Falende controle op milieuregels

DEN HAAG, 24 APRIL.Voormalig minister van Verkeer en Waterstaat drs. N. Kroes heeft verwijtbaar gehandeld toen zij ervoor koos in 1984 Tankcleaning Rotterdam (TCR) een vergunning te geven voor het verwerken van scheepsafval. Zij deed dit terwijl zij op de hoogte was van de slechte reputatie van het bedrijf TCA uit Amsterdam, dat net als TCR eigendom was van de gebroeders Langeberg.

Deze zijn inmiddels tot forse gevangenisstraffen veroordeeld wegens ernstige milieu-delicten en subsidie-fraude bij TCR. Ex-minister Kroes heeft zich ook schuldig gemaakt aan bestuurlijke nalatigheid omdat zij geen stringente voorwaarden heeft verbonden aan de subsidie. In totaal kreeg TCR 22 miljoen van de overheid voor de bouw van een havenontvangstinstallatie in de Botlek.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek dat de leden van de Tweede Kamercommissies van Verkeer en Waterstaat en VROM de afgelopen maanden hebben ingesteld. In het vanochtend verschenen eindrapport wordt niet geadviseerd tot een parlementaire enquête over de TCR-affaire. Dat is volgens de Kamerleden niet zinvol omdat de gebeurtenissen zich te lang geleden hebben afgespeeld en omdat tijdens de gesprekken met enkele tientallen betrokkenen een aantal belangrijke zaken is opgehelderd.

Wel wordt geadviseerd om een nader onderzoek in te stellen naar de structuur en cultuur van het huidige controle- en handhavingsbeleid op het gebied van de milieuregelgeving. Die controle en handhaving en de coördinatie ervan door de verschillende instanties heeft ernstig gefaald, zo was al uit eerdere onderzoeken gebleken.

Ook vandaag zijn, ondanks de lessen uit de TCR-affaire, controle en handhaving nog altijd onvoldoende, constateert het rapport. “Er spelen nog steeds (criminogene) factoren die een gunstig klimaat scheppen voor fraude, zoals de private verwijdering van afvalstoffen, het beginsel dat de ontdoener betaalt bij afgifte en de mogelijkheid om de financiële beloning van inzameling en verwerking te ontvangen vóór de te verrichten prestatie.” Handhaving van de regels wordt volgens de Kamerleden vooral bemoeilijkt door slechte organisatie van de controle, gebrek aan coördinatie, versnippering van informatie en vooral een gebrek aan regie.“Toen eenmaal gekozen was voor TCR, zat de overheid aan deze keuze vast. De aanwijzing van TCR ging werken als een fuik. Bestuurlijk ingrijpen werd in de gegeven omstandigheden ernstig bemoeilijkt”, concludeert het rapport. De keuze voor TCR zou volgens de Kamerleden alleen te verantwoorden zijn geweest indien er stringente randvoorwaarden zouden zijn gesteld. De noodzaak daartoe is wel gesignaleerd maar de minister noch het betrokken directoraat (DGSM) hebben zich met de uitvoering daarvan bemoeid, zodat die nazorg heeft ontbroken.

De subsidievoorwaarden waren volgens het rapport te ruim opgesteld. Geconstateerd wordt dat de gemeente Rotterdam zich net als Verkeer en Waterstaat bij de keuzebepaling voor een installatie voor het verwerken van scheepsafval geheel heeft laten leiden door financiële overwegingen. Minister Kroes heeft naar de mening van de onderzoekers ook onnodig veel haast gemaakt. Zij wilde dat er op 1 januari 1985 een havenontvangstinstallatie in Rotterdam moest zijn opgericht. De rapporteurs concluderen dat het Marpol-verdrag, waarop een en ander was gebaseerd, pas in april 1986 van kracht werd. “De datum van 1 januari '85 was in feite een bestuurlijke, een door de minister zelf opgelegde deadline. Door de grote haast is de keuze wellicht onvoldoende overwogen”.

De geruchten dat ex-minister Kroes zich bij haar keuze voor TCA/TCR zou hebben laten beïnvloeden door een persoonlijke relatie met de heren Langeberg worden niet onderschreven. Daarvoor hebben de Kamerleden geen enkele aanwijzing gevonden. Die geruchten waren in de hand gewerkt door het uitlekken van een gesprek dat met Kroes werd gevoerd in december 1984. Daarin werd de minister geïnformeerd onder andere door de Haagse advocaat-generaal H. Feber dat er tegen de Langebergs een gerechtelijke vooronderzoek liep en dat de telefoons van de Langebergs werden afgeluisterd. Een dag later bleek dat de Langebergs op de hoogte waren van de inhoud van het gesprek. Het justitiële onderzoek was daardoor voor enige jaren 'kapot'. De Kamerleden hebben niet kunnen vaststellen wie van de betrokkenen 'gelekt' heeft. Volgens de delegatie blijkt echter niet dat Kroes zelf of de plaatsvervangend secretaris-generaal, die ook bij het gesprek was, heeft gelekt. “Het lek wijst er wel op dat sprake is geweest van een ongewenste connectie tussen overheidsinstanties en de broers Langeberg”, aldus het rapport. De Kamerleden hebben wel kritiek op het feit dat er destijds geen onderzoek naar het lek is ingesteld door de Rijksrecherche. En zij vinden het vreemd dat de minister, die niet wilde handelen op basis van “zachte aanwijzingen en geruchten” niet naar andere mogelijkheden heeft gezocht om de informatie over het gerechtelijk voorzonderzoek op enigerlei wijze te betrekken bij haar keuze voor TCA. Feber heeft later een zeer kritisch rapport over TCR geschreven en naar de betrokken ministeries gestuurd. Volgens de Kamerleden is dat rapport niet in de doofpot gestopt, (zoals wel is gesuggereerd) maar hebben drie secretarissen-generaal er wel in beperkte mate politieke gevolgen aan verbonden.

Het rapport bevat ook kritiek op het ministerie van Volksgezondheid, ruimtelijke ordening en milieu (waar VVD-er Nijpels minister was). Volgens de onderzoekers hebben beide ministeries (Verkeer en Waterstaat en VROM) de Tweede Kamer niet volledig en onjuist over TCR geïnformeerd. Kroes noch Nijpels waren vanochtend bereikbaar voor commentaar.