Johan Stekelenburg (55); Charmante, ietwat softe bemiddelaar

DEN HAAG, 26 APRIL. “Ik weet werkelijk niet of het doorgaat. Het is heel vervelend dat zulke dingen uitlekken, want de kans dat ik het niet word is heel reëel. Tilburg heeft tot nu toe altijd een CDA-burgemeester gehad.” Met deze woorden nam FNV-voorzitter-tot-31-mei Johan Stekelenburg afscheid van de vakbeweging die hij sinds 1988 heeft geleid.

Onder de kop 'De burgemeester van de FNV' laat een ieder die ooit het pad van de nieuwe burgemeester van Tilburg heeft gekruist in het huisblad van de FNV horen wat ze van Stekelenburg hebben gevonden. Variërend van 'het vleesgeworden overlegmodel' en 'de naïeve sociaal-democraat' tot 'de man die geen nee kan zeggen' en 'iemand die graag door iedereen aardig gevonden wil worden'; Stekelenburg heeft zijn FNV-omgeving allerminst onberoerd gelaten. Een charmante maar ietwat softe bemiddelaar is samenvattend het oordeel over de man wiens vertrek volgens de achterblijvers op het juiste moment is gekomen. Zij reppen over de monster-fusie die de grote FNV-bonden op het punt staan te sluiten waardoor de rol van de vakcentrale naar hun verwachting tot een formele wordt gereduceerd.

Stekelenburg zelf zegt zich in de kwalificaties niet te kunnen vinden. “Ik ben niet bang voor conflicten”, meldt de 55-jarige Stekelenburg in Elsevier. “Ja, liever argumenten dan de blote vuist”, voegt hij er aan toe. Het past volgens hem bij de respectabele naam die Tilburg heeft voor wat de bestuurscultuur betreft.

Zoals zo vaak was het ook bij de nieuwe burgemeester van Tilburg een ingrijpende jeugdervaring die het karakter van de man heeft gevormd. Op elfjarige leeftijd moederziel alleen bijna twee jaar in een sanatorium vanwege tuberculose kuren tussen allemaal oudere jongens; het heeft Stekelenburg naar eigen zeggen gesloten gemaakt. Hij leerde van zich af te bijten, emoties “buiten haken te plaatsen” en vooral te rationaliseren. Handig voor gesprekken “met een kabinetsinformateur en een paar van die mensen eromheen”, meent Stekelenburg. “Zo'n gesprek waarin je echt alles in de gaten moet houden wil je niet in het pak genaaid worden. Dat kan ik sinds toen.”

Daarnaast kwamen de ervaringen als lid van de hervormde kerk later goed van pas, zo vertelde hij deze week in de tv-show van Paul de Leeuw. Ruim dertig jaar geleden troonde hij op kosten van de kerk nietsvermoedende jongeren mee naar strand, sportveld en danszaal om na afloop te verkondigen aan wie ze die fijne dag te danken hadden. “En dan waren ze in de fuik gelopen”, verklaarde Stekelenburg die deze aanpak het 'fuikpastoraat' doopte.

Of het nu zieltjes winnen voor de hervormde kerk of voor zijn eerste werkgever, de vakbeweging, is, lijkt Stekelenburg weinig uit te maken. Onder zijn leiding hervonden de verschillende FNV-bonden de eenheid die ze voor zijn aantreden waren kwijtgeraakt. Leden liepen sinds het begin van de jaren tachtig massaal weg, maar in de loop van Stekelenburgs voorzitterschap kwamen ze weer terug. Toen hij in 1988 aantrad maakten zo'n 930.000 leden hun contributie over, eind vorig jaar waren dat er bijna 1,2 miljoen.

Eigenlijk was een burgemeesterspost ergens in het door Stekelenburg geliefde Friesland ook heel mooi geweest. Sneek zou voor de Utrechtenaar een fijn plaatsje zijn geweest. Althans, toen hij begin jaren tachtig nog in de subtop van de FNV rondliep. Toen hij twee jaar geleden eindelijk door de PvdA in Sneek werd benaderd voor de burgemeesterspost was het stadje voor de FNV-voorzitter inmiddels een maatje te klein.

De verantwoordelijkheid van een vakbondsleider is immers te vergelijken met dat van een minister of ondernemers “die schatten, tonnen verdient”. En als Stekelenburg deze laatsten na een moeizaam overleg achterin peperdure bolides met chauffeur zag wegrijden en hij alleen naar zijn Opeltje zonder chauffeur sjokte, dan werd het hem wel eens zwaar te moede. “Ik wou dat ik dat had”, dacht hij dan. “Ik zou heel wat werkuren achterin kunnen maken.” Met zijn benoeming tot burgemeester van Tilburg lijkt die laatste wens eindelijk in vervulling te gaan.