RIOD

Anton van Hooff (19 april) ziet koningin Wilhelmina's onverwachte vertrek in de meidagen '40 ten onrechte als vlucht: immers, Oost- en Westindië bleven haar ambtsgebied na het wegvallen van Nederland zelf. Taakvoortzetting (gedwongen verblijf elders) was dus haar plicht. Verder ziet hij het RIOD als een overbodig instituut.

Opheffing daarvan nú zou een grote verarming betekenen. Nóg leven er getuigen uit die tijd die weet hebben van belangrijke verzetsdagen, verricht door mensen, wier naam niet bij De Jong te boek staan. Alsnog kan dit hiaat worden opgevuld. Maar ook allerlei individueel oorlogsleed dient te worden te boek gesteld vanwege het specifieke van die tijd.

Dan zijn er de gedenkschriften en dagboekaantekeningen die, vaak in kleine kring, uitgekomen zijn ter herdenking van de 50 jaar daarvoor beëindigde oorlog. Te weinig daarvan zijn naar het RIOD opgestuurd. Dit zou alsnog kunnen geschieden. De oorlogsgeneratie is echter aan het uitsterven; haast is dus geboden. Ook zijn er de persoonlijke oorlogstragieken van de volgende generatie oorlogsslachtoffers (pro en contra). Vanwege het stempel van de oorlog dat nóg op hen drukt, horen beschrijvingen door en over hen beslist centraal te worden geregistreerd. Laat het RIOD komen met een duidelijke oproep voor hen wier verslagen de moeite waard zijn. Nóg is het niet te laat. Betrokkenen en getuigen zijn nog niet allen overleden.