Plan voor tolheffing Utrechtse autowegen

UTRECHT, 23 APRIL. In een groot deel van de provincie Utrecht moeten automobilisen tol gaan betalen. De plaatsen waar deze tol wordt geheven moeten aansluiten op het 'Randstadspoor', een netwerk van licht treinvervoer op bestaand spoor rond de stad Utrecht.

Dit perspectief schetste NS-planoloog prof. P. Steenbrink deze week op een symposium over de regio Utrecht in de volgende eeuw. Het rekeningrijden zou moeten gelden voor de drukke wegen in het gebied tussen Woerden, Nijkerk, Breukelen en Culemborg. In een straal van twintig kilometer rond Utrecht zouden 'opstapvoorzieningen' moeten komen. Het Randstadspoor zal pas na 2000 geleidelijk kunnen worden ingevoerd, omdat eerst het spoor verdubbeld moet zijn.

Transferia aan de rand van Utrecht en parkeergarages rond het centrum moeten de bereikbaarheid van de stad garanderen. Op die manier ontstaat een systeem van drie 'ringen' rond het stadscentrum met parkeer- en overstapvoorzieningen: een automobilist kan zijn auto kwijt in Breukelen, aan de rand van de stad of in het centrum.

Dit concept is bedacht door de gemeente Utrecht en heeft volgens Steenbrink een enthousiast onthaal gekregen bij de BV Bereikbaarheid, het samenwerkingsverband van overheid en bedrijfsleven dat plannen ontwikkelt voor verbetering van de bereikbaarheid in Nederland.

Het wegennet rond Utrecht staat nu al onder druk en dat zal verder verslechteren als de geplande grootschalige nieuwbouw in Leidsche Rijn van start gaat. De verkeerscongestie heeft alles te maken met de aantrekkelijke centrale ligging van de stad.

Volgens de Utrechtse hoogleraar ruimtelijke economie J. Lambooy verschuift het zwaartepunt van de economische ontwikkeling van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag naar het oosten en zuiden. Sinds 1975 is het aantal arbeidsplaatsen in Utrecht met 105.000 gestegen. In Amsterdam bedroeg die groei 54.000, in Rotterdam 15.000 en in Den Haag 14.000. Tussen Amersfoort en Utrecht is een 'gouden stuwwal' van economische bedrijvigheid ontstaan, aldus Lambooy. De groei in middelgrote steden blijkt aanzienlijk sterker dan in de grote drie steden.