Parijs nu ook onzekere factor bij EU-verdrag

De vervroeging van de Franse verkiezingen vergroot de onzekerheid rond de herziening van het Verdrag van Maastricht. Naast de Britse is nu ook de Franse politieke situatie onzeker geworden.

BRUSSEL, 22 APRIL. De onderhandelingen over het Verdrag van Amsterdam worden tot nu toe bemoeilijkt omdat niet duidelijk is wie de Britse premier is die half juni in Amsterdam met een nieuwe verdragstekst moet gaan instemmen. Daarbij is nu ook nog de onzekerheid gekomen welke positie de Franse president zal hebben tijdens de top in Amsterdam. Europese diplomaten gaan ervan uit dat de regeringsleiders daar tot diep in de nacht zullen onderhandelen om persoonlijk de belangrijkste knopen door te hakken. De vraag is of op die bijeenkomst een president Chirac zal zitten wiens positie door de Franse verkiezingsuitslag is versterkt of een Chirac die in eigen land met een linkse regering rekening moet houden.

De permanente onderhandelaars over de verdragsherziening, die gisteren en vandaag in Brussel onder leiding van de Nederlandse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Patijn hun periodieke bijeenkomst hadden, hebben iedere hoop opgegeven dat zij de meningsverschillen over institutionele hervormingen kunnen overbruggen. Sinds kort bemoeien de ministers van Buitenlandse Zaken onder leiding van minister Van Mierlo zich intensief met de herziening van het uit 1992 daterende Verdrag van Maastricht. Maar zij hebben al erkend dat de moeilijkste kwesties naar het bord van de staats- en regeringsleiders doorgeschoven zullen worden.

De uitslag van de onderhandelingen in Amsterdam is van groot belang in verband met de uitbreiding van de Unie met Midden- en Oosteuropese landen. De onderhandelingen over toetreding van deze landen moeten begin volgend jaar beginnen. Aangenomen wordt dat de EU na de uitbreiding moeilijk zal functioneren als geen overeenstemming wordt gevonden over zaken als beperking van het aantal leden van de Europese Commissie en herziening van de wijze waarop beslissingen genomen worden waarvoor geen eenstemmigheid is vereist. Tot nu toe neemt Frankrijk wat betreft de grootte van de Europese Commissie een eenzame positie in. Parijs wil het aantal Europese Commissarissen beperken tot maximaal twaalf, waardoor het zal voorkomen dat landen een periode niet in de Europese Commissie zijn vertegenwoordigd. Duitsland, maar vooral de kleinere landen met voorop Nederland, zijn radicale tegenstanders van dit voorstel.

Een andere zaak van doorslaggevend belang voor de toekomst van de EU waarover de staats- en regeringsleiders in Amsterdam overeenstemming moeten vinden, is de zogeheten flexibiliteit. Dat wil zeggen: een stelsel dat het voor een groep lidstaten mogelijk maakt verder te gaan met integratie, hoewel andere lidstaten daaraan niet willen meedoen. In feite is de in 1992 in het Verdrag van Maastricht vastgelegde EMU al een vorm van flexibiliteit, omdat daaraan slechts de landen deelnemen die aan de vastgelegde criteria voldoen.

Een Verdrag van Amsterdam met meer mogelijkheden voor verdere integratie dan alleen de EMU, biedt de mogelijkheid dat er binnen de EU verschillende groepen landen ontstaan. De Duitse bondskanselier Kohl heeft de EMU altijd als een middel bepleit om politieke integratie te bewerkstelligen. Als de vervroegde Franse verkiezingen een onzekerheid voor de EMU betekenen (het is onzeker of links in Frankrijk de noodzakelijke bezuinigingen wil doorvoeren), worden ook de vooruitzichten van een beperkt aantal EU lidstaten om ook op andere gebieden te integreren, moeilijker.