Kamer wil lering trekken uit TCR-schandaal; Poppe 'eens positief voor de verandering'

Kamerlid Poppe (SP) nam twee jaar geleden het initiatief tot een parlementair onderzoek naar de subsidieverlening aan Tankcleaning Rotterdam (TCR). De voormalige milieu-activist uit Vlaardingen is tevreden over de uitkomsten van het onderzoek naar het milieuschandaal.

DEN HAAG, 24 APRIL. Remy Poppe is vaak uiterst kritisch over het - in zijn ogen - weinig consequente optreden van zijn mede-Kamerleden. Maar over het functioneren van de onderzoekscommissie TCR heeft hij weinig klagen. “Laat ik eens voor de verandering positief zijn. Alle commissieleden hebben hun uiterste best gedaan eruit te halen wat erin zit.”

De onderzoekscommissie velde vanochtend een hard oordeel over het optreden van ex-minister N. Kroes (Verkeer en Waterstaat) in de affaire-TCR. De commissie oordeelt in haar rapport dat Kroes “verwijtbaar” heeft gehandeld door als minister in de jaren tachtig meer dan 22 miljoen subsidie te verstrekken aan TCR, ondanks waarschuwingen van Justitie dat er een onderzoek liep naar mogelijke milieudelicten van het bedrijf. “Voor een zittende minister zou een dergelijke kwalificatie politiek dodelijk zijn”, concludeert Poppe.

TCR veroorzaakte onder het bewind van de broers Langeberg het grootste milieuschandaal uit de Nederlandse geschiedenis door ondermeer grootschalige en moedwillige lozing van giftig afval in de Rotterdamse haven en subsidiefraude. In 1984 bleek dat de Langebergs op de hoogte waren van het feit dat er tegen hen een onderzoek liep en dat hun telefoons werden afgeluisterd. Het justitiële onderzoek was daardoor voor enige jaren 'kapot'. Uiteindelijk werden de hoofdpersonen in de TCR-affaire, de drie eigenaren, de directeur en twee stafleden, in 1995 veroordeeld tot gevangenisstraffen.

Poppe heeft de indruk dat de commissie het “overgrote deel van de affaire boven water heeft gekregen.” Het Kamerlid van de Socialistische Partij vindt het onthullend dat uit het rapport zonneklaar blijkt dat er bij TCR “verwevenheid was tussen onder- en bovenwereld”. Belangrijk voor de beslissing van Kroes om met de Langebergs in zee te gaan was onder meer dat zij werden vergezeld door “respectabele” adviseurs zoals CDA-senator en advocaat mr. P. Russell.

Over twee “brokjes” tast de commissie nog in het duister: wie lekte in 1984 naar de gebroeders Langeberg dat er een justitieel onderzoek naar hen liep en wat was waar van het gerucht dat ex-minister Kroes een relatie had met een van de gebroeders Langeberg? Poppe gelooft niet dat de ex-minister in 1984 zélf het lek was of dat ze een relatie onderhield met de Langebergs, zoals werd gesuggereerd. “Na het horen van 34 mensen kan ik het me niet voorstellen, zeker als je kijkt wat voor figuren die Langebergs zijn.”

Het rapport concludeert dat er sprake is geweest van ongewenste contacten tussen overheidsinstanties en de Langebergs. De commissie vindt een parlementaire enquête, waarbij betrokkenen onder ede worden verhoord, niet nodig, omdat dit waarschijnlijk weinig nieuwe feiten over het 'lek' naar de Langebergs zal opleveren. Poppe is het daarmee wel eens. “Hoe kun je dit na 12 jaar boven water halen? Dan zou je de gebroeders Langeberg moeten verhoren. Wat is overtuigender: het verhaal van twee gevangenisboeven of dat van een ex-minister?”

Poppe vindt dat er striktere regels moeten komen op de ministeries om lekken naar bedrijven te voorkomen. “De minister moet opener staan ten opzichte van alarmerende berichten van controlerende ambtenaren. Er moeten niet teveel schijven tussen zitten, zodat maar een klein aantal mensen op de hoogte is van het feit dat er een onderzoek loopt.” Zo wordt volgens Poppe de kans op 'lekken' verkleind.

In het TCR-rapport wordt geconstateerd dat de reiniging van scheeps- en industrieel afval door particuliere bedrijven een “criminogene” activiteit is. Poppe wijst erop dat het door slim mengen en sluw verwerken van deze “blubberige troep” voor bedrijven uiterst eenvouding en aanlokkelijk is veel geld te verdienen.

Hij vindt het een eye opener dat uit het TCR-rapport blijkt dat bij de handhaving van milieuwetgeving een grote kloof gaapt tussen de ambtelijke top van de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat en lokale milieu-ambtenaren. “Ambtenaren in de top van het ministerie weten absoluut niet waar het bij scheeps- en industriële afvalstoffen om gaat. Ze zitten in een ivoren toren en laten zich niet dwingend genoeg informeren door hun ondergeschikten, die dicht bij zo'n bedrijf staan.”

Milieudelicten in deze bedrijfstak zijn uiterst moeilijk te controleren. De Kamer zou zich meer moeten bemoeien met de handhaving van de milieuwetgeving en vaker onderzoeken moeten doen, vindt Poppe. Daarnaast zou de minister van Verkeer van Waterstaat de Kamer geregeld de voorwaarden voor belangrijke subsidies aan afvalbedrijven ter goedkeuring moeten voorleggen. Poppe constateert dat voor de controle van deze bedrijven een “gigantisch handhavingsapparaat” nodig is dat zeer veel geld kost. De SP vindt daarom dat de verwerking van chemisch afval thuis hoort bij door de overheid gecontroleerde nutsbedrijven. “Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) heeft dat vorig jaar ook al eens geroepen. Ik hoop dat door dit rapport de oren en ogen van mijn mede-kamerleden ook open gaan.”