, Sjef Mol, toch niet op de bank laten beginnen. Maar Peter had klasse. Hij had een killersinstinct en een grote mond. Dat sprak mij wel aan. Hij was toen nogal eens de pispaal, vooral voor Jan Clardeij. Die riep vaak dat Peter te lange benen en te grote voeten had. Blangé heeft zich ontwikkeld tot een topper. Peter heeft bijzondere polsen. Die kan hij helemaal naar achteren klappen. Toen ik hem laatst tegenkwam, heb ik hem gevraagd of het niet weer eens tijd werd om samen wat te gaan doen.”

Maar de grote favoriet van Mathieu blijft toch Frank Constandse, de Voorburgse volleybalheld uit de jaren zeventig. “Hij was heus niet onoverwinnelijk, maar hij was er altijd als hij er moest zijn. Frank heeft mij nooit in de steek gelaten. Een groot speler. Niemand maakt mij wijs dat Constandse en Willemstein de wereldtop niet zouden hebben gehaald als ze elke dag hadden getraind. Want wat deden wij in die tijd nou helemaal? Twee keer in de week tweeënhalf uur trainen. Als je het met nu vergelijkt, is dat om te lachen.”

Toch won Starlift in 1984 de Europa Cup 3, het hoogtepunt uit de carrière van Mathieu. “Dat gebeurde in onze eigen zaal, de Vliegermolen. Vooral voor Stoop was het geweldig. Hij had zijn nek uitgestoken om die finale naar Voorburg te halen. De overwinning was voor zeventig procent een strategisch succes. We maakten fake-opstellingen. Dat had ik uit Finland opgepikt en de tegenstanders trapten er in.”

Het verhaal van kampioenenmaker Mathieu heeft ook een zwarte bladzijde. Bij Delta Lloyd AMVJ, jarenlang de grote concurrent van Starlift, klikte het niet tussen hem en de spelers. “Ik was er na een half seizoen alweer weg. Die gasten speelden meer voor het geld dan voor het spelletje. Dat vond ik maar niets. Ik ben een hobby-trainer. Ik reed voor mijn plezier drie keer in de week van het zuiden naar Amstelveen.”

Constandse werd te vroeg geboren om de grote volleybalsuccessen van Nederland mee te maken en ook Mathieu speelde geen rol in de opmerkelijke opmars van Oranje, met als hoogtepunt het olympisch goud. “Zal ik eens wat vertellen?”, reageert Mathieu. “Ik zou bij Brother Martinus coach worden toen de bloeiperiode daar net was begonnen. Ik heb gesprekken gehad, ook met de belangrijkste spelers, Brouwers en Goedkoop. Avital Selinger was er niet bij. Hem had ik bij een competitiewedstrijd belachelijk gemaakt door een tuinkabouter mee te nemen. Maar met de anderen klikte het goed. Er werden handen geschud, ik zou de nieuwe man van Martinus worden. Maar Stoop voorkwam dat. Ik had nog een contract voor een jaar in Voorburg en hij weigerde me naar een concurrent te laten gaan. Dat was echt Stoop.”

“Dus”, concludeert Mathieu lachend, “is Dingeman Stoop indirect verantwoordelijk voor de grote Nederlandse volleybalsuccessen. Want toen het met mij niet doorging, is Avital met de naam van zijn vader gekomen.”

Mathieu heeft er achteraf geen pijn van. Er waren en zijn nog genoeg andere doelen na te streven. Zoals een kampioenschap bij de vrouwen. “Het zou voor mij een van de mooiste titels zijn. De dames van Volco hebben alle hoeken en gaten gezien. Ze verdienen het kampioenschap. Ik ben hard voor ze geweest. En we hebben veel tegenslag gehad. We zouden twee topspeelsters uit het buitenland krijgen, maar we hebben ze niet gezien. We zijn ook niet de beste ploeg van Nederland, maar door onze bezieling en het geloof in onze capaciteiten gaan we het redden.”

En dan, wat blijft er dan nog te wensen over voor Pierre Mathieu? “Ik zou graagooit een ploeg op de Olympische Spelen willen coachen. Als een soort afsluiting. Ik ben gevraagd om bondscoach te worden van een land buiten Europa. Misschien doe ik dat wel.”