Bosnië: kritiek op Serviërs wegens proces

SARAJEVO, 25 APRIL. De internationale gemeenschap en de Bosnische regering hebben kwaad gereageerd op de uitspraken die een rechtbank van de Bosnische Serviërs in de stad Zvornik gisteren deed in het proces tegen zeven moslims.

Drie van de zeven moslims - naar eigen zeggen inwoners van Srebrenica die na de inname van de enclave in juli 1995 ontsnapten - werden wegens moord op vier Serviërs veroordeeld tot 21 jaar gevangenisstraf, een straf die later gisteren werd teruggebracht tot twintig jaar. De vier anderen kregen een jaar gevangenisstraf wegens illegaal wapenbezit.

Al aan het begin van het proces hebben vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap geprotesteerd tegen het proces, omdat de moslims onder druk van mishandelingen tot bekentenissen waren gedwongen en omdat ze niet konden worden bijgestaan door verdedigers die door hun familie waren uitgezocht; in plaats daarvan kregen ze Servische verdedigers toegewezen.

Gisteren eisten de VN in een in Sarajevo uitgegeven verklaring een nieuw proces. In Zvornik, aldus de verklaring, kwam geen enkel bewijs van de schuld van de drie hoofdverdachten boven water. De onder foltering verkregen bekentenissen vormden de enige basis van het vonnis.

De Bosnische regering noemde het proces in Zvornik “misdadig”. Ook zij merkte op dat geen bewijs was geleverd en ze protesteerde opnieuw tegen de afwijzing van de zelfgekozen verdedigers van de zeven moslims.

De zeven werden in mei 1996 door Amerikaanse soldaten van de internationale vredesmacht aangehouden op het gebied van de Servische Republiek in Bosnië. Ze zeiden na de val van Srebrenica te zijn ontsnapt en zich bijna een jaar lang in de bossen te hebben schuilgehouden. De Amerikanen hadden moeite met die verklaring, omdat de zeven er goed verzorgd uitzagen. Enkelen van hen waren in militaire uniformen gekleed en gewapend. De Amerikanen droegen de zeven over aan de Bosnisch-Servische autoriteiten, die drie van hen beschuldigden van de moord op vier Serviërs.

Volgens waarnemers hebben de autoriteiten van de Servische Republiek in Bosnië het proces vooral op touw gezet om de onafhankelijkheid van hun eigen juridische systeem - en de onafhankelijkheid van hun Servische Republiek zelf - te onderstrepen.

Een rechtbank in de Kroatische stad Zadar heeft gisteren bij verstek de huidige stafchef van het leger van Joegoslavië (Servië en Montenegro), Momcilo Perišic, tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. Volgens de rechtbank heeft Perišic in de herfst van 1991, ten tijde van de Kroatische onafhankelijkheidsstrijd, opdracht gegeven tot het bombarderen van de stad Zadar. Bij de bombardementen vielen dertig doden. (Reuter, AP)