Geallieerde propaganda in de oorlog; Liegen voor de overwinning

Clayton D. Laurie: The Propaganda Warriors. America's Crusade Against Nazi Germany. University Press of Kansas 1996, 335 blz. ƒ 79,95

Stanley Cloud en Lynne Olson: The Murrow Boys. Pioneers on the Front Lines of Broadcast Journalism. Houghton Mifflin Company 1996, 445 blz. ƒ 65,95

Propaganda in oorlogstijd heeft de Amerikanen vaak een moreel dilemma opgeleverd. Moest propaganda in dienst van de waarheid staan of kon zij ook worden toegepast om keihard te liegen en zo helpen om de oorlog te winnen? Voorbeelden uit de Koude Oorlog, Vietnam, maar ook de recente Golfoorlog, maakten dat over het gebruik van propaganda wisselend wordt gedacht, omdat niet alleen de vijand ermee wordt bewerkt, maar ook de eigen bevolking wordt misleid. Dat probleem deed zich ook voor tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen het gebruik van oorlogspropaganda voor de VS nog in de kinderschoenen stond. Over de totstandkoming van de Amerikaanse propaganda tegen de nazi's heeft Clayton D. Laurie met The Propaganda Warriors een gedetailleerd, overzichtelijk boek geschreven.

Het was voor de Amerikaanse president Roosevelt aanvankelijk niet duidelijk of en hoe hij gebruik zou maken van propaganda om nazi's in Europa te bestrijden. Terwijl Hitler al ver voor de oorlog de doeltreffende werking van dit instrument had ontdekt en Goebbels hoofd had gemaakt van een volwaardig en succesvol propagandaministerie, was Roosevelt nogal terughoudend om dit instrument toe te passen. Die aarzeling kwam voort uit zijn negatieve ervaringen met dit middel na de Eerste Wereldoorlog, toen het Committee for Public Information voor een overdaad aan sterk aangezette nationalistische propaganda zorgde. Roosevelt vreesde een politieke reactie. De Verenigde Staten waren immers intern verdeeld.

Pas in 1941 ging de Amerikaanse president overstag en gaf hij toestemmingvoor de opzet van een professionele propaganda-organisatie. Dit werd het Office of the Coordinator of Information (COI), dat inlichtingen moest verzamelen en propaganda moest verspreiden. Omdat de twee hoofden, de voormalige oorlogsheld William J. Donovan en de talentvolle toneelschrijver Robert E. Sherwood, het oneens waren over de koers, leed de organisatie al spoedig schipbreuk. De republikeinse Donovan wilde dezelfde tactieken als de nazi's gebruiken, terwijl Sherwood als voorstander van Roosevelts New Deal de Amerikaanse waarden en normen tegenover het nationaal-socialisme wilde stellen.

Opvallend is dat die richtingenstrijd van Roosevelt alle ruimte krijgt. Bij gebrek aan een eenduidige richtlijnen vanuit de Amerikaanse regering staat de president twee organisaties toe die ieder hun eigen propagandaconcept mochten uitwerken. Sherwood werd in 1942 hoofd van de overzeese afdeling van de Office of War Information (OWI). De COI werd opgenomen in het Office of Strategic Services (OSS) en ging hier verder onder de naam Morale Operations Branch, onder de hoede van Donovan, die voor zijn ideeën veelvuldig leentjebuur speelde bij zijn nationaal-socialistische tegenstanders.

Ofschoon propaganda diende om de militaire strijd te ondersteunen, waren het in eerste instantie burgers die hiervoor in dienst werden genomen. De Amerikaanse krijgsmacht zelf stond de hele oorlog nogal argwanend tegenover het fenomeen propaganda. Iets beters voor de overtuiging dan kruit en lood bestond er volgens de doorgewinterde militairen niet.

Vlak voor D-Day zette het leger niettemin een eigen propaganda-organisatie op. In april 1944 ontstond zo de derde propaganda-organisatie, de Psychological Warfare Division (PWD) als onderdeel van het Supreme Allied Command.

De meeste aandacht in Lauries boek gaat naar de organisatie en de politieke achtergronden van de Amerikaanse propaganda tijdens de Tweede Wereldoorlog. Slechts twee hoofdstukken wijdt hij aan het resultaat. Dat is jammer, want je vraagt je af hoe die propaganda in de praktijk werd toegepast en wat het effect ervan was.

De richtingenstrijd binnen de betrokken organisaties leidden tot een 'zwarte' en een 'witte' propaganda. Het eerste concept richtte zich op het zaaien van tweedracht en verwarring binnen Duitsland en de bezette gebieden en het ondersteunen van subversieve acties tegen door Duitsland gesteunde regeringen. Daarvoor zorgde de OSS MO Branch, die een 'dirty war' in woord en geschrift voerde.

Zeer succesvol bleek de verspreiding van pamfletten, die via bommenwerpers werden uitgezaaid of door artilleriegranaten vijandelijk gebied werden ingeschoten. Ze toonden gebombardeerde Duitse steden, gaven instructies hoe men naar Zwitserland kon vluchten, hoe je een ziekte kon voorwenden of maakten duidelijk dat vrouwen en meisjes waren overgeleverd aan de seksuele perversie van nazi-bonzen. MO Branch startte hiervoor zelfs een League of Lonely German Women-campagne, die de verontrusting over de achtergebleven Duitse vrouwen tot een onaangenaam hoogtepunt moest brengen.

Met Operatie Sauerkraut en Ravioli bereikte de dienst een bizar hoogtepunt. Toen stuurde MO Branch gewapende krijgsgevangenen terug naar vijandelijke linies om zo te infiltreren en propaganda te verspreiden. De legerleiding was echter zo enthousiast over de resultaten dat zij aan het eind van de oorlog besloot de 'zwarte' propaganda verder te onderzoeken en uit te bouwen. Het was de OSS die uiteindelijk de basis legde voor de oprichting van de CIA in 1947.

Militaire eenheden voor psychologische oorlogsvoering wisten eveneens succes te boeken. Ook hier bleek het veelbeproefde middel de verspreiding van propagandapamfletten. Maar inplaats van verfijnde politieke praatjes, werden hierin de vijandelijke frontsoldaten in hun eigen recht-voor-zijn-raap-taal opgeroepen de strijd te staken. In september 1944 had de PWD inmiddels zo'n 800 miljoen vlugschriften verspreid. Om een dergelijke hoeveelheid te drukken moest tachtig procent van de beschikbare Engelse off-setpersen draaien. Van alle pamfletten die het leger boven Duitsland en de bezette gebieden liet dwarrelen, sorteerde de vrijgeleidepas het meeste effect. Ondanks officiële verboden om het geallieerde drukwerk op te rapen, werden tienduizenden Wehrmachtsoldaten gevangengenomen met een dergelijke vrijgeleide op zak.

Het vlaggeschip van de 'witte' OWI-propaganda die de zegeningen van een liberale democratie over de hoofden van de Duitsers moest uitstorten, was de radiozender Voice of America. Vanaf 1942 volgden wekelijks uitzendingen naar Duitsland met nieuwsbulletins, ooggetuigenverslagen van het front en muziek. Alle uitzendingen waren erop gericht het moreel van de nazi's te breken.

Of dat gelukt is, valt te betwijfelen. Propaganda heeft tenslotte de oorlog niet gewonnen. Ook Laurie laat daarover geen misverstand bestaan. Toch waren de militairen uiteindelijk wel overtuigd van het nut ervan. Met propaganda kon je immers het moreel van de vijand verzwakken. 'Psychologische oorlogsvoering heeft bewezen een waardig onderdeel te zijn van ons militaire arsenaal', erkende later generaal Eisenhower.

Ook het thuisfront wilde ervan overtuigd zijn dat de Verenigde Staten een rechtvaardige oorlog voerde. Amerikaanse correspondenten in Europa hadden een grote invloed op de regering en droegen bij aan de vorming van de publieke opinie. Door artikelen, boeken en de radio waren zij de eersten die de bevolking waarschuwden tegen het nationaal-socialisme. Over een select groepje gedreven radiojournalisten verscheen The Murrow Boys. Pioneers on the Front Line of Broadcast Journalism, een meeslepend relaas van Stanley Cloud en Lynne Olson.

Met de toename van de oorlogsdreiging, steeg ook de behoefte aan informatie en dus aan journalisten. Edward R. Murrow, die al sinds 1937 in Europa verbleef, zocht voor CBS mensen met kennis en ideeën, een soort intellectuele avonturiers. Hij kreeg tien geestdriftige radioverslaggevers bijelkaar die in de jaren vlak voor en tijdens de oorlog grote bekendheid zouden krijgen bij het Amerikaanse publiek als de Murrow Boys.

Murrows correspondenten waren op veel plaatsen waar geschiedenis werd geschreven. Ze maakten de inval in Polen mee en de strijd in West-Europa. William L. Shirer deed verslag van de val van Parijs en de overgave van de Fransen in de Compiègne, Cecil Brown beleefde de Blitzkrieg op de Balkan, werd zelfs door de Wehrmacht gevangengenomen en enkele dagen later het land uitgezet. In Nederland was het Mary Breckinridge (de enige vrouw onder de boys) die het geruchtmakende interview met NSB-leider Mussert maakte vlak voor de Duitse inval in mei 1940. Nog tot 1941 konden Murrows reporters berichten vanachter de Duitse linies. Howard Smith was de laatste die uit Berlijn vertrok. Daarna kwamen de verhalen vanuit Londen. Na de geallieerde landingen in Italië en Frankrijk, ook vanuit de rest van Europa.

Murrow en zijn boys berichtten niet alleen over hun boeiende belevenissen, zij bepaalden tevens het gezicht van CBS. Ze werden een begrip, zoals Ernie Pyle dat werd voor de schrijvende journalistiek. De honger naar nieuws over de oorlog in Europa maakte dat de Amerikanen dagelijks aan hun radiotoestel gekluisterd zaten. Zij raakten vertrouwd aan de wijze van verslaggeving. Wat de programma's voor de luisteraars betekenden, verwoordde de dichter MacLeish toen hij Murrow tijdens een verlofperiode toesprak: 'Jij bombardeerde Londen in onze huiskamers en wij voelden de vlammen die de stad in de as legden. Jij legde de doden van Londen voor onze deuren en wij beseften dat het ònze doden waren - en die van de hele mensheid.' Nog enkele jaren na de oorlog konden de boys van hun roem genieten. Ze verdwenen pas uit het zicht bij met de intrede van de commerciële televisie.

Cloud en Colson legden een fascinerend stuk vergeten oorlogsjournalistiek vast en maakten daarmee een monument voor Murrow en zijn reporters.