Landskampioen kan vanavond in Turijn mirakel van Lissabon herhalen; Ajax-wonder op zomerse winteravond

Ajax moet vanavond in Turijn een 2-1 achterstand wegwerken om ten koste van Juventus de finale te bereiken van de Champions League. In de rijke Europa-Cuphistorie van de club stond Ajax in 1969 tegen Benfica ook voor een schier onmogelijke opgave.

TURIJN, 23 APRIL. Als op 12 februari 1969 Ajax en Benfica klaar staan voor de aftrap van de kwartfinale van het Europa Cup I-toernooi, is de grasmat van het Olympisch Stadion bedekt met een dik pak sneeuw. Het team van Rinus Michels en Johan Cruijff beschouwt de vrieskou als een groot voordeel, want de Portugezen hebben uiteraard weinig ervaring met deze barre omstandigheden. Maar de 55.150 kleumende toeschouwers zien tot hun verbijstering dat Ajax niets heeft in te brengen tegen Benfica, dat met sterspelers als Eusebio, Torres en Coluna naar Amsterdam is gekomen.

“Het veld was geruimd en vervolgens veranderd in een ijsbaan”, herinnert Ajax-speler Bennie Muller zich 28 jaar later. “Het kwam in die wedstrijd vooral aan op durf. Wie de minste angst had voor blessures of een pijnlijke valpartij, maakte de meeste kans te winnen. Misschien beseften die Portugezen niet wat voor risico's ze namen.”

Koud hebben de Portugezen het zeker. Op de training dragen ze ijsmutsen en ze bibberen als juffershondjes. In de snor van trainer Otto Gloria hangt een ijspegel. In de wedstrijd beweegt Benfica zich in het witte tenue soepel over de harde ijsvlakte. Hoewel Ajax het weekeinde ervoor met 7-0 van DOS heeft gewonnen, maakt de ploeg een onzekere indruk. Bennie Muller veroorzaakt een strafschop als hij Simoes onderuit haalt. “Hij kwam door het midden en ik maakte een sliding. Wat zwaar bestraft.” Jacinto verslaat van elf meter Gert Bals. De boomlange midvoor José Torres vergroot de voorsprong nog voor de rust. Tijdens de pauze mag Inge Danielsson zijn trainingspak uittrekken. Klaas Nuninga kan van Michels gaan douchen en daarmee wordt het begin van het einde van zijn loopbaan bij Ajax ingeluid. De wissel pakt aanvankelijk goed uit. Maar na de treffer van Danielsson brengt Eusebio de eindstand op 1-3.

Een week later op 19 februari voelt Ajax zich in de Portugese hoofdstad wel in zijn element. Vanuit de Hollandse kou zijn de Amsterdammers in een behaaglijk klimaat terecht gekomen en ze hebben voor het eerst sinds weken weer een zachte groene mat onder de voeten. Muller: “Dat stimuleerde zeker. We hadden honger naar een goed veld. Het was voor ons een zomeravond in de winter. Michels had altijd de gewoonte op de vorm van de dag te wijzen. 'Als wij vanavond de betere ploeg zijn, is er nog een kans', zei hij. We hadden toen een goede ploeg en we waren erg zelfbewust. We gingen altijd het veld in met de instelling dat we beter waren.”

Nuninga zit op de bank en ook Muller moet aanvankelijk vanaf de zijlijn toekijken. “Wij waren de zondebokken. Michels, met wie ik in '58 nog had samengespeeld, zocht na een nederlaag vaak naar schuldigen. Hij dacht dat dat zo moest. Michels stapte zo over je heen. Hij kon zich niet inleven in wat een speler voelde. Alles moest wijken voor de club en het elftal. Maar je moet toch ook een hart in je donder hebben? Van Gaal is menselijker.”

Voor 70.000 toeschouwers in Estadio da Luz verricht Ajax een wonder. In Nederland zijn de voetballiefhebbers aangewezen op het radioverslag van Dick van Rijn en Wim Hoogendoorn. De NTS was na het echec in de thuiswedstrijd niet bereid een hoog bedrag voor de televisierechten op tafel te leggen. De luisteraars horen dat Danielsson (na een voorzet van Cruijff) en Cruijff (na een schot van Van Duivenbode) al na elf minuten voor een 2-0 voorsprong zorgen. In de 33ste minuut wordt het zelfs 3-0 voor Ajax door uitblinker Cruijff. Pas twintig minuten voor tijd weet Torres met een kopbal Benfica voor uitschakeling te behoeden. Eindstand net als in Amsterdam: 1-3. In de rust is Muller in het veld gekomen voor Danielsson om de voorsprong te verdedigen. Michels heeft voor een voorzichtige va-banquetactiek gekozen, waarbij Pronk als mandekker wordt opgeofferd aan Eusebio. De huidige scout van Ajax groeit tegen de Parel van Mozambique uit tot een van de helden van de avond. Na afloop vraagt voorzitter Jaap van Praag in de kleedkamer tevergeefs om champagne, het feest wordt gevierd met limonade.

De regels schrijven in die tijd voor dat er bij zo'n remise na twee duels een beslissingswedstrijd moet komen. Op 5 maart 1969 staan Ajax en Benfica in Stade de Colombes te Parijs daarom weer tegenover elkaar. Nu zit half Nederland die woensdagmiddag óf in het stadion óf aan de buis gekluisterd. Herman Kuiphof doet het verslag. De lente is in aantocht, Cliff Richard heeft een grote hit met Good Times Better Times. Ajax, spelend met een vijfmans defensie (!), slaat pas in de verlenging toe, maar dan ook genadeloos. Cruijff opent de score, waarna Danielsson er nog twee treffers aan toevoegt. Nu staat er wel champagne klaar in de kleedkamer. Een supporter heeft een polletje van de grasmat verwijderd en draagt dat opgebaard als een relikwie door Parijs. L'Equipe schrijft de volgende dag: “Het afgestompte en met trucjes spelende Benfica is ineengestort onder de kracht en de edelmoedigheid van Cruijff en zijn partners.”

Kan Ajax vanavond in Turijn het huzarenstukje van Benfica, en vooral dat van Lissabon, herhalen? Bennie Muller, de vader van RKC-spits Danny, sluit niets uit, maar plaatst ook kritische kanttekeningen bij het huidige Ajax. “Ik vind Ajax niet kansloos in Turijn. Juventus heeft een sterk team, maar geen wereldploeg. Dat zag je in Amsterdam in de tweede helft. Van Gaal zou optimistischer moeten zijn. Er is door hem een te negatief beeld geschetst. Ik vind wel dat Ajax dit seizoen een vermoeide en wat verzadigde indruk maakt. Er zat ook tegen PSV weinig spirit in.”

Muller is van mening dat het huidige Ajax te veel afhankelijk is van het collectief. “Als er enkele spelers wegvallen of niet in vorm zijn, loopt het niet meer. Ajax heeft weer een paar goede jaren achter de rug, maar deze ploeg was toch niet van wereldklasse. Een superelftal heeft altijd een of twee sterren. De gebroeders De Boer zijn klassevoetballers, maar niet van het kaliber als Van Basten, Ronaldo of Maradona. Ajax was te veel een collectief. Als je een of twee sterren in je ploeg hebt, zorgt dat voor aantrekkelijk voetbal. Ze binden een paar tegenstanders waardoor anderen meer ruimte krijgen. Ik zie bij dit Ajax te weinig spelers met een goede individuele actie. Babangida voetbalt met oogkleppen voor. Hij moet het van zijn snelheid hebben, maar dan dien je hem ook zoveel mogelijk in de diepte te lanceren. Overmars is iets beter.”