Peper: strafrecht gebruiken voor drugsverslaafde

ROTTERDAM, 23 APRIL. “Principes van de strafrechtspleging moeten door de overheid niet gebruikt worden als excuus om zich niet met het leven van de (drugs)verslaafde te bemoeien.” Dat zei burgemeester A. Peper van Rotterdam vanochtend in een krachtig pleidooi voor voortzetting van de strafrechtelijke opvang van (langdurig) drugsverslaafden, waarmee Rotterdam op verzoek van staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken) al enige tijd experimenteert.

Peper, die op de laatste dag van het congres over Steden en Verslaving sprak in de Rotterdamse Doelen, wees kritiek van de hand als zou gedwongen opname gevolgd door een langdurig resocialiseringsprogramma juridisch niet 'proportioneel' zijn. Ons rechtssysteem ziet ook toe op de maatschappelijke gevolgen van iemands gedrag, aldus Peper die erop wees dat strafrechtelijke opvang bedoeld is voor mensen van circa 35 jaar, die al 15 tot 20 jaar verslaafd zijn, hun verslaving 'financieren met criminaliteit en 200 keer of meer zijn aangehouden'.

“Een lastige burger moet tegenover zich een lastige overheid vinden,” aldus Peper. Met de zgn. integrale aanpak door justitie, politie en zorgverlening waarmee Rotterdam drie jaar geleden een begin maakte, is het vertrouwen van de burgers in de overheid groeiende, aldus de burgemeester. In de deelgemeente Delfshaven is het aantal overlast gevende (deal)panden in een jaar gedaald van 264 tot 41. Maar de verbetering van de omstandigheden in Rotterdam is volgens Peper 'broos'. “Het is een illusie te denken dat de ontwrichting die in dertig jaar is gegroeid nu in twee jaar blijvende verholpen kan worden.”

Minister Sorgdrager (Justitie) zei gisteren in haar toespraak tot het congres dat gewerkt wordt aan een wetswijziging om gedwongen opvang van criminele verslaafden mogelijk te maken. Gedwongen opname van een criminele verslaafde kan alleen op last van de rechter plaats vinden, maar de verslaafde kan niet verplicht worden tot deelneming aan een afkick-programma. De wetswijziging wordt voorbereid in samenwerking met de grote steden. In Rotterdam zal een begin worden gemaakt met deze nieuwe voorziening die Sorgdrager omschreef als een aanvulling op vrijwillige vormen van opvang en de zgn. 'drangprojecten'.

Kern van deze drangprojecten, die in 25 gemeenten bestaan, is dat de criminele verslaafde kiest voor behandeling in een drugkliniek in ruil voor stopzetting van strafrechterlijke vervolging. Sorgdrager bezocht een dergelijk project in Rotterdam en zei dat het 'grote indruk' op haar had gemaakt. “Je ziet dat verslaafden eigenlijk binnen relatief korte tijd behoorlijk kunnen opknappen en zich weer sociaal kunnen gedragen, althans in zo'n instelling. Uiteindelijk gaat het er om dat men zich ook buiten kan handhaven ”, aldus Sorgdrager. “Daarom worden na afloop vervolgvoorzieningen - werk en huisvesting - aangeboden.”

Commissaris C.M. Ottevanger van de Rotterdamse politie zei dat het zgn. drugstoerisme in Nederland valt onder te verdelen in centra voor soft drugs ( Arnhem en Venlo) en hard drugs (Rotterdam, Amsterdam en Terneuzen). Zestig procent van de drugstoeristen in Rotterdam zijn jeugdige Fransen die vooral heroine kopen. Tien procent komt uit België. Heroïne is in Noord-Frankrijk vier keer zo duur als in Rotterdam, aldus de hoofdofficier van justitie O. Guérin uit Lille, de enige Franse deelnemer aan het Rotterdamse congres.

Guérin die bekend staat om zijn liberale opvattingen, zei desgevraagd dat het begrip drugstoerisme niet op zijn plaats is. “Negentig procent van de drugs in Noord-Frankrijk komt uit Rotterdam. Het gaat om een misdadige handel, die wel zal blijven voortbestaan zolang het prijsverschil zo groot blijft.” Guérin bepleitte harder optreden tegen handelaars in drugspanden 'die tenslotte allemaal bekend zijn bij de Rotterdamse autoriteiten'. Hij erkende dat de samenwerking tussen de Franse en Nederlandse politie 'aanmerkelijk verbeterd' is en veel Fransen wegens drugshandel in Nederland veroordeeld zijn. De vervolging in Frankrijk van in Nederland gearresteerde en aan Frankrijk uitgeleverde drugshandelaars verloopt minder vlot. In Lille en omgeving werden vorig jaar 120 drugshandelaars tot celstraffen van drie jaar en meer veroordeeld, aldus Guérin.