Politieke impasse rond verlaging van het minimumloon

DEN HAAG, 25 APRIL. De besluitvorming over tijdelijke verlaging van het minimumloon zit muurvast. Het wetsvoorstel waarmee de regering langdurig werklozen wil verplichten tijdelijk onder het minimumloon te werken lijkt daarmee voor deze kabinetsperiode van de baan.

In politiek Den Haag wordt dit opgevat als een nederlaag voor de VVD. Zij heeft tijdens de kabinetsformatie van 1994 grote moeite gedaan om dit onderwerp in het regeerakoord opgenomen te krijgen.

Vandaag bespreekt het kabinet de 'dispensatie van de Wet op het Minimumloon', nadat het debat erover gisteren in de Tweede Kamer in een impasse was geëindigd. Daar kwamen de coalitiefracties lijnrecht tegenover elkaar te staan.

Het conflict draait om de vraag welke groepen langdurig werklozen kunnen worden verplicht een baan onder het minimumloon te aanvaarden. In het voorstel van minister Melkert (Sociale Zaken) waren dit uitsluitend alleenstaanden. D66 diende gisteren met steun van de PvdA een wijzigingsvoorstel in om het aanvaarden van tijdelijk werk onder het miniumloon geheel vrijwillig te maken. De VVD kwam met een amendement om de verplichting juist voor alle langdurig werklozen - inclusief kostwinners - te laten gelden.

Geconfronteerd met deze tegengestelde voorstellen van coalitiepartijen besloot Melkert de verdediging van zijn voorstel te staken en vandaag met het kabinet te overleggen.

De dispensatie op het minimumloon was een belangrijk punt in het in 1994 gesloten regeerakkoord. Het is het resultaat van moeizame onderhandelingen in de zomer van dat jaar waarbij de VVD pleitte voor afschaffing van het minimumloon en de PvdA zich daar faliekant tegen keerde. Het leidde tot het compromis waarmee beide partijen node instemden: maximaal twee jaar zou tot dertig procent onder het minimumloon gewerkt mogen worden.

Aanvankelijk vonden VVD en D66, daarbij gesteund door het CDA, dat zowel alleenstaanden als kostwinners verplicht moesten worden om voor minder dan het minimumloon te werken. PvdA-minister Melkert en zijn partijgenoten in de Kamer waren hier fel op tegen. Kostwinners, die een bijstandsuitkering ontvangen van honderd procent van het minimumloon, kunnen wat de PvdA betreft niet worden gedwongen voor (minimaal) 70 procent van het minimumloon te werken. Alleenstaanden, wier uitkering al 70 procent is, kunnen dat wel.

Pagina 3: PvdA sloot zich aan bij 'tournure' D66

D66 had een eigen argumentatie om de verplichting voor zowel kostwinners als alleenstaanden te laten gelden: het gelijkheidsbeginsel op grond waarvan geen onderscheid mag worden gemaakt tussen groepen werknemers. Maar naarmate de maatregel meer werd geïnterpreteerd als eerste stap naar afschaffing van het minimumloon, veranderden de Democraten van opvatting. Kamerlid Bakker: “Als we over de toekomst van het minimumloon praten, willen we niet bij de VVD worden opgeteld.”

De D66-fractie besloot haar interpretatie van het gelijkheidsbeginsel om te draaien: als kostwinners niet verplicht worden om onder het minimumloon te werken, dan ook alleenstaanden niet. Aangenaam verrast over deze “tournure van 180 graden”, sloot PvdA'er Van Zijl zich gisteren bij Bakker aan. Met dit amendement lijkt de bodem onder het wetsvoorstel weg te vallen: naar verwachting zullen weinigen vrijwillig onder het minimumloon werken.

De voormalige bondgenoten van Bakker, Van Hoof (VVD) en De Jong (CDA), waren furieus. Van Hoof kenschetste Bakker als een Kamerlid met “slappe knieën ten behoeve van het sociale gezicht”. De Jong sprak van “een ruggegraad van rubber”. Voor Melkert kan de opstelling van D66 een uitkomst zijn. Hij heeft het voorstel steeds met tegenzin verdedigd en kan nu zijn collega's voorstellen althans deze kabinetsperiode de dispensatie te laten rusten.