Controle op pensioenfonds nog kwetsbaar

AMSTERDAM, 25 APRIL. Meten is weten, geldt niet alleen voor ingenieurs maar ook voor financiële controleurs als De Nederlandsche Bank (bankentoezicht) en de Verzekeringskamer (voor pensioenfondsen en verzekeraars).

De misstanden die deze week bekend werden over het Rofa-pensioenfonds, waar het bestuur moeiteloos 60 procent van het vermogen in de wankelende werkgever kon steken, bleven bijna drie jaar lang onopgemerkt doordat het fonds de verplichte jaarlijkse rapportage aan de Verzekeringskamer pas anderhalf jaar na dato inleverde.

Het Rofa-fonds is een piepklein pensioenfonds, maar de mechanismen in het gedrag bij zowel de directeur (die zijn bedrijf wilde redden) als het bestuur (zweeg, geïmponeerd door de werkgever) kunnen zich moeiteloos voordoen bij andere, grotere pensioenfondsen. Samen beheren de pensioenfondsen 600 miljard gulden voor de oudedagsvoorziening van de Nederlandse werknemers.

In 1993 begon de directeur van Rofa, een Beverwijkse groothandel in laboratoriummateriaal, de financiële gaten in het bedrijf te dichten met het geld dat hij als bestuurder van het pensioenfonds beheerde voor de pensioenvoorziening van (gewezen) werknemers van zijn bedrijf.

In vijf stappen verdween op deze manier 1,5 miljoen gulden in een bodemloze put. Op zich is beleggen in de eigen onderneming door een pensioenfonds niet verboden, maar wel strikt beperkt tot vijf procent van het vermogen, of maximaal tien procent als het pensioenfonds echt rijk is.

Rofa ging tot 60 procent, zonder dat de Verzekeringskamer dat merkte. Van iemand die als bestuurder van een pensioenfonds zo ver gaat, kan moeilijk worden verwacht dat hij de jaarlijkse financiële rapportage aan de Verzekeringskamer (de 'staten') binnen de gestelde negen maanden opstuurt en zo vanzelf tegen de lamp loopt. De staten over 1993 van Rofa-pensioenfonds arriveerden pas medio 1995 bij de Verzekeringskamer.

Zonder deze staten en andere signalen kunnen wij niets beginnen, zegt de Verzekeringskamer in een reactie op de gang van zaken bij Rofa, die in geanonimiseerde vorm is opgenomen in haar deze week gepubliceerde jaarverslag. Uit de schets van de gebeurtenissen in het jaarverslag komt het beeld naar voren dat snel ingrijpen van de Verzekeringskamer en daadkrachtig optreden van een nieuw gevormd bestuur bij het Rofa-pensioenfonds erger heeft voorkomen. Al heeft het fonds nog steeds een financieel tekort. Bij het fonds betrokken bestuurders erkennen de strijdvaardige rol van de Verzekeringskamer, maar zij wijzen tevens op het feit dat de controleur er wel lang over heeft gedaan de misstanden op het spoor te komen.

Problemen met het te laat indienen van de staten zijn niet beperkt tot het Rofa-pensioenfonds. Uit het verslag van de Verzekeringskamer blijkt dat slechts een derde van de onder toezicht staande 1.060 pensioenfondsen op tijd (dat is negen maanden na afloop van het boekjaar) de staten over 1995 in Apeldoorn heeft afgeleverd. Een derde kwam alsnog binnen tien dagen na het verloop van de termijn binnen, maar eind 1996 waren nog ongeveer 100 fondsen in gebreke. Dat is bijna tien procent van de pensioenfondsen.

Allemaal potentiële Rofa's? Tien procent verzuim is een hoog percentage, zeker tegen de achtergrond van de trend onder de pensioenfondsen meer in aandelen te beleggen, omdat deze effecten meer rendement bieden. Keerzijde: zij brengen ook meer risico met zich mee.

Banken zouden zulke overschrijdingen niet durven plegen. Zij moeten maandelijks aan De Nederlandsche Bank een verkorte vorm van hun balans overleggen. Wie de zogeheten maandstaat niet op tijd inlevert, riskeert de toorn van het Fredriksplein en laadt de verdenking op zich dat zijn administratieve systeem niet goed functioneert. Dat kan het signaal zijn dat de interne administratie niet op orde is, en bange vermoedens bij De Nederlandsche Bank oproepen. Heeft de directie de bank wel in de hand? Is er wellicht al iets gaande dat verdoezeld moet worden? Zulke vragen staan garant voor prompte speciale aandacht van de kredietaccountants van de centrale bank.

Ook de Verzekeringskamer blijkt zulke ervaringen te hebben. “Oorzaak van de late indiening is veelal een onjuist prioriteitstelling, een zwakke interne organisatie (automatisering, ziekte administrateur) of ontoereikende afspraken met herverzekeraar of accountant/administrateur”, meldt het jaarverslag.

Om de discipline onder de pensioenfondsen op te voeren wil de Verzekeringskamer de pensioen- en spaarfondsenwet wijzigen, zodat de staten al voor 1 juli ingediend moeten worden. De Verzekeringskamer wil tevens extra sancties (boetes) als de informatie niet op tijd is. Of toekomstige Rofa's daarmee uit de wereld zijn, is de vraag.

De Verzekeringskamer hamert erop dat besturen van pensioenfondsen zelf verantwoordelijk zijn voor de financiële situatie bij hun fonds, niet de Verzekeringskamer. Een effectievere toetsing van de bestuurders van de pensioenfondsen op betrouwbaarheid en deskundigheid zou een handje kunnen helpen. Maar ook dat moet nog in de wet worden verankerd.