Vrijwillige soldaat 'jojo krijgsmacht'

Een aantal militairen wacht ontslag uit het leger wegens drugsgebruik. Defensie rekent op meer ontslagen, in het bijzonder bij de Beroeps Bepaalde Tijd (BBT'ers). Wie zijn dat?

BREDA, 23 APRIL. Vol belangstelling staat H. Joosen (17) voor de banenwinkel van de Koninklijke Landmacht in de Bredase Veemarktstraat. Zet 'm op, scoor een job! is in grote letters op het raam gekalkt. Defensie is op zoek naar BBT'ers, Beroeps Bepaalde Tijd. Joosen zegt best militair te willen worden, nu hij “pas van school is geschopt”. Maar hij heeft ook twijfels. “Laatst las ik dat een soldaat in de kazerne is mishandeld en, erger nog, dat onder die mannen veel drugs worden gebruikt. Nou, daar moet deze jongen niks van hebben.”

BBT'er bij de landmacht - de baan die je verder brengt, meldt een brochure die Joosen in de banenwinkel ontvangt. Bij de selectie wordt niet gediscrimeerd, kandidaten moeten wel tussen de 17 en 27 jaar oud zijn. Eisen aan scholing zijn er niet, “want de landmacht heeft op elk niveau vacatures”. Een BBT'er verbindt zich voor minimaal 2,5 jaar, waarna de aanstelling kan worden verlengd tot uiterlijk het dertigste levensjaar.

In totaal zijn er zo'n 23.000 BBT'ers, van wie het merendeel bij de landmacht werkt. Hun gemiddelde opleidingsniveau is Mavo; drie procent heeft alleen lagere school, elf procent heeft minimaal Havo. “De wervingsresultaten zijn goed, althans bij de mannen”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Defensie. “In 1996 contracteerden we 7.000 BBT'ers, waarmee aan 90 procent van de behoefte werd voldaan. Akkoord, een kwart van die mensen waren ex-dienstplichtigen. Die zijn nu weg, dus voortaan wordt het alleen nog maar werven onder de spijkerbroeken.”

De BBT'ers vervangen de dienstplichtigen, een ontwikkeling die de legerleiding nimmer vrolijk heeft gestemd. Ze vreesde dat het afschaffen van de dienstplicht het intellectuele en morele peil van de krijgsmacht nadelig zou beïnvloeden. Defensie kon dienstplichtigen selecteren op opleiding, voor BBT'ers moet ze de vrije markt op. In zijn boek Mijn jaren als bevelhebber schrijft de vertrokken luitenant-generaal H. Couzy over het einde van de dienstplicht en het binnenhalen van de BBT'ers onder meer: “Als emotionele reden werd verder aangevoerd dat de dienstplicht zulke hoogwaardige, goed opgeleide militairen opleverde, terwijl je met beroeps op het schuim der natie moest rekenen.”

Het schuim der natie - “die term hoorde ik vorige week op onze kazerne nog”, herinnert zich een in Seedorf gelegerde BBT'er. “Het ging toen om het drugsgebruik. Alsof we allemaal junks zijn. Jezus, wat is die zaak opgeblazen.” Maar het aanzien van de BBT'ers heeft er weer een klap door gekregen, vervolgt hij. Ook binnen de krijgsmacht is hun imago niet goed. “De collega's kijken op de BBT'ers neer”, vertelt voorzitter B. Snoep van de Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP), de grootste legervakbond. “BBT'ers worden behandeld als dienstplichtigen, terwijl ze wel degelijk professionals zijn. Maar het ligt ook aan de BBT'ers zèlf. Die stralen te weinig vertrouwen uit, laten zich te veel aanleunen, doen hun mond te weinig open. Het zijn de jojo's van het leger.”

Snoep haast zich te zeggen dat hij niet wil generaliseren. “Er zijn ook goed gebekte mannen en vrouwen bij: piloten, hts'ers, zelfs artsen.” In het algemeen heeft Defensie geen behoefte aan intellectuelen, “maar aan praktisch ingestelde doeners”, zoals de socioloog dr. J. van der Meulen, directeur van de stichting Maatschappij en Krijgsmacht, het verwoordt. Aan jongeren die in het leger een gevechtsfunctie willen of tot chauffeur, monteur, kok of verpleger worden opgeleid - een opleiding waarvan ze na hun tijd als BBT'er in het burgerleven kunnen profiteren. “Toch bestaat er in den lande een ander beeld van die groep”, zegt Van der Meulen. “Het beeld van: het leger trekt jongens aan die maatschappelijk de mist zijn ingegaan. Het is natuurlijk onzin die mensen het schuim der natie te noemen omdat ze laag zijn opgeleid, want dat doe je bij andere beroepsgroepen ook niet.”

Historisch gezien, vervolgt Van der Meulen, “is het leger wel degelijk het schuim der natie. De midden- en hogere klassen namen die term 100 jaar geleden zonder gêne in de mond. Recent is dat oude idee versterkt door de Belgische para's, die in Afrika over de schreef gingen. De BBT'ers zullen ook wel van dat soort zijn, kreeg je te horen na het drugsgebruik in ons leger. Maar is het een indicatie dat Defensie niet het goede personeel heeft? Dat kun je niet blind zeggen, want drugs zijn niet voorbehouden aan randjongeren. Het schept wel de beeldvorming dat BBT'ers kwalitatief niet goed genoeg zijn.”

Van der Meulen meent dat een goede selectie van de BBT'ers moeilijk is. Hij herinnert zich de woorden van overste D. Dekker, de commandant der commando's: “We willen bikkels als BBT'ers, mannetjesputters, een beetje macho's, maar geen rambo's. Stoere types, maar het moeten wel nette jongens zijn.” Een lastige combinate, stelt Van der Meulen. Hij meent dat Defensie moet proberen de diversiteit van BBT'ers te vergroten. “Het leger heeft ook behoefte aan allochtonen en vrouwen.”

De BBT'er uit Seedorf weet niet wat hij van die theorieën moet vinden. Hij ligt “soms nog wakker” van de beschuldigen over drugsgebruik. “We worden afgeschilderd als geboefte”, zegt hij. “Maar er is een aantal BBT'ers in de fout gegaan. En wie zich niet aan de regels houdt, moet worden aangepakt. Dat geldt dus ook voor Defensie. Dat lapt afspraken met ons aan zijn laars.” Hij heeft het gelezen in OpLinie, het blad van AFMP. Daarin staat dat “steeds meer BBT'ers zich realiseren dat zij te veel betalen voor hun (slechte) legering”. En ook dat commandanten nog wel eens weigeren de BBT'ers per week een halve dag vrij te geven voor studieverlof.

De BBT'ers zouden zich beter moeten organiseren, zegt voorzitter Snoep van de AFMP. Hij is van oordeel dat de opleiding van de BBT'ers niet goed genoeg is. “Er is 20 à 28 miljoen gulden bezuinigd op onderwijs binnen Defensie. Dat is slecht. Zoals het ook verkeerd is dat Defensie genoegen neemt met die lage vooropleiding. Er komen te veel mensen binnen met weinig achtergrond en kennis. Contracteer je lieden van hoger niveau, dan is de Nederlandse soldaat in het kader van de VN niet langer kanonnenvoer.”

“Het opleidingspeil is inderdaad niet hoog”, bevestigt oud-Chef Defensiestaf A. van der Vlis, die zich altijd tegen de afschaffing van de dienstplicht verzette. “We moeten afwachten of dat tijdelijk is of niet, zoals het ook nog de vraag is of de beroepskrijgsmacht een succes wordt. Voor een technologisch diep uitgebouwd leger, dat ook allerlei vredestaken op zich wil nemen, moet het niveau van de mensen omhoog. De Verenigde Staten, waar een beroepssoldaat minimaal highschool - niet veel hoger dan Mavo - moet hebben, hebben ons daar vaak voor gewaarschuwd. Maar aan meer talent hangt een prijskaartje. En dat is niet gering, want Defensie moet concurreren met de burgermaatschappij.”

In de folder die H. Joosen bij de banenwinkel van de landmacht in Breda heeft opgehaald, staat dat een BBT'er (soldaat) van 20 jaar 2.033 gulden bruto per maand verdient, een even oude onderofficier 2.418 gulden, een 2e luitenant (officier) 3.199 gulden en een kapitein van 27 jaar minimaal 4.601 gulden.